Archief
Jaargang:

John Batist: ‘Ik hoop dat over twintig jaar mensen nog weten wat een kerk is’

Door Jan Goossensen
Gepubliceerd februari 2011, jaargang 14, nr. 133

Interview John Batist verlaat dit voorjaar de Antonius Abtparochie in Scheveningen. Hij werkte er twaalf jaar als pastoraal werker. Een afscheidsgesprek.

John Batist: ‘Ik ben een kind van mijn tijd en die tijd heeft mijn opvattingen en ook mijn allergieën bepaald.’

Foto Rogier Chang

John Batist: ‘Ik ben een kind van mijn tijd en die tijd heeft mijn opvattingen en ook mijn allergieën bepaald.’

‘“De gelovige zal mysticus zijn, of hij zal er niet meer zijn.” Deze uitspraak van de Duitse theoloog Karl Rahner is voor mij een belangrijk adagium. Het typeert het belang van ervaring, naast of tegenover kennisoverdracht. Ik begin altijd bij de ervaring, van kinderen en volwassenen. Wat verwondert je? Met welke vragen zit je? Laten we beginnen bij de mens, in het vertrouwen dat in iedereen een goddelijke vonk schuilt.

Draaikolk
In groepsgesprekken werk ik graag met foto’s die symboliek verbeelden. Foto’s verzamel ik doorlopend. Ik ben daarmee begonnen in Brabant, waar mensen niet gewend waren te reflecteren. Toen ik naar hun geloofsleven vroeg, schrokken ze zich te pletter. In Den Haag praten ze overal spontaan over, behalve over God. De foto’s helpen hen over de drempel.
Toen ik laatst een groep ouders foto’s voorlegde en hen vroeg een associatie met God te maken, kwamen uiteenlopende begrippen ter sprake. Een hand die mij vasthoudt; iemand die mij bemoedigt; een liefdevolle vader die me beschermt. Een draaikolk werd gezien als God die mij meezuigt naar het oneindige. Nou, daar kun je zo de middeleeuwse geschriften van Meister Eckhart naast leggen. Cultuuroverdracht ontstaat dan dus vanzelf.
De kerk is een van de weinige veilige plaatsen waar je op een persoonlijke manier over God kunt praten. Ik hoor van kinderen dat ze meewarig worden aangekeken als ze op school vertellen dat ze in een kerkkoor zingen. De misbruikschandalen doen de kerk helaas geen goed. Gelukkig hebben wij met de ouders in onze parochie een vertrouwensband weten op te bouwen.

Goedkoop praatje
De kerk moet zich bij haar kerntaken houden. Onze activistische periode – sociaal werk, strijd voor mensenrechten – was waardevol, maar is doorgeschoten. Wat het buurthuis aanbiedt, hoeven wij niet ook te doen. De kerk moet het hebben van een verzorgde liturgie, inclusief een goede preek. Ik voel me bekocht als ik elders in de kerk zit en ik hoor een voorganger die zich duidelijk niet heeft voorbereid en een goedkoop praatje met een moreel einde houdt.
Verder zal de rooms-katholieke kerk het gesprek met de moderniteit moeten aangaan. Het is tragisch dat, nu voor het eerst in de geschiedenis het christelijk geloof voor grote groepen niet meer vanzelfsprekend is, ze aan haar standpunten – over het priesterambt, seksualiteit, levenseinde, protestantisme – zo stringent vasthoudt dat ze het contact met de maatschappij verliest. Er zijn nauwelijks nog kandidaten voor de priesteropleiding of voor pastoraal werker. Wie zich aanmelden, zijn van conservatieve snit. Dat zou op zich op een verschuiving van de interesse van de gelovigen kunnen duiden, maar dat is niet zo. Nergens zie ik conservatieve parochies die wervend zijn. De enige groei zit bij de kerken van migranten, maar van hun geloofsbeleving en rituelen sta ik ver af.

Koekoek-eenzang
De katholieke parochies in Den Haag worden, als gevolg van een gebrek aan personeel, geld en gelovigen, nu samengevoegd in twee grote clusters, Noord en Zuid. Mijn hoop is, dat het niet koekoek-eenzang wordt. De priester die zo’n parochie gaat leiden, krijgt het per definitie voor het zeggen. Het hangt van hem af hoeveel ruimte hij aan de verschillende gemeenschappen geeft. Wat mij betreft: laat duizend bloemen bloeien. Maar eerst moet het bisdom besluiten welke kerkgebouwen – waarvan er vele monument zijn – gesloten worden. Dat wordt tijd, want de kerkbesturen hebben kenbaar gemaakt dat we met onze vrijwilligers en met het geld van de parochianen geen bodemloze putten willen vullen. In de visie van het bisdom wordt Den Haag uiteindelijk één parochie met één bestuur, maar daarvoor is het nog te vroeg. De nieuwe bisschop heeft ook hiervoor veel wijsheid nodig.

Vitaal
Ik, en met mij vele anderen, vertegenwoordig kennelijk een kerk van één of anderhalve generatie. Ik ben een kind van mijn tijd en die tijd heeft mijn opvattingen en ook mijn allergieën bepaald. Onze parochie durf ik gerust vitaal te noemen: redelijk modern, met een gevarieerd aanbod aan vieringen.
Aan voorspellingen waag ik me niet. We hebben een unieke periode achter ons en ik heb geen blauwdruk op zak om de traditie en de cultuur van het christendom over te dragen. Ik hoop dat over twintig jaar mensen nog weten wat een kerk is. Toen ik laatst een aannemer die bij mij werkte, vertelde dat ik een week naar een klooster was geweest, zag ik hem denken. Klooster, wat is dat?’

Van bloemsierkunst naar pastorie
John Batist neemt eind juni afscheid van de Antonius Abtparochie in Scheveningen. Hij gaat met pensioen,De tuinderszoon uit Naaldwijk bekwaamde zich na zijn schooltijd eerst als bloemsierkunstenaar. Na de sociale academie werkte hij bij de kinderbescherming met moeilijk opvoedbare jongens in een inrichting in Gelderland. Daar maakte hij kennis met een pastoraal werker – de eerste in de rooms-katholieke kerk – die hem op het spoor zette van een functie in de kerk.
Na Roosendaal en Rijswijk kwam hij twaalf jaar geleden naar Scheveningen.

 

| |