Archief
Jaargang:

‘Niet met mij, maar met de wereld moet het goed gaan’

Margarithe Veen zoekt naar wat gelovigen bindt

Door Margot C. Berends
Gepubliceerd juli 2009, jaargang 12, nr. 117

Interview ‘Laten de kerken zich ook met sociale ethiek bezighouden, en met vragen over onrecht en geweld. Vooral niet teveel met kerkgebouwen en regels.’ Deze hartekreet is Margarithe Veen ten voeten uit. Ze is terug in Den Haag.

Margarithe Veen, het nieuwe gezicht van de Haagse Gemeenschap van Kerken, kijkt graag over kerkmuren heen. ‘Graag een jaarlijkse oecumenische viering in Den Haag.’

Foto Rogier Chang

Margarithe Veen, het nieuwe gezicht van de Haagse Gemeenschap van Kerken, kijkt graag over kerkmuren heen. ‘Graag een jaarlijkse oecumenische viering in Den Haag.’

Oecumene, dat is hét woord dat blijft hangen na een gesprek met Margarithe Veen. Ze studeerde theologie in Utrecht, omdat de Utrechtse opleiding in praktische zin goed bij haar paste. Maar de wil om over kerkmuren heen te kijken, miste ze daar.

Ze kwam ‘thuis’ toen ze tijdens haar studie vier maanden lang met een internationale groep studenten in Geneve, onder de vlag van de Wereldraad van Kerken (World Council of Churches - WCC), een oecumenische gemeenschap vormde. ‘We studeerden samen, we vierden samen, we ontdekten samen dat we elkaar herkenden en erkenden als gelovigen of zoekers in die ene wereldwijde kerk. Bij het vak kerkgeschiedenis leer je wat de verschillen zijn tussen de christelijke kerken. In Bossey, het oecumenische instituut van de WCC, leerden we juist wat ons met de ander verbindt. De filosoof Levinas zegt: in de ander de Ander met hoofdletter ontmoeten.

Ik heb dat daar ervaren. Samen zochten we naar liefde, vrede en gerechtigheid. Dat waardeer ik ook in het uitgangspunt van de Europese Unie: niet met mij of met mijn land alleen moet het goed gaan, maar met de wereld moet het goed gaan. Met het geheel van de samenleving; met de oikoumene, dat letterlijk betekent: de bewoonbare wereld.’

 Filmavond

In Geneve ontdekte ze dat niet de geloofstradities botsten, maar veeleer de cultuurverschillen. Voor elkaars geloof was respect, maar het werd ingewikkeld toen bijvoorbeeld de studenten een filmavond organiseerden en de prijs ter sprake kwam. Studenten uit armere landen vonden dat zij niet hoefden te betalen, en de ‘rijkere’ studenten het dubbele. Veen: ‘Het werd voor de organisatoren een principekwestie: iedereen moest betalen. Die filmavond is er uiteindelijk niet gekomen, helaas.’

Na de Geneefse maanden deed Veen haar leervicariaat in de Duinzichtkerk (Benoordenhout) en Vredeskapel (Archipel), waar ze vervolgens een jaar diaconaal werker was. Daarna volgden vier jaren predikantschap in Friesland, waar ze vier dorpen en twee gemeenten onder haar hoede had. Inmiddels is ze, getrouwd en moeder, terug in het Haagse vanwege het werk van haar man. Tijdens de predikantsvacature in de Duinzichtkerk/Vredeskapel verleende ze bijstand in het pastoraat. Op het moment zit ze in allerlei besturen, waaronder dat van Solidaridad, is ze secretaris van de Haagse Gemeenschap van Kerken en werkt ze onbezoldigd aan een onderzoek over de sociaal-ethische modellen in de geschiedenis van de WCC.

Aandachtscentrum

Ze is optimistisch gestemd over de oecumene. ‘Die is er al, hier en nu. Als je de Maaltijd van de Heer deelt, dan is er al sprake van een samengaan. Je bent dan verbonden met de gevangene, de vluchteling, met iedereen. Misschien is er wel wat stagnatie in de oecumene, maar er gebeurt ook zo veel. Er zijn veel lokale raden van kerken. Het Haagse Aandachtscentrum is een mooi voorbeeld van hoe vrijwilligers uit allerlei kerken samen iets ondernemen. In de week van Gebed voor de Eenheid zijn er gezamenlijke diensten. De Vredesweek is een initiatief van diverse richtingen. Wat in Den Haag wat mij betreft nog moet, zijn gezamenlijke vieringen op 4 en 5 mei en op 15 augustus, de herdenking van de capitulatie van Japan. En een jaarlijkse oecumenische viering.’

Het is niet verwonderlijk dat Veen ook bestuurslid is van Solidaridad, een oecumenische organisatie die structurele armoede wil bestrijden en vrede en gerechtigheid wil bevorderen. ‘Solidariteit voor elkaar hebben, vraagt om een houding om in de ander de Ander, God te ontdekken. In de oecumene doet de dienst aan de wereld ertoe. Naast het vieren in de kerk is ook de zichtbare aanwezigheid van belang. Laat het in de kerk ook gaan over sociaal ethische kwesties zoals vragen over onrecht en geweld. En vooral niet teveel over kerkgebouwen en regels. Het geloof moet geleefd worden, zo ook de oecumene. Een kerk is geen kerk als het er niet gaat om de liefde voor de ander. Dat zeg ik niet vanuit een moralistisch standpunt, maar omdat de Eeuwige er is, die voor ons het goede leven voorheeft.’

 

 

| |