Archief
Jaargang:

Jozefverhaal: meer dan een soap en een sprookje

Door Theo Hettema
Gepubliceerd februari 2009, jaargang 12, nr. 113

Achtergrond Intriges, bedrog, verzoening: allemaal voorhanden in het Jozefverhaal. Maar het krijgt pas diepgang als Jozef leert dat hij niet alles in de hand heeft.

Jozef, Potifar en zijn vrouw. Rembrandt.

Jozef, Potifar en zijn vrouw. Rembrandt.

Volkomen terecht dat Andrew Lloyd Webber zich voor zijn eerste musical baseerde op het bijbelverhaal over Jozef. Waar zit de aantrekkingskracht dan in? Daarvoor moet je het verhaal uit Genesis 37 tot en met 50 gewoon eens lezen.

Het heeft iets van een soap: er zijn broers die elkaar het leven in de ogen niet gunnen en bereid zijn over lijken te gaan, er is een oude vader die daar onmachtig tussenin staat, een ongewenste zwangerschap, hoge carrières en diepe dalen, tot aan gevangenschap toe, afgunst, haat en nijd en toch ook ontroerende scènes van mensen die elkaar in de armen vallen. Het is een verhaal van steeds weer nieuwe generaties die denken dat ze hun plek in het leven moeten bevechten. Dat is toch de werkelijkheid van alledag, zoals een soap op tv dat uitvergroot voor ons?

 Macht

Maar er is meer dan een soap. Er staan ook allerlei bijbelse motieven in: van God gegeven dromen die een lijn uitzetten voor de toekomst, oudste zonen die niet de oudste rechten blijken te krijgen, wonen in Egypte en toch altijd weer hunkeren naar dat thuisland Kanaän, een zegen geven en een zegen ontvangen. Het zijn de grote lijnen waarlangs zich alle aartsvaderverhalen uit Genesis afspelen.

Het Jozefverhaal komt uit het noorden van Israël. Daar woonden in de latere koningstijd de stammen van de twee zonen van Jozef. Die stammen moeten het hebben gebruikt om hun eigen machtsaanspraken tegenover het koninkrijk Juda waar te maken. In de tekst moet Juda immers Jozef als meerdere erkennen. Zo gaat dat helaas: een verhaal wordt al snel gebruikt voor machtsbelangen.

 Verzoening

En dat terwijl het eigenlijk zo mooi en kwetsbaar is. Het is jammer dat het, wanneer het in een serie kerkdiensten wordt gelezen, meestal halverwege ophoudt. Jozef wordt door kwaadwillende broers als slaaf naar Egypte verkocht, door hongersnood gedreven komen die broers zelf in Egypte terecht, waar Jozef hen test op hun betrouwbaarheid en ze elkaar vervolgens in de armen vallen. Het lijkt net een sprookje.

Maar dat is nog maar de helft! Want het leven is geen sprookje, en pas na die aanvankelijke toenadering begint het echte zoeken naar verzoening binnen die moeizame familie van Jakob. De broers komen pas echt tot vertrouwen in elkaar na de dood van hun vader, wanneer ook Jozef op zijn manier geleerd heeft dat hij niet alles in de hand heeft. Dat is een tere, ontroerende familiegeschiedenis van stugge broers.

En dan is daar nog God, die tussen dat drukke regelen en marchanderen van mensen óók om een plaats in het verhaal vraagt. Er moet heel wat water door de Nijl stromen voordat de hoofdrolspelers erkennen dat ze niet zelf alles kunnen bedisselen, maar dat God gebeurtenissen ten goede kan keren en dat Híj de zegen geeft. Is dat niet het allermenselijkste in dat Jozefverhaal: dat we zo’n moeite hebben om tot dat besef te komen?

 Dr. Theo Hettema is theoloog en lid van de wijkgemeente Laak. Hij publiceerde in 1996 een proefschrift over het Jozefverhaal: Reading for Good.

| |