Archief
Jaargang:

400 Jaar lutheranen in Den Haag en Delft

'Luther heeft ons geleerd het avontuur niet te schuwen'

Gepubliceerd november 2011, jaargang 15, nr. 140

Nieuws De lutheranen vieren feest. De lutherse gemeenten van Den Haag en Delft bestaan vierhonderd jaar. Eind oktober werd deze mijlpaal herdacht in een bijzondere kerkdienst, waar ook de koningin bij was.

Koningin Beatrix was een van de gasten bij de jubileumviering.

Foto Manfred Grund

Koningin Beatrix was een van de gasten bij de jubileumviering.

De grote kerk aan de Lutherse Burgwal was tot de laatste plaats bezet. Behalve ‘gewone’ gemeenteleden en vertegenwoordigers van zusterkerken waren er gasten uit binnen- en buitenland, zoals een delegatie van de Indonesische zusterkerk, en oud-predikanten. En de burgerlijke overheid was royaal vertegenwoordigd. Naast de koningin zaten op de eerste rij verder burgemeester Van Aartsen en commissaris van de koningin Fransen.

 

Aan de dienst werkten drie predikanten mee, T.S. Smit uit Delft en de Haagse voorgangers M.M.B. van der Meij-Seinstra en W.T.V. Verhoeven. Twee organisten bespeelden het orgel, Aart Bergwerff en Chris de Graaf, en de cantorij Maarten Luther zong.

 

In haar feestpreek legde ds. Verhoeven uit waarin naar haar idee de actualiteit van de zestiende-eeuwse kerkhervormer Maarten Luther schuilt. Van het thema waarmee hij aan het eind van de Middeleeuwen de barricaden van de rooms-katholieke kerk bestormde - hoe de mens ‘voor God kan staan’ - ligt in de eenentwintigste eeuw niemand meer wakker.

Verhoeven zoekt de actualiteit van Luther in een correctie op het modieuze begrip ‘ervaring’. Mensen van nu willen voelen dat God er is. Maar dat heeft al eerder voor navelstaarderij in de theologie gezorgd, zei ze.

 

Verhoeven verbond de serieuze vraag naar godservaring aan het begrip ‘openbaring’. Ze zei: ‘God heeft zelfs het eerste woord. Ik ben te veel van Luther. De Schrift en alleen de Schrift, maar niet als dode letter, maar als levende ervaring.’

Uitgaande van de tekst in Matteüs dat de mens God moet liefhebben met ‘heel je ziel’, keerde ze zich tegen de gangbare opvatting dat eigenliefde voorop moet staan, voordat liefde voor een ander in beeld komt. Verhoeven wees, in navolging van rabbijnse uitleggers, erop dat het zinnetje ook kan betekenen: ‘God liefhebben ten koste van je ziel’. Anders gezegd: Jezus predikt geen eigenliefde.

Vanuit dat gezichtspunt bekeken kan zoeken naar godservaring ook betekenen dat anderen, die het in de maatschappij minder goed hebben, ons die ervaring aanreiken.

 

Verhoeven: ‘Durf de ervaring van de ander te dragen. Durf te kijken naar de illegaal hier om de hoek die vecht voor zijn bestaan. Voor de vreemdeling die de taal maar niet leren kan. Van de bejaarde autochtoon die in een portiek achterblijft temidden van mensen van wie hij de taal niet streekt. Bij die naaste doe je andere ervaringen op dan de ervaringen in je eigen vertrouwde huis. En die ervaring leidt - dat is het wonder - tot hele nieuwe Godservaring. (…)

God is buiten. Principieel buiten. Daar zullen we vanzelf ervaren hoe God met ons is. We zulloen samen groeien, samen leren van Gods goedheid. Het is een avontuur. Maar Luther heeft ons toch zeker wel geleerd het avontuur niet te schuwen.’

 

Een week eerder was de glossy LUTHER gepresenteerd. Wethouder Baldewsingh (monumentenzorg) memoreerde het belang van kerken in de stad: ‘Herkenbare punten, bakens die vertellen dat we thuis zijn. Een kerkgebouw is meestal de ziel van een wijk.’
De wethouder hoopte dat de lutheranen goed voor ‘ons gemeenschappelijk erfgoed’ blijven zorgen. ‘De burgerlijke gemeente zal u daarbij naar vermogen ondersteunen.’

De lutherse kerk.

Foto Rogier Chang

De lutherse kerk.

| |