In-Druk
In-Druk Een beeld van vrede
Door Rob van Essen
Gepubliceerd juli 2009, jaargang 12, nr. 117
Een door hoge bomen beschaduwde laan in Helvoirt. Aan het eind, waar het pad afbuigt, staat een beeld van Christus. Vroeger liepen over dit pad de monniken van het klooster en lazen ze hier hun brevier. Inmiddels is Emmaus een conferentiecentrum, waar gezelschappen van velerlei pluimage een tijdelijk onderkomen vinden. Maar hoe druk het in het centrum ook is, op het pad langs de heiligenbeelden en bij de nagebouwde Lourdesgrot ademt alles rust.
Vier jaar geleden liep ik hier ook, nog maar nauwelijks beseffend wat mij overkomen was. Enkele dagen eerder had ik, samen met mijn collega Nico en mijn Dominicaanse vriend Carlos Spoor, de uitvaartdienst geleid van Betsie, mijn eerste liefde. Niet eerder in mijn leven had ik zo diepgaand ervaren hoezeer de gemeenschap van de kerk mijn leven draagt.
Ik herbeleef die dienst in gedachten. Links en rechts van mij helpen de diakenen met het breken van het brood en het volschenken van de bekers. Hoe zou ik zonder hun aanwezigheid overeind kunnen blijven? Ik zie mijn bedroefde kinderen en kleinkinderen op de eerste rij en grijp naar de reddingsboei van de inzettingswoorden: ‘Het brood dat wij breken... de beker der dankzegging, voorsmaak van het Rijk dat komt.’
En dan komt de kerk in beweging en komen ze langs, en ik deel het brood van de pijn en de wijn van de gestorven vreugde. Mensen kijken mij aan en hun ogen troosten, en in hun handen leg ik het geheim van leven door de dood heen.
Twee dagen later loop ik onder de bomen en diamanten van licht spatten tussen de takken op mijn pad. ‘Wat doe ik hier?’, vraag ik mij af. Had ik niet beter thuis kunnen blijven? Ik loop mijzelf en anderen alleen maar in de weg. Aan het eind van het pad zie ik het Christusbeeld met de symboliek van het heilig hart. Protestanten hebben daar van huis uit niets mee. Heiligenbeelden kwamen in mijn jeugd op het Waterlooplein terecht, ontheemd tussen lampenkappen en oud huisraad. Maar deze Christus heeft stand gehouden in die bocht en zag de tallozen die een spoor van gebed trokken in dit landschap.
En nu sta ik hier en ik kan niet bidden, kan geen woorden vinden voor het verbijsterende dat mij overkwam. Stil sta ik en ik ervaar een wonderlijke troost. Het klooster is gesloten, de monniken trokken weg, maar – aan de beeldenstorm ontkomen – wacht op dit heilige pad de Christus. Hij is er niet alleen voor heilige mannen, maar ook voor geschonden zielen en religieuze dagjesmensen. Elke dag die week ben ik daar, onder de schaduw van de hoge bomen, even bij hem gaan uithuilen.
Dit jaar ben ik terug en ik ga hem even groeten. Onderweg zingt een tjiftjaf in het vogelconcert dat om mij heen klinkt. Ze moeten ook gezongen hebben toen ik daar, van verdriet vervuld, naar vrede zocht. Maar vandaag hoor ik ze en zie ik het licht dansen tussen de takken. In de schaduw van de bomen loop ik terug en de herinnering van vrede gaat met mij mee.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag