Archief
Jaargang:

Vaste kok van de Lukaskerk

Kok Jan Becht: ‘Simpel, maar ontzettend lekker’

Door Maarten van Krimpen
Gepubliceerd november 2010, jaargang 14, nr. 130

interview Jan Becht is de vaste kok van de Lukaskerk, maar ziet zichzelf gewoon als een van de vrijwilligers. Zelf is hij vegetarisch, maar hier kookt hij Hollandse pot.

Jan Becht: ‘Ik heb het bakken van groente geïntroduceerd.’

Foto Rogier Chang

Jan Becht: ‘Ik heb het bakken van groente geïntroduceerd.’

De geur van warm eten trekt bezoekers als vanzelf de Lukaskerk binnen. Het is dinsdagavond en er is geen viering. Er is eten. Eten voor meestal wat oudere mensen die het hier gezellig vinden. Een diner voor slechts drieëneenhalve euro. Jan Becht kookt al vierentwintig jaar in de Lukaskerk, steeds omringd door een enthousiaste groep vrijwilligers.

Vanavond is er spinazie à la crème, met kip en aardappelen met kerriesaus – Hollandse pot. Niet dat de bezoekers van de maaltijd iets anders zouden willen. ‘De mensen die hier komen zijn al wat ouder en die moet je niet lastigvallen met roti of macaroni. Hou het simpel.’
Een jaar na de opening van de Lukas begon Jan Becht er als kok. Al zo lang Hollandse pot koken, dat moet toch gaan vervelen? Becht glimlacht en schudt zijn hoofd. ‘Integendeel. De mensen voor wie we koken, hebben het liefst aardappels met groente en vlees. Dus waarom zou je daar van willen afwijken?’ Laatst kwam een van de vrijwilligers met een nieuw recept. ‘Het was simpel, maar zo ontzettend lekker. Daarom heb ik het zo naar mijn zin: koken is ontzettend mooi en totaal niet moeilijk.’

Linkse club
Becht deed nooit een koksopleiding. Het vak leerde hij in de jaren zeventig bij de Puinruimer, een biologisch restaurant. ‘De naam was ontleend aan misstanden die we uit de weg wilden ruimen, zoals de bio-industrie’, vertelt hij. ‘Het was een vrij linkse club, opgericht uit idealisme Daar heb ik vegetarisch leren koken. Niet lang nadat het restaurant was opgeheven kwam de Lukas om de hoek kijken. Ik las dat ze een grote keuken hadden en het leek me interessant. Daarbij was het prettig dat ik als vegetariër geen vlees hoefde klaar te maken. Dat doen anderen.’
Met zijn groenten wist hij nog wel een vernieuwing teweeg te brengen. ‘In de begintijd werden alle groenten nog gekookt. Tot de hutspot aan toe. Die werd uiteindelijk helemaal slap. Vanuit de vegetarische keuken heb ik daar het bakken van groenten geïntroduceerd, zodat het een betere smaak krijgt. Na drie jaar was dat geaccepteerd.’

Precies goed
Koken doet Becht vanuit idealisme. Zijn hele werkende leven doet hij al vrijwilligerswerk. Hij kookte ook voor de Paasvoettochten van het Haagse katholieke Jongerenpastoraat, voor de Pax Christikerk en de Kloosterkerk. ‘Het aspect van samenwerken trekt mij erg, net als de vertrouwensband met de andere vrijwilligers.’ Toch voelt hij zich een buitenstaander. ‘Ik heb verder weinig met de kerk. Ik weet nooit zo goed hoe ik mijn geloof moet invullen.’

Dat heeft in elk geval geen invloed op de werksfeer in de keuken. Daar weet iedereen precies wat hem of haar te doen staat. Becht: ‘Geef echt niet alle eer aan mij. Kijk, iemand heeft ervoor gezorgd dat die kip precies goed gebraden werd. Twee anderen zorgden voor het fruittoetje. Zo’n menu komt tot stand door een geweldige manier van samenwerken.’

 

Zie ook: Boeken over bijbels koken

| |