Archief
Jaargang:

Oude Kerk Scheveningen

Knikjes en glimlachjes

Door Jan Goossensen
Gepubliceerd juli 2010, jaargang 13, nr. 127

kerkentest Oude Kerk Scheveningen Buiten lopen toeristen, binnen spreekt de predikant. Het enige dat de kerkgangers doen is zingen en luisteren. En terugknikken.

Zoekplaatje: vanaf het strand zijn drie Scheveningse kerken te zien.

Foto Margot C. Berends

Zoekplaatje: vanaf het strand zijn drie Scheveningse kerken te zien.

Een zondagochtend op Scheveningen laat twee werelden zien. Op het pleintje rond de Oude Kerk heerst chaos. Een wirwar aan lelijk straatmeubilair: verkeersborden, nutteloze aanwijsbordjes (‘strand: 100 meter’), rare, opdringerige banken. En nu al, voor tienen, de eerste toeristen die langs de winkeltjes slenteren.
Wie de kerk binnengaat, komt in een andere sfeer terecht. Dit is calvinistenland. Hier heerst orde. De muren zijn kaal en spierwit, het houten gewelf is als de hemel, helder blauw. Het licht komt prachtig binnen. Saenredam kan zo aan de slag.

 

Klederdracht
De dienst is een toonbeeld van klassiek-protestantse ingetogenheid. De bezoekers zitten roerloos in de bank en zingen op gedragen toon overbekende liederen: psalmen op woorden uit de achttiende eeuw (‘Mijn boze daan, gij naamt die gunstig weg’) en gezangen uit de hervormde bundel van 1938. Dit is de wereld van de visserskoren. Eén vrouw in klederdracht houdt ook in dat opzicht de traditie in stand.

Ds. F.J. van Harten is vanochtend de (gast)predikant. Hij beklimt, getooid met baret, de kansel. Zo'n honderdvijftig bezoekers luisteren muisstil naar hem.  Als een ontketende tijger tracht hij zijn gehoor te boeien. Hij wordt daarbij wel gehinderd door de inrichting van het middeleeuwse gebouw. De preekstoel hangt in het midden van een lange wand, terwijl de kerkgangers in twee blokken links en rechts van hem zitten. Zelf praat hij tegen de muur.
Tijdens de collecte, onder een lang voorspel van het orgel, probeert Van Harten dit manco te pareren door vanuit zijn hoge positie naar links en rechts te kijken en oogcontact met bekenden te zoeken. Het levert een opmerkelijk ritueel op: een stroom vriendelijke knikjes en glimlachjes vanuit de ‘houten broek’.

 

Deurtje
De preek gaat over de steniging van Stefanus en staat in het teken van Hemelvaart en Pinksteren: Jezus zien. De predikant pluist tot in detail de tekst uit Handelingen 7 uit en legt uit wat het voor Stefanus, maar ook voor mensen van nu, betekent om Jezus te zien als mens van vlees en bloed.

‘Als we naar de sterrenhemel kijken, weet dan, gesteund door de Heilige Geest,  dat Jezus met zijn liefde ons omringen wil.’ Die nabijheid is van belang, ‘omdat we Jezus in het Westen vaak te ver weg plaatsen’.

Anderen dan de predikant komen in de dienst niet aan het woord. Er is geen koor en na afloop verdwijnen voorganger en kerkenraad snel door een deurtje. Er worden geen handen geschud en er is geen koffie. De kerk loopt leeg als een ballon: de bezoekers schuifelen naar buiten,  naar het gazon en de parkeerplaats, waar ze elkaar opzoeken en de dingen van de dag doornemen.

 

Wat viel op? Onmiskenbaar redenaarstalent van de predikant. Combinatie van kale kerk en gestolde vormen kan wissel trekken op motivatie van nieuwe bezoekers.

Voor alle kerkentesten: klik op genre 'kerkentest' in het intro.

| |