Archief
Jaargang:

Wetenschappers over Jezus

'Jezus wilde niet iets nieuws beginnen'

Door Henk van der Zwan
Gepubliceerd december 2008, jaargang 12, nr. 111

Achtergrond Jezus heeft niet bestaan, had menselijke hartstochten en is vier jaar voor Christus geboren. Allerlei verschillende wetenschappelijke inzichten over Jezus.

Sinds de zestiende eeuw, met de opkomst van de bijbelkritiek, buigen wetenschappers zich over de vraag wat er over de historische Jezus te zeggen is.

Sommige hedendaagse onderzoekers lijken het historische bestaan van Jezus naar het rijk der fabelen te willen verwijzen. Dat is mijns inziens onwaarschijnlijk; het roept meer vragen op dan het verklaart. Ook lijkt het al een tijd een trend te zijn om te speculeren over zijn menselijke hartstochten, maar dat voegt niets dan fantasieën toe aan de historische Jezus.

Moderne geschiedenisboeken over het begin van het christendom bevatten nauwelijks informatie over Jezus. Ze beginnen bijna allemaal bij Paulus en laten meestal bij hem het christendom aanvangen. Een beeld van Jezus’ leven schetsen is lastig en Paulus wordt dan vaak gezien als grondlegger van de christologie.

 Herodes

Eginhard Meijering onderneemt op de eerste pagina’s van zijn omvangrijke boek Geschiedenis van het vroege christendom een doorwrochte poging iets te zeggen over Jezus. Naar eigen zeggen kritisch, maar niet absurd sceptisch. Hij schrijft over de satellietstaat Palestina met de geestelijke stromingen van die dagen, over Herodes en over Johannes de Doper. Hij stelt dat Jezus niet later dan 4 jaar vóór het jaar 0 van de christelijke jaartelling is geboren. Meijering baseert zich daarbij op een gegeven dat Herodes tot 4 v. Chr. regeerde. Minder zwaar weegt hij de opmerking in het evangelie naar Lucas over de in het jaar 6 na Chr. in Judea uitgevoerde volkstelling onder Quirinius, stadhouder over Syrië.

 Rondtrekkend prediker

Het werk Geschichte der Leben-Jesu-Forschung, dat Albert Schweitzer in 1913 liet uitgeven, drukt een stempel op het Jezus-onderzoek tot vandaag de dag.

Meijering benadrukt dat Jezus een rondtrekkend prediker was van rond de dertig, die krachtige daden stelde waarmee hij de aandacht getrokken heeft. Kenmerkend voor Jezus moet zijn geweest, dat hij ervan overtuigd was dat het Koninkrijk Gods ook in zijn woorden en in zijn daden aan het doorbreken was.

Hij zegt dat Jezus een jood was die niet iets nieuws wilde beginnen, maar gericht was op het aanbrekende Koninkrijk Gods – een overtuiging die meer joden in de streek van Galilea waren toegedaan.

Er is volgens Meijering geen reden om te twijfelen aan de kruisdood rond het jaar 30. Romeinen hebben hem wellicht als een gezagsondermijnende figuur gezien, misschien met medewerking van joodse zijde.

 

Meijering merkt op: ‘Het belang van een persoon in de geschiedenis hangt vooral af van de invloed die van iemand is uitgegaan.’

| |