Archief
Jaargang:

Licht en donker

Door Margreet R. Klokke
Gepubliceerd mei 2010, jaargang 13, nr. 126

Bijbels QRS De bijbel staat vol woorden. Gedurende de geschiedenis heeft de mens, de kerk, die woorden een eigen leven ingeblazen. En er woorden aan toegevoegd, die bij nader inzien helemaal niet in de bijbel staan.

Iemand die zijn leven lang van binnen worstelde met het donker leerde mij de gedichten van Hans Andreus lezen.
‘Luister’, zei hij, ‘dit gaat over mij, zo voel ik me, als ik in een depressie zit’:

Onzeker als nooit
eerder in mijn woorden
loop ik in kringen
om het licht heen.
Ik durf het niet,
aan de oevers van het licht,
ik durf het niet aan,
daar te gaan staan.

‘En dit ook’, zei hij. ‘Luister:’

Alleen de liefde
draagt nog onder
iedere voetstap
de snelle steen aan
waarop ik kan staan,
een voetstap lang.
Licht leeft wel mee
maar heeft geen been
om op te staan.
En niemand
is niet bang.

‘Zal ik nu voor jou een gedicht lezen over het licht?’, vroeg ik aan het einde van ons gesprek. ‘Uit de bijbel.’
‘Goed’, zei hij. ‘Ik ben benieuwd.’ Ik las een paar verzen uit Psalm 139.

Al zei ik: ‘Laat het duister mij opslokken,
het licht om mij heen veranderen in nacht,’
ook dan zou het duister voor u niet te donker zijn –
de nacht zou oplichten als de dag,
het duister helder zijn als het licht. 

‘Mooi’, zei hij. ‘Dat zou ik wel willen, wat daar staat.’ Hij begreep wat de dichter bedoelde, zonder dat ik iets hoefde uit te leggen. Het woord licht wil hier niet zeggen dat de zon schijnt. Voor iemand als hij, kan het dan immers even goed nog donker zijn. Van Hans Andreus weet hij: licht is dat er mensen zijn, die zich met elkaar verbonden voelen. Licht is, dat er liefde is, die je draagt. Licht is, dat God er is.
Wie de bijbel leest, moet er altijd op bedacht zijn, dat er sprake kan zijn van een dubbele bodem wanneer het gaat over licht en donker, of over dag en nacht.
Dat is al zo op de eerste bladzijde van dit boek. Daar staat:

In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg, duisternis lag over de oervloed – de adem van God scheerde over de wateren. God sprak: Er zij licht. Er wás licht… Het werd avond, het werd morgen: dag één.

Het woord licht wil ook hier niet zeggen, dat de zon gaat schijnen. Want deze wordt pas een paar dagen later geschapen. Lees maar:

God maakte twee grote verlichtingen, de grootste om meester te zijn van de dag, de kleinste om meester te zijn van de nacht, en de sterren… Het werd avond, het werd morgen: dag vier.

Ook in dit verhaal heeft het licht een dichterlijke betekenis. Het is het licht van het spreken van God. Het licht van de communicatie tussen God en mensen. In zeven scheppingsdagen zal God tot tien keer toe iets zeggen. Dat is niet voor niets. Daarmee wil de schrijver je doen denken aan de Tien Geboden. Tien levensregels, die ervoor kunnen zorgen dat mensen het goed hebben met elkaar, dat er liefde is die hen draagt, en dat zij daarin voelen dat God er is.
Soms moet je eerst het donker van een eenzame depressie geproefd hebben, voor je begrijpt wat de bijbel bedoelt wanneer er gezegd wordt: Er zij licht!…

Bronnen: Verzamelde gedichten van Hans Andreus p. 621 en 637 en Het boek Genesis van Alex van Heusden en Huub Oosterhuis.

Margreet Klokke, predikant van de Kloosterkerk, en Trinette Verhoeven, predikant van de Lutherse Kerk, schrijven om beurten een aflevering van deze theologische rubriek. De titel is een knipoog naar het befaamde boek Bijbels ABC van K.H. Miskotte.

| |