Kijken en zien
Door Margreet R. Klokke
Gepubliceerd maart 2010, jaargang 13, nr. 124
Bijbels qrs De bijbel staat vol woorden. Gedurende de geschiedenis heeft de mens, de kerk, die woorden een eigen leven ingeblazen. En er woorden aan toegevoegd, die bij nader inzien helemaal niet in de bijbel staan.
Dit jaar volg ik een training in pastoraat, een opleiding voor predikanten aan de Protestantse Universiteit. In december was er een kennismakingsbijeenkomst. Eerlijk gezegd schrok ik een beetje, toen ik rondkeek in de groep. Bijna alle deelnemers waren in het zwart, grijs of bruin gekleed. Zij oogden moe. Moest ik een jaar lang met hen optrekken?
In januari begon de training. We hebben om te beginnen elkaars geschiedenis beluisterd. De opdracht daarbij was te zoeken naar het levensthema dat in elk van onze verhalen schuil gaat. Dat is immers een van de taken van de pastor als hij of zij gesprekken voert.
Mij viel daarbij op, hoe elke persoon langzaam meer kleur kreeg, en diepgang. En hoe ik gevoel begon te krijgen, voor het geheim van elk van hen. Ik begon iets van God in hen te ontdekken, ik ging hen beter zien.
Kijken en zien. Ook in de bijbel is dat niet hetzelfde. Kijken, dat is wat je ogen doen, als ze functioneren. Zien is een theologisch begrip. Zien is eigenlijk altijd God zien.
Dat kun je onder andere opmaken uit verhalen in de evangeliën over blinde mensen die gaan zien. Zoals Bartimeüs, in Markus 10. Hij zit ergens langs de weg, als Jezus voorbij komt. Dan roept hij naar hem: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ Dat is vreemd, de ogen van de man doen het niet. En toch ziet hij wie Jezus is. Hij noemt hem ‘Zoon van David’, dat is een Messiaanse titel. En hij vraagt hem om ontferming, om een doorkijkje naar Gods toekomst – precies waar Jezus voor gekomen is.
De omstanders snauwen de man toe dat hij zijn mond moet houden. Zij gaan er van uit dat een groot rabbi als Jezus te goed is om zich over zo’n arme man te buigen. Maar Bartimeüs trekt zich niets van hun vermaning aan. Hij blijft net zolang roepen tot Jezus oog voor hem krijgt.
Wie is er nu blind, en wie ziet er goed? Wel beschouwd heeft Bartimeüs geen genezing nodig als het gaat om God zien. Jezus hoeft hem alleen maar te bevestigen in zijn vermoeden en zijn hoop. Hij zegt: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’
Veel meer werk heeft Jezus aan de omstanders. Hen moet hij op een ander spoor zetten, tot omkeer brengen. Hij corrigeert hen, wanneer zij de blinde man het zwijgen proberen op te leggen. Hij stuurt hen naar Bartimeüs toe, met de opdracht: ‘Roep hem.’
Of zij ook begrijpen, wat er nu van hen gevraagd wordt? Of zij Jezus nu met dezelfde ogen gaan zien als de blinde man, namelijk als iemand die gekomen is om een venster te openen naar Gods toekomst? Dat laat de verteller in het midden.
In het Johannes-evangelie eindigt een vergelijkbaar verhaal dan ook met de volgende raadselachtige uitspraak van Jezus: ‘Ik ben in de wereld gekomen om een oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden.’ (Joh.9:39)
Het is heel iets anders of je ogen het doen, of dat je iets van God kunt zien, in de mens op je weg.
Margreet Klokke, predikant van de Kloosterkerk, en Trinette Verhoeven, predikant van de Lutherse Kerk, schrijven om beurten een aflevering van deze theologische rubriek. De titel is een knipoog naar het befaamde boek Bijbels ABC van K.H. Miskotte.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag