Archief
Jaargang:

Kerkendagen smaken naar meer

Door Jan Goossensen
Gepubliceerd september 2009, jaargang 13, nr. 118

Reportage Voor het eerst zijn in Den Haag ‘kerkendagen’ gehouden, bestemd voor een breed publiek. Een terugblik.

De eerste Haagse kerkendagen op 20 en 21 juni liggen, net als de mooie lange zomerdagen, al weer achter ons.

Kerkendagen, inderdaad in het meervoud, want de activiteiten waren op zaterdag en zondag. Verwarrend dus dat in de aanloop ook de omschrijvingen ‘kerkendag’ en ‘nacht en dag van de Haagse kerken’ opdoken.

 

Uiteindelijk hebben ettelijke honderden Hagenaars een of meer activiteiten in de binnenstad bezocht. Wie dat waren, is niet exact bekend, maar afgaande op reacties waren ze wel tevreden. Waarschijnlijk zagen de meesten ook anders wel eens een kerk van binnen. Dat komt omdat de publiciteit voornamelijk in kerkelijke kring was georganiseerd. Jammer, want het gevarieerde programma had ook anderen veel te bieden.

 

Vrijwel onzichtbaar bleven de vele migrantenkerken in de stad. Dat is curieus, omdat de Haagse kerk in algemene zin de afgelopen decennia behoorlijk ‘verkleurd’ is. Bij andere gelegenheden wordt daar hoog van opgegeven, omdat in migrantenkringen godsdienst een sociaal bindmiddel van jewelste is. Maar ondanks toezeggingen waren misverstanden er de oorzaak van dat op zondagmiddag enkele kerken niet open waren voor bezoek en dat tijdens de dienst op zondagochtend een band niet kwam opdagen.

 

Onbekende responsies

Het gebouw, de eerbiedwaardige Nieuwe Kerk aan het Spui, was voor de viering op zondag een vondst en dat was het tijdstip, om twaalf uur ’s middags, ook. Vrolijke vlaggen aan het toegangshek wezen de weg. Vernieuwend was de ‘openingsact’, een danser die het scheppingsverhaal uitbeeldde. Maar het was beter geweest de lange bijbehorende en overbekende tekst uit Genesis niet in het programmaboekje af te drukken, want nu ging je onwillekeurig meelezen in plaats van naar de kunstenaar kijken. Over de liturgie was ongetwijfeld lang nagedacht; des te opvallender dat niet één lied uit het Liedboek werd gezongen, terwijl de vele voor de meesten onbekende responsies en gezangen uit de oud-katholieke kerk afgedrukt waren in een minuscuul lettertje.

Het oud-katholieke stempel van de dienst zorgde er in ieder geval voor dat de dagen toch nog een aanvaardbaar katholiek karakter droegen. Want de rooms-katholieke broeders en zusters hadden zich op het laatste nippertje uit de organisatie teruggetrokken. Zevenduizend euro was hun te veel, en verder zou het idee van feestelijke kerkendagen vanwege eigen reorganisatieperikelen op het katholieke grondvlak niet leven. Waarop de verbouwereerde protestantse gemeente, die initiatiefnemer was geweest, de Haagse Gemeenschap van Kerken, die het festijn al had afgeblazen, alsnog overhaalde.

 

Veelbelovend

De kerkendagen hebben met alle plussen en minnen een schat aan ervaringen opgeleverd. Het feit alleen al dat de dagen georganiseerd konden worden en dat er samenwerking tussen mensen en groepen is gegroeid, is veelbelovend. Er komt zeker een vervolg, maar dan – hopelijk – beter en breder. In ieder geval moet er in zo’n weekeinde ergens een grote en vooral open informatiemarkt zijn. Want op het Haagse kerkelijk erf is veel te koop; er zijn meer kerken dan die lid zijn van de HGK. Het kerkelijk potentieel is groot genoeg om vaker, liefst iedere zomer, als onderdeel van The Hague Festivals, een feestelijk weekeinde flink uit te pakken.

 

 

 

 

| |