Archief
Jaargang:

In-Druk: Ontwaakt, verworpenen der aarde

Door Rob van Essen
Gepubliceerd november 2009, jaargang 13, nr. 120

Column

Als kind was ik zeer onder de indruk van ‘koibois’ en indianen. Ik heb vage herinneringen aan een ‘wildwestfilm’ die ik als zevenjarige in het Amsterdamse ‘Felix Meritis’ – toen nog een communistisch bolwerk – zag. Het ging om een kindervoorstelling. Dravende paarden, gevechten en ergens werden de hoofdpersonen, een aantal kinderen, met een touw onder hun oksels in een schuur opgehangen. Ze zullen later wel bevrijd zijn, maar dat herinner ik mij niet. In ieder geval weet ik nog wel dat ik weken nachtmerries gehad heb van het toch betrekkelijk onschuldige geweld dat hier vertoond werd.

Nog steeds houd ik niet van bloed op het scherm. Je kunt geen tv aanzetten of je bent getuige van een operatie. Naast de ziekenhuisseries, waarin alles wordt nagespeeld, grossieren verschillende omroepen in medische programma’s die ons een blik gunnen op kloppende harten en bloederige breinen. De leden van de EO hebben, zo bleek deze week, er geen moeite mee ín Arie Boomsma te kijken, maar willen verschoond blijven van zijn getatoeëerde buitenkant.

Terug naar de indianen. Deze zomer waren we in Connecticut te gast bij een vriend. In de buurt van zijn woonplaats zijn twee Indianenreservaten. De eerste keer dat ik er was, was het daar armoe troef. Ooit verjoegen de kolonisten de Indianen van hun grond en vervolgens werden ze met vuurwater aan de bedelstaf gebracht. Hun nazaten behoren in Amerika bepaald tot de kansarmen.
Soms echter schijnt er iets van historische gerechtigheid te bestaan. Waar gokken en gokkasten in de meeste Amerikaanse staten verboden zijn, ontdekte een aantal slimme Indianen dat deze wetten niet gelden voor de reservaten. En zo zijn er de laatste jaren diverse casino’s uit de grond verrezen. Wij bezochten Foxwoods, dat zo’n vijftien  jaar geleden werd gebouwd. Je kunt er vierentwintig uur terecht om te gokken, te eten, films te bekijken, shows met bekende artiesten bij te wonen en te winkelen. Men schat dat er zo’n vijftien miljoen dollar per dag binnenkomt.
Iedereen die kan aantonen tot een bepaalde graad van dit Indianenvolk af te stammen, deelt in de winst. En aan de nummerplaten op het parkeerterrein te zien komen de Amerikanen uit alle staten om van hun geld af te komen via eenarmige bandieten, black jack, roulette en vul maar in.

Wonderlijk, voor een fatsoenlijk socialezekerheidsstelsel heeft de gemiddelde Amerikaan niets over, maar met de illusie van persoonlijk gewin steekt men z’n creditcard in de slotmachine en speelt tot het hele saldo is overgeheveld naar de inmiddels niet meer behoeftige Indianen.

Dat heeft Paul de Groot, ooit de machtige partijleider van de CPN toen hij nog in Felix Meritis vergaderde, nooit kunnen bevroeden. Dat de verworpenen der aarde niet via revolutie, maar door een gaatje in de federale wetten, eindelijk aan het langste eind trekken.
O ja, ik kan niet tegen bloed, maar de aanblik van eenzame weduwen die alles vergokken, maakt ook niet vrolijk.

| |