Kerken zoeken nieuwe formules, advies denktank: ‘Durf te verrassen!’
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd januari 2012, jaargang 15, nr. 142
reportage Niets is zo moeilijk als nadenken over de toekomst. Veel gezucht en gesteun is het resultaat. Kan het anders? Geluiden uit een vrolijke denktank. Discussieer mee!

Foto Margot C. Berends
In de Lukaskerk hangen ‘huisjes voor de ziel’, gemaakt door een groep onder leiding van kunstenares Elly Poldervaart. Je kunt er iets van je eigen ziel in kwijt. Ook de kerk kan fungeren als een ‘huis voor de ziel’.
Zet een paar creatieve mensen bij elkaar en laat ze ideeën spuien over de (Haagse) kerk van de toekomst. Aan tafel zitten Tom Mikkers, rooms-theoloog en landelijk secretaris van de Remonstrantse Broederschap; Hanna van Dorssen, theoloog en als communicatieadviseur verbonden aan de Protestantse Kerk in Amsterdam; Jonathan van der Geer, voorlichter van de fractie van de ChristenUnie in de Tweede Kamer en lid van de Haagse Bethlehemkerk.
Al direct borrelen de ideeën op. Amsterdam heeft ervaring met stedelijke bijeenkomsten die de aandacht trekken, zoals de ‘preek van de leek’. Het zijn kerkdiensten op zondagmiddag met een echte liturgie, waarbij een bekende Nederlander de trekker is. Maar pas op, horen we, de begeleiding van de betrokken man of vrouw kost veel tijd, want je moet ze eerst een soort catechese in diverse afleveringen aanbieden over de te behandelen bijbeltekst.
Collectieve geheugen
Waar moet de kerk het van hebben, van gebouwen of van pastores? Overal in het land worden die keuzes gemaakt. Ons panel kiest zonder aarzeling voor het belang van gebouwen. ‘Gebouwen zijn ijkpunten, ontmoetingsplaatsen. Op de klok zie je hoe laat het is. Gebouwen zitten in het collectieve geheugen van wijkbewoners. Als je een gebouw sluit of verkoopt, ben je het definitief kwijt.’
De goede volgorde van vernieuwing wordt als volgt geschetst: benoem in een kerk eerst een creatieveling, gekoppeld aan een gebouw dat het visitekaartje wordt. Hij of zij wordt de ‘ondernemer’. De pastorale zorg kan vervolgens worden opgevuld met een pastor in deeltijd of met freelancers. Dat is een andere werkwijze dan beginnen met een liefst fulltime pastor als eerste betaalde kracht. Achterliggend argument: klassiek opgeleide theologen zien de kerk nog te vaak als een raadhuis, waar burgers braaf hun nieuwe paspoort komen afhalen. ‘Durf de kerk te zien als niche in de samenleving, waar mensen terecht kunnen met hun spirituele vragen.’
Over personeel gesproken: waarom geen seizoenswerkers in de kerk? Werk met contracten van een half jaar. ’s Zomers is er veel minder werk dan ’s winters.
Goed koffiezetapparaat
Geld, ook een uitdaging. Waarom niet meer werk gemaakt van projectfinanciering? Jongeren geven liever honderd euro voor een goed koffiezetapparaat dan een abstracte bijdrage ‘voor instandhouding van het kerkewerk’.
En Kerkbalans dan? Die landelijke geldinzamelingsactie wordt echt uit de tijd gevonden. ‘Zo’n brief om geld binnen te krijgen, met al die termijnen, dat is achterhaald. De kerk probeert geld te innen zoals de belastingdienst dat doet.’
Is er een alternatief? ‘O ja, waarom werken we niet met goldmembers? De kerk moet wat ze doet, durven te beprijzen. Als je de kerk belangrijk vindt, laat dat dan merken. Durf te zeggen dat de kerk je duurste vereniging behoort te zijn.’ Andere suggestie: waarom stelt de kerk geen tientjesleden in?
Kaarsrecht in de banken
Hoe ziet een succesvolle kerk eruit? Doe de fototest. Vergelijk oude schoolinterieur-foto’s met oude kerkfoto’s. Schoolklassen van vijftig jaar geleden zien er compleet anders uit dan nu. Foto’s van kerkelijke groepen verschillen nauwelijks. Nog steeds zit iedereen kaarsrecht in kerkbanken. De interactie is nagenoeg gelijk gebleven. Conclusie: probeer het verleden van je af te schudden. Maak de kerk sexier.
Maar is radicale vernieuwing dan niet voorbehouden aan meer luidruchtige kerken? Een misverstand. Elke kerkstijl en elke stroming heeft kansen. De één kiest voor sociale activiteiten, zoals maandelijkse beauty-avonden voor vrouwen. Een andere kerk zet in op stevige theologische sessies voor yuppen, die afkomen op de betekenis van bijbelverhalen. Weer een andere kerk, die veel nieuwe, jonge leden van buiten de stad trekt, organiseert ‘inburgeringstochten’ om met elkaar en met de stad bekend te raken, inclusief dat bijzondere dialect.
Aandachtspunt: organiseer je eigen weerstand. Zorg ervoor dat plannen ook door de uitersten in de kerk gedragen worden. Alleen dan krijg je iedereen mee.
Sportschool
Achter al deze praktische suggesties moet een dragende gedachte liggen, vinden de deelnemers aan het gesprek. Iemand haakt in op de leuze van Kerkbalans, ‘Wat is de kerk u waard?‘ Hij trekt een vergelijking met het abonnement op de sportschool. Waarom is de sportschool voor iemand van waarde? Omdat je weet dat sport goed voor je is. En je zegt dat lidmaatschap niet snel op, omdat je schuldgevoel dan begint te knagen. Zó moet de kerk zich ook zien te positioneren: zonder schroom het gevoel uitdragen dat het goed is om bij een kerk te horen. Bijvoorbeeld door veel meer dan nu gebeurt aan het maatschappelijk debat bij te dragen.
Daarvoor is wel nodig dat de kerk enkele mensen paraat heeft, die in de media standpunten en posities uitstekend kunnen uitdragen, en die daarvoor getraind zijn. Media weten vaak niet wie ze moeten bellen als ze iemand nodig hebben. Een goed contact met de media betaalt zich terug: de kerkleden zien dat ze bij een organisatie horen die er in het maatschappelijk debat toe doet.
‘Mensen vergeten snel’
Dan de moeilijkste vraag: heeft de kerk toekomst? Het vertrouwen in de kerk bij burgers is tot een dieptepunt gedaald. Hoe zal het met het imago verder gaan? Het panel is opmerkelijk nuchter. De waan van de dag kan ook goed uitpakken. Mensen vergeten snel. Het misbruikschandaal in de rooms-katholieke kerk is niet het einde. Bovendien: ‘Ook in kleine vorm kan de kerk grote dingen doen.’
Een slotopmerking: het behoort tot de kerntaken van de kerk om onverwachte dingen te doen. De Bijbel staat immers zelf ook vol verrassende verhalen. Durf daarom te verrassen.





Voor inspiratie, hoe een kerk een levendige plek in de stad kan zijn, is het de moeite waard te kijken naar Londen. Daar is het op instorten staande kerkgebouw van St Paul Old Ford gerenoveerd en voorzien van tal van voorzieningen die de buurt verrijken. (Zie de website van deze kerk, www.stpauloldford.com.)
Dit 'bewijst' dat het gebouw inderdaad erg belangrijk kan zijn, zeker als het monumentaal is. In het Londense voorbeeld begon de revitalisering van de parochie met het opknappen van het gebouw, maar dan wel zo dat niet alleen parochianen, maar de hele (tamelijk armoedige) buurt er wat aan heeft en er binnen kan lopen.
Het is een aanpak die niet zomaar te kopiëren is, maar het inspirerende is dat de vernieuwing niet een defensieve top down-strategie is - kerken sluiten - maar een bottom up-aanpak, die zoekt naar aansluiting bij de behoefte (en kracht!) van de buurt.