Leendert Verzijden: 'Idealen worden niet minder als ze niet lukken'
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd maart 2011, jaargang 14, nr. 134
interview Leendert Verzijden is met pensioen. De aartsvader van de diakonale opbouwwerkers van de protestantse gemeente blikt terug op zijn werk in het Laakkwartier, ruim twintig jaar lang.
Het is een zonnig maar rumoerig zaaltje in De Oase. Naast ons is een Afrikaanse vrouw in een druk telefoongesprek verwikkeld. Door het hele gebouw dwalen bezoekers. Dit is dus de natuurlijke biotoop van Leendert Verzijden – Leendert, zoals de meesten hem kennen. Sinds 1989 actief in de wijk als diakonaal opbouwwerker van de protestantse gemeente. De aartsvader van De Oase, deze maand met pensioen gegaan. Geen wilde plannen overigens. ‘Ik heb een bootje.’
‘Niets gaat vanzelf’
Op de manier die kenmerkend voor hem is – zachtjes pratend, bijna mompelend, lange stiltes – vergelijkt Leendert Verzijden de begintijd van zijn werk met de laatste jaren. Het begin ligt trouwens nog vóór Den Haag, want Leendert kwam uit Dordrecht en daar heeft hij het diakonale opbouwwerk, in een omgeving van fabrieksarbeiders, in de jaren tachtig in feite uitgevonden.
‘Niets gaat vanzelf.’ Deze zin zou het motto van hem kunnen zijn. Of het nu het doorbreken van de scheidslijnen tussen de migrantenbevolking van Laak en witte kerkleden is, het organiseren van de befaamde vakantieweken, of het luisteren naar de levensverhalen van mensen die voor de voedselbank komen – werken in De Oase is een drukke baan, voor zowel de betaalde krachten als de vele hard werkende vrijwilligers.
Verzijden zegt dat hij, ondanks alle narigheid die hem ter ore komt, altijd geprobeerd heeft ‘plezier aan dit werk te beleven’. De lol ontdekken, daar ging het hem om. Ook als verschillende groepen elkaar met een scheef oog aankijken; want dat gebeurt ook. ‘Iedereen heeft de neiging zijn eigenheid te beschermen.’ Maar niet voor niets noemt hij de feesten in de buurt de hoogtepunten: Kerst, iftarmaaltijden bij het breken van de ramadan, bijeenkomsten rond 4 en 5 mei.
Veel voldoening
De idealen waarmee Verzijden begon, zijn nog steeds zijn idealen. ‘Ze worden niet minder als ze niet lukken’, lacht hij. Dit zijn ze, kort gezegd: ‘Grenzen doorbreken en mensen bij elkaar brengen.’ Over de resultaten in de afgelopen ruim twintig jaar: ‘Er aan te werken geeft al veel voldoening. Ook in het klein, op individueel niveau, zie je dat je veel kunt bereiken.’
Is dat geen opvallend bescheiden opstelling voor een man die jaren voor de Partij van de Arbeid in de gemeenteraad van Rijswijk heeft gezeten, vanuit zijn verleden graag in structuren dacht als het om maatschappijvernieuwing ging, en misschien een lichtend voorbeeld van wat heet de ‘linkse kerk’ kan worden genoemd?
Verzijden, zijn werkzame leven overziend: ‘Oplossingen voor de meeste problemen moeten van de mensen zelf komen. Persoonlijke contacten kunnen wonderen doen. Er zijn geen eenvoudige oplossingen en sommige problemen die we hier op ons bordje krijgen, lijken helemaal niet op te lossen. Denk maar aan kinderen van illegale migranten, die niet naar school kunnen zodat ze altijd tweederangs burgers zullen blijven. Je mag al blij zijn als we leed soms kunnen verzachten. Ik sta er versteld van hoeveel ongemak mensen kunnen verdragen. We zijn gelukkig als we hier met elkaar een goede gemeenschap kunnen vormen.
Onze idealen, die we aan het evangelie ontlenen, stimuleren ons om door te gaan. Mensen bestaan niet alleen uit een verzameling problemen, maar gelukkig ook uit verlangens, ideeën en mogelijkheden. Tegenstellingen kunnen verzoend worden.’
Betrouwbaar
Een verschil met twintig jaar geleden is dat activiteiten steeds meer worden opgezet met alle betrokkenen samen. Migranten zijn burgers geworden: ‘Ze hebben hun draai in de stad gevonden en een volwassen positie bereikt.’ ‘Nu blijkt wat ze echt willen, en dat ze zich ook verantwoordelijk gaan voelen voor de buurt en de stad. Ze melden zich ook aan voor bestuursfuncties. Marokkanen en Turken nog minder dan Surinamers, maar het gebeurt wel.’
Voor het werk van De Oase betekent deze emancipatie ‘dat we moeten accepteren dat er onder migranten grote culturele verschillen bestaan. Zelfs het denken in groepen is achterhaald. Migranten zijn ook individuen. Maar alle mensen met wie we in contact komen, zijn wel op zoek naar, wat ik noem, een betrouwbare gemeenschap. Het maakt niet uit waar die uit bestaat.
Dat is niet eenvoudig. Maar dat maakt het werk wel interessant, nog steeds. We zijn doorlopend op zoek naar nieuwe wegen.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag