Archief
Jaargang:

Leo de Leeuw neemt afscheid van Nieuwe Badkapel

Leo de Leeuw: ‘Zonder zak met woorden op mijn rug heb ik niets te melden’

Door Jan Goossensen
Gepubliceerd oktober 2010, jaargang 14, nr. 129

interview Leo de Leeuw neemt na 27 jaar afscheid als predikant van de Nieuwe Badkapel in Scheveningen. Hij gaat met pensioen. Een interview.

Leo de Leeuw: ‘Als het in de kerk te gezellig is, deugt er iets niet’

Foto Rogier Chang

Leo de Leeuw: ‘Als het in de kerk te gezellig is, deugt er iets niet’

 ‘Ik houd van spelen met taal. In mijn studententijd heb ik met vrienden veel aan cabaret gedaan. In 1970 hebben we zelfs het Camerettenfestival gewonnen. ‘Bitterbal’, heette onze groep. Ik schreef de muziek en maakte de arrangementen. Hoe een tekst of muziek bij het publiek overkomt, dat is in de kerk niet anders dan in het theater.
Humor is een middel om mensen dichtbij te halen. Laatst vertelde ik een anekdote. Komt een vrouw in de boekhandel en vraagt om een mooi boek voor een zieke. De verkoper loopt de kasten langs en vraagt: “Moet het een christelijk boek zijn?” De vrouw zegt: “Nee, dat hoeft niet, het gaat al weer wat beter.” Daarmee wilde ik de serieuze vraag aan de orde stellen of het geloof ook iets kan betekenen voor gewone mensen, die niet in de ellende zitten.

Alleen maar taartjes eten
Er is helaas veel geestelijke luiheid, arrivé-christendom, van gelovigen die het liefst alleen maar taartjes eten. Waarom zijn niet méér mensen bereid de rijkdom die in de bijbel verborgen ligt, op te delven, zodat ze zich kunnen ontwikkelen? De kerk kan alleen in de breedte groeien als ze ook in de diepte groeit.
Alle geloof begint met verwondering, zei Plato al. Ik probeer op de kansel iets van Entdeckersfreude uit te stralen. Kom eens hier, moet je horen wat ik gevonden heb! De core-business van de kerk blijft toch het Boek en de Boodschap.
Van Simon Carmiggelt is het verhaal dat hij getroffen was door een uitvaartdienst, waar de voorganger – zo omschreef hij het –  een zak op zijn rug droeg met woorden die we niet meer kennen, maar die hij uit die zak haalde om ze aan zijn gehoor door te geven.
Zonder die zak met woorden op mijn rug ben ik niets, heb ik niks te melden. Waar moet ik het anders over hebben? Over de moraal, over mijn eigen vroomheid, over Weltanschauung? Zonder de bijbel had ik geen predikant hoeven worden. Rond dat boek kom je als gemeenschap bijeen. Dat is de kerk. Ik kan niet in de toekomst kijken, maar er komt een tijd dat we uitgeïndividualiseerd zijn. Mensen zoeken elkaar weer op.

Mijn familie is behept met het theologievirus. Mijn grootvader was predikant, mijn vader, twee van mijn broers, en ook mijn zoon. Het is een prachtig, veelzijdig vak. Om te beginnen heeft het iets weg van journalistiek: je brengt op zondag een verhaal, dat ingebed wordt in een aansprekende liturgie; ik zou bijna het woord performance gebruiken. Verder zijn in onze gemeente zo’n honderdvijftig vrijwilligers actief, die het nodige van je verwachten. En ten slotte moet je houden van mensen, om hun lief en leed te kunnen delen.

Leo de Leeuw

Foto Rogier Chang

Leo de Leeuw

Altijd begrijpelijke taal
Ik ontmoet regelmatig mensen die na zoveel jaar de draad van het geloof weer oppakken. “Ik doe weer mee, want je wilt je kinderen toch iets meegeven.” Ook in onze Bachcantatediensten, waar veel buitenkerkelijken komen, zie ik bezoekers die bereid zijn de oren te spitsen als er uit de bijbel verteld wordt. Kennelijk ervaren ze dat die verhalen ook over hun eigen leven gaan.
Het geloof is, om met Paulus te spreken, “uit het gehoor”. Daarom wil ik altijd begrijpelijke taal gebruiken, zonder in Jip en Janneke-zinnetjes te vervallen. Ik probeer de verbeeldingskracht te prikkelen. De bijbelse taal is niet voor ingewijden bestemd, maar we moeten die soms moeilijke woorden wel leren spellen. Ook als je naar het voetballen gaat, moet je weten hoe het spel werkt en hoe de regels zijn.

Als het in een kerkdienst te gezellig wordt, deugt er iets niet. Er moet het besef zijn dat we er verschijnen voor Gods aangezicht. De kerk is niet ons clubhuis. Als wij naar de kerk gaan, wil dat nog niet zeggen dat God ook naar de kerk komt, zei de grote theoloog Noordmans. Wijze woorden.’

Afscheidsdienst op 10 oktober.

 

| |