Archief
Jaargang:

'Kwaliteit' is in de kerk nog altijd moeilijk bespreekbaar

Door Henk Lemckert
Gepubliceerd juli 2011, jaargang 14, nr. 137

Discussie Alleen de financiële tekorten wegwerken, is niet voldoende. De kerk heeft meer kwaliteit nodig. En op organisatorisch gebied in Den Haag graag iets minder Kafka-achtige toestanden. Henk Lemckert leest het reorganisatieplan van de Protestantse Gemeente met gemengde gevoelens.

De algemene kerkenraad van de Protestantse Gemeente heeft zijn plannen ontvouwd ten aanzien van de financiële toekomst. In 2015 moet de begroting sluitend zijn. Tot nu toe werden tekorten van de verspreide wijkkerkenraden gedoogd en (kennelijk) gecompenseerd door meevallers van andere aard of domweg onttrokken aan het eigen vermogen. De bestuurders van de algemene kerkenraad  stellen thans dat deze manier van werken niet vol te houden valt, mede omdat de leeftijdsopbouw van hen die de belangrijkste inkomsten genereren uitwijst dat het op dit moment de bejaarden zijn die  de kerk financieel nog draaiende houden. Omdat niemand gebaat is bij een kerk die straks bankroet is moeten er nu ingrijpende maatregelen worden genomen om zoiets te voorkomen.

Veranderende mentaliteit
In het stuk dat de algemene kerkenraad aan de wijkraden aanbiedt, wordt uitgelegd hoe zij er toe komt om zo’n  streng voorstel aan te doen. Gerefereerd wordt aan de manier waarop mensen hun lidmaatschap van de kerk  gestalte geven, of beter: géén gestalte geven. Immers bij velen doet de kerk nog maar fragmentarisch mee in de beleving van het geloof. Anders gezegd:  Voor velen is  het evangelie nog maar één van de vele opties  als het gaat om vragen die te maken hebben met de zin van het leven.  Dit is niet het stuk om over dit aspect verder uit te wijden.

Plan van aanpak
In haar plannen om de trend van als maar groter wordende tekorten te beëindigen hanteert de Haagse kerkenraad een zekere lankmoedigheid, immers pas in 2015 moeten de financiën op orde zijn. Ofschoon dit betekent dat in 2014 helder moet zijn hoe men verder wil, sterker nog:  hoe de bezuinigingen gerealiseerd moeten zijn, wordt aan de onthutste kerkenraden nog  een aantal jaren tijd gegund om te wennen aan een situatie waarin men met een smaller budget toch nog kerk zal moeten zijn. Misschien dat deze souplesse mede betracht wordt omdat de algemene kerkenraad ook wel inziet dat maatregelen van dit kaliber misschien wel veel eerder hadden moeten worden genomen.

Indeling in wijken, sluiten van kerken, centrale aanpak
De oplossing om straks op een gezonde manier verder te kunnen, wordt aangeboden in een serie voorstellen die gedeeltelijk van bovenaf opgelegd zijn. Zoals een nieuwe indeling van veertien naar negen wijkgemeenten en de strenge eis dat het predikantenbestand   gehalveerd  zal moeten worden. Echter wordt aan die nieuwe wijkgemeenten een zekere vrijheid gelaten voor wat betreft de manier waarop ieder zijn tekort wegwerkt. Dat in die te realiseren bezuinigingen ook sluiting van kerkgebouwen begrepen is  zal iedereen duidelijk zijn. Vooralsnog  laat Den Haag de preciese invulling dus aan de wijken zelf over maar als dat niets oplevert behoudt de algemene kerkenraad zich het recht voor om zelf knopen door te hakken. Een niet onbeduidend onderdeel van de beleidsvoornemens is ook om kerkelijke taken die een zekere professionele specialisatie vereisen, naar zich toe halen. Ik vermoed dat hier gedacht wordt aan een uitbouw van wat nu  Stek heet, maar dan meer gericht op een groter aantal disciplines. Ik kom hier verder nog op terug.

Conclusie, opmerkingen
Het stuk zoals dat onlangs gepubliceerd is, is een moedig stuk. Het mag dan hier en daar wat summier zijn, misschien zelfs wel eens een beetje kort door de bocht, vast staat dat het bedoeld is om de Protestantse Gemeente van Den Haag van een latent stuk frustratie af te helpen. Niemand vindt het leuk om mee te varen op een zinkend schip. Het getuigt van een hedendaags besef van de realiteit dat men haar leden een handreiking doet om te komen tot een gezonde kerkelijke organisatie. Daarbij zijn overpeinzingen ‘zoals het vroeger was’ niet aan de orde en passen evenmin vrome praatjes. Iedere ondernemer die van zijn accountant te horen krijgt dat zijn bedrijf op een faillissement afstevent zal zijn of haar maatregelen nemen. Dat geldt evenzeer voor de besturen van scholen, de staffs van universiteiten of de directeuren van charitatieve instellingen. Zelfs de financiën van sommige Europese landen ontkomen soms niet aan zo’n ingreep, men zie er iedere dag de krant op na. Het zou, omgekeerd, laakbaar zijn als er nu niet werd ingegrepen.

Herstructurering
Het eerste dat me opvalt is de nogal willekeurige herstructurering van de  wijkgemeenten. De indruk ontstaat dat hier geplakt en geknipt is zonder al te nadrukkelijk acht te slaan op het type woonwijk. Ik kan dat niet voor heel Den Haag overzien maar kan dat wél voor de plekken in mijn eigen woonomgeving, dus noem ik een voorbeeld uit Zuid West:

Loosduinen in zijn oude kerkelijke organisatie (zowel Hervormd als Gereformeerd),  tobde altijd al met de maatschappelijke afstand  die er lag tussen de bewoners van de Tuinen- en Notenbuurt en de bewoners van de wijk Bohemen. Toch vormden ze met elkaar één wijkgemeente, een bepaald niet gelukkig en nogal  gedwongen huwelijk. Nu men door de herstructurering (nu immers toch alles op zijn kop moet) hier eindelijk een keer een eind aan kan maken deelt de Algemene Kerkenraad uitgerekend een aantal  wijken die qua sociale structuur bij Loosduinen horen  in bij de Bethelwijk. Terecht poneert één van de predikanten aldaar dat een aansluiting van de Bethelkerk bij de Bosbeskapel veel handiger zou zijn vanwege de grotere sociale cohesie. De voor de Bosbeskapel bedoelde partner (gebouw Bethel ) ligt ook voor de Vruchtenbuurters in meerdere opzichten ver van hen vandaan.

Kerkelijke bijdragen
Wat me voorts in de reorganisatieplannen opvalt is het ontbreken van ieder plan om wat aan de belabberde mentaliteit omtrent  kerkelijke bijdragen te gaan doen. Den Haag is toch niet van mening dat jongere gemeenteleden überhaupt niet meer van plan zijn om ooit nog iets aan de kerk bij te gaan dragen? Zou het niet zo kunnen zijn dat de Kerk zich op dit punt wel erg passief heeft opgesteld de laatste tijd? De brave leaflets die ik de laatste jaren in mijn enveloppe voor Kerkbalans ingesloten krijg hebben eerlijk gezegd  nooit veel indruk op mij gemaakt. Er moeten toch eigentijdser en vasthoudender manieren zijn om aan gemeenteleden over te brengen wat hun financiële plichten zijn.  Dat dit niet simpel is en ook weer nieuwe dilemma’s oplevert is duidelijk, toch mag op dit gebied het beleid niet ontbreken. Natuurlijk is dit iets wat centraal moet gebeuren, maar durf ook op dat niveau  de stofkam te halen door een systematiek die kennelijk niet of nauwelijks werkt.

Kwaliteit
De plannen voor reorganisatie zijn ongetwijfeld goed doorgerekend. Het is echter utopie om te geloven dat als de kosten straks beheersbaar zijn plotseling het eind van de kerkelijke neergang in zicht is. Terecht wordt in het stuk gewag gemaakt van het ontbreken van elan en de behoefte aan vernieuwing, maar met name op dit punt hadden de plannen van mij wel iets meer uitgewerkt mogen zijn. Een moeilijk bespreekbaar onderwerp in de kerk is altijd: kwaliteit.

Van boven af worden wel eisen gesteld:  de bevoegdheid van predikanten en kerkelijke werkers wordt op universitair- en HBO niveau gemeten maar de vaardigheden die daar getoetst worden betreffen maar een gedeelte van hun eigenlijke werkzaamheden.  Binnen de nieuwe afgeslankte kerkelijke organisatie zal het bij de gehonoreerde krachten vooral aankomen op efficiënt en eigentijds management.

Het zou de leiding van de kerk sieren als daarvoor ook eens criteria bepaald werden. Voorkomen moet worden dat predikanten en andere kerkelijk werkers zich storten op allerlei goedbedoelde vormen van gemeentewerk die misschien elders in de maatschappij  reeds (en dan mogelijk op een professioneler manier) gebeuren. Het is ook gevaarlijk om te snel specialismen toe te wijzen aan hen die daarvoor misschien niet opgeleid zijn. Ik denk dat een predikant zich toch vooral moet richten op alle aspecten van het gemeenteleven, zijn arbeid zou vooral moeten bestaan uit initiëren en controleren. Aan zo’n opzet moet men eisen durven stellen. Het zal ook de geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de kerk ten goede komen. Een soortgelijk signaal zou ik willen uitzenden naar de plekken  van waaruit de administratieve handelingen plaats vinden. Om in- en uitschrijving van gemeenteleden spelen zich vaak Kafka-achtige taferelen af. Dit soort toestanden zijn dodelijk voor het imago van de kerk. Van het bedrijfsleven is te leren hoe je zoiets kunt ombuigen.

Liturgie
Liturgie, de oudste en meest richting duidende  bezigheid van de kerk, is een ondergeschoven kindje. Er is genoeg kennis over de wijzen van vieren maar er worden op wijkniveau zelden eisen aan gesteld, tenzij de predikant in kwestie ambities heeft op dit terrein. Juist de naderende situatie van een afgeslankte kerk smeekt om aandacht voor de bewaking van de kwaliteit van de vieringen. Als de laagkerkelijke situatie voortduurt dat – zoals nu-  met pijn en moeite alle vacante preekbeurten worden ingevuld met iedereen met een preekbevoegdheid die daar maar voor te porren is, zal de wekelijkse viering een povere en vaak zeer gedateerde manifestatie blijven die maar weinig indruk zal maken op het wat jongere gemeentelid dat zich toevallig een keer in de kerk vertoont.

Zorgelijk is ook het vrijwel ontbreken van iedere kwaliteitseis als het gaat om de kerkmuziek. Landelijk worden voor de educatie van organisten allerlei initiatieven genomen en ook uitgewerkt. In een stad als Den Haag bestaat echter geen enkele vorm van beleid om daar op aan te haken. Dat zou kunnen zijn:  geïnteresseerde kerkmusici onder je hoede nemen die bereid zijn om zich naast hun dagelijkse taak  te bekwamen in de kerkmuziek. In plaats daarvan worden  aan sommige belangrijke kerken zonder een objectief kwaliteitsoordeel  in het wilde weg en tegen een vrijwilligersvergoeding liefhebbers benoemd die over geen enkele bevoegdheid  of opleiding beschikken.

Hierbij ziet men over het hoofd dat ook kerkgangers die leek zijn een aangeboren gevoel voor kunde en kwaliteit hebben. Als in de praktijk zowel vanaf de kansel als vanaf de orgelbank daar veelvuldig mee gesjoemeld wordt hoeft men echt geen tonnen uit te gaan geven aan PR. Niemand wil immers deelnemen aan bijeenkomsten die op tal van punten niet meer van deze tijd zijn. Bij nieuw elan hoort  een afgewogen beleid als het om de kwaliteit van de eredienst gaat.
Deze opmerkingen zijn slechts een commentaar op fragmenten uit een stuk dat het waard is om serieus bestudeerd, besproken en vooral uitgevoerd te worden. Daarbij zal een zeker inleefvermogen en een realistische kijk op het leven goede diensten kunnen bewijzen. Ik hoop slechts dat  mijn visie over de onderwerpen die ik er uit gehaald heb zal bijdragen aan een goede meningsvorming. Voor de goede orde:  Dit stuk schrijf ik  op persoonlijke titel.

Henk Lemckert

| |

Discussieer mee

U mag nog 0 lettertekens toevoegen.

Uw reactie wordt door Kerk in Den Haag beoordeeld voordat deze wordt geplaatst. Het kan dus even duren voordat uw bericht op de website zichtbaar is. U wordt verzocht alleen te reageren op dit artikel. Verboden zijn: links naar andere sites, reclame, spam, onwelvoeglijk taalgebruik, pornografische uitingen.