Jos Vermunt over Bachcantates: ‘Ik probeer een sensatie op te roepen’
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd november 2010, jaargang 14, nr. 130
interview Onder leiding van Jos Vermunt wordt maandelijks in de Kloosterkerk een Bachcantate uitgevoerd. Een gesprek met de dirigent.

Foto Marco Borggreve
Jos Vermunt: ‘De kern van wat Bach wilde zeggen herkennen we nog steeds, gevoelsmatig.’
In de koffiehoek van het Koninklijk Conservatorium vertelt Jos Vermunt over de Bach-cantatediensten in de Kloosterkerk. Het zijn in zekere zin ‘zijn’ cantatediensten, want sinds 1994 is hij de dirigent. De cantatediensten bestaan veertig jaar en delen dit jaar dus in het grote jubileumfeest van de gemeente van de Kloosterkerk, die negentig jaar bestaat.
Gevraagd naar het ‘geheim’ van Bach, antwoordt Vermunt, dat hij Bach ‘echt muziek van 2010’ vindt. ‘In iedere periode wordt Bach op z’n eigen manier beleefd. Dat was in de negentiende eeuw het geval, vijftig jaar geleden en ook nu. Ook nu herkennen wij dat Bach iets bijzonders geschapen heeft. Zogezegd muziek van nu.’
Archaïsche teksten
Dat de soms archaïsche theologische cantateteksten het genieten van de muziek in de weg staan, ontkent hij. ‘Al zijn de teksten niet van nu, de thema’s zijn universeel en het totaal overstijgt het feitelijke van de woorden. Het is het wonder van de muziek, dat die je gewoon overkomt. Ook al zijn we anno 2010 geen barokmensen meer, we kunnen begrijpen wat er gezegd wil worden. De kern herkennen we, gevoelsmatig.
Bach is een meester in het verklanken van teksten. Je kunt een cantatedienst zien als een kruisbestuiving. Er komt voor iedereen een dimensie bij. De gesproken woorden vormen een opmaat voor de cantate en de muziek is dienstbaar aan de preek.
Het ligt aan jezelf hoe diep je in de teksten wil doordringen. Maar ook daarin voel je de emotie. Bach gebruikte middelen van de klassieke retorica - die in zijn tijd nog actueel waren - om luisteraars met woorden en muzikale vondsten te overtuigen. In zijn tijd verstonden de mensen dat. Wij hebben veel ruis op deze antenne, maar ook nu nog kun je je daarin oefenen.
Als ik sta te dirigeren, voel ik – zeg maar in mijn rug – hoe het publiek meeleeft. Of het lukt de muziek te vertalen. Bach heeft iets op een blad papier geschreven en ik ben een schakeltje in het overbrengen van zijn bedoelingen. Ik verzorg een uitsnede in dat hele proces. Soms zou ik hem willen vragen: hoe zullen we het doen? Ik lees bronnen, ik ga bij mezelf te rade en het koor en het orkest produceren de muziek. Dat is het mooie van het dirigentenvak. Ik doe geen kunstje, maar probeer een sensatie op te roepen, een moment te scheppen van grote intensiteit, dat ik kan delen met het publiek.’
Ik zou niet durven zeggen dat ik Bach begrijp. Ik verbeeld me soms dat hij in de kerk zit en meeluistert. Wat zou hij ervan vinden? De partituur geeft vaak meer vragen dan antwoorden. Misschien zou hij het wel mooi vinden, zo’n verwarmde kerk, goed verlicht, goede zangers, en een voortreffelijk orkest.’
Twee cantates met feestelijke nazit
Op zondag 28 november zijn er twee cantates te beluisteren in de Kloosterkerk: de cantate BWV 70a “Wachtet! Betet! Betet! Wachtet!” van Bach en “de Hagecantate”, gecomponeerd door Jan Hage, organist van de Kloosterkerk. De Hagecantate is een eigentijdse reactie op de Bachcantate en is gecomponeerd aan de hand van een tekst van dichter Hans Groenewegen. Verleden en heden komen zo bij elkaar. Dit ter ere van veertig jaar Bachcantates in de Kloosterkerk. Beide stukken worden uitgevoerd door het Residentie Bachkoor en kamerkoor, het Residentie Bachorkest en solisten o.l.v. Jos Vermunt.
Na afloop van de kerkdienst is er een twee uur durende feestelijke, muzikale nazit. Musicus Gustav Leonardt vertelt over de praktijk van het uitvoeren van Bachcantates, Jan Hage en Jos Vermunt geven uitleg geven over de geboorte van de Hagecantate.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag