Kaarsjes branden: kinderlijk? Ik voel me er goed bij
Door Claartje Vinkesteijn
Gepubliceerd december 2010, jaargang 14, nr. 131
Achtergrond Een kaars branden voor iemand anders of voor jezelf. Daarmee geef je aandacht, én vraag je aandacht van God, of van een heilige. Een impressie van Claartje Vinkesteijn.

Foto Rogier Chang
Een zee van lichtjes in de gedachteniskapel in de kerk van de H. Familie, aan het Kamperfoelieplein
Een kaars branden ergens voor, het is een goede gewoonte en wordt door veel mensen gedaan. Ook mensen die niet ‘kerks’ zijn, steken vaak een kaarsje aan, vooral als ze in het buitenland een kerk bezoeken. Op straat, als een (jong) mens is verongelukt of vermoord, staan vaak waxinelichtjes.
Persoonlijk brand ik graag en dikwijls een kaars voor iemand. Als er in de familie iemand ziek is, voor een examen staat of anderszins steun nodig heeft, bellen we elkaar op: steek maar een kaarsje aan. Dat gebeurt dan trouw. Ook als ik een kerk bezoek, doe ik dat vaak. Het heeft voor mij een betekenis: ik was er, heb even gebeden en wil graag dat dit bezoek nog even beklijft. Ik hoop daarmee dat de heilige, voor wiens beeld de kaars staat, nog wat aandacht heeft voor de intenties van mijn gebed. Kinderlijk? Waarschijnlijk wel, maar ik voel me er goed bij.
Zinvol
In rooms-katholieke kerken worden veel kaarsen gebrand. Tijdens elke viering op het altaar en op het priesterkoor. God schenkt immers het levenslicht en we belijden Jezus als ‘God van God, Licht van (het Goddelijk) Licht’. Verder brandt de paaskaars tijdens de vieringen, vanaf de paasnacht tot en met Hemelvaart, als het evangelie gelezen wordt dat de Heer voor de ogen van de apostelen opsteeg naar de hemel.
Buiten de paastijd brandt de paaskaars ook nog tijdens uitvaartdiensten en op Allerzielen, als teken van geloof in de verrezen Heer en vertrouwen in de verrijzenis van de overledenen aan het eind der tijden.
In veel kerken is er tegenwoordig een gedachteniskapel of –muur. Daar hangen dan kruisjes met de namen van de overledenen van de laatste jaren. Ook daar worden veel kaarsen aangestoken: nog even aandacht voor dierbare overledenen. Een plek voor iedereen die iemand die hem of haar dierbaar is, heeft verloren. En voor iedereen die een beetje extra kracht nodig heeft om iets te verwerken.
Het opsteken van een kaars is een zinvolle daad als we er de juiste betekenis aan geven. Het is gewoon: aandacht geven en vertrouwen dat God alles ten goede leidt.
Kinderlijk? Ik voel me er goed bij
Een simpel telefoontje kan wonderen doen
Wat een liefde, tussen de schroeven
'Aandachtscentrum leeft in Den Haag'
Laat die kastanjes toch lekker prikken
'Geklinkerde' gezinnen bivakkeren in Zuiderpark
Jezus was geen vroegwijs pubertje
'Wij zijn blij met iedere helpende hand'
In de stilte op weg naar de bron
'De politie zette me weer keurig af bij het Binnenhof'





Sociale media
Follow @KerkDenHaag