Menno Simonszoon: geloof, hoop en twijfel uit het hoge Noorden
Door Nelleke de Jong – van den Berg
Gepubliceerd oktober 2011, jaargang 15, nr. 139
agenda Het is 450 jaar geleden dat Menno Simonszoon overleed. Hij is de grondlegger van de huidige doopsgezinde gemeenten, die bekend zijn vanwege hun pacifistische instelling. In oktober speelt Keest Posthumus Menno in Den Haag.
Na voorstellingen over de reformatoren Calvijn en Arminius brengt verhalenverteller Kees Posthumus nu een spektakel over Menno Simonsz, samen met accordeonist Juul Beerda. Menno is de 450 jaar geleden overleden Friese grondlegger van de huidige doopsgezinde gemeenten.
Worsteling
Kees Posthumus vertelt: ‘Menno was geen theoloog. Hij was een boerenzoon uit de klei die katholiek priester werd. Hij kon bot zijn, en behoorlijk schelden. In de voorstelling blijkt zijn “robuuste karakter” uit het liedje waarin hij Geertruid, de vrouw van zijn dromen bezingt: “Wat een tieten! Wat een kont!” Weinig fijnbesnaard. Daarom zeggen we ook, met een knipoog: “De voorstelling kan schokkende teksten bevatten.”
Maar veel belangrijker was dat hij twaalf jaar getwijfeld heeft over zijn “uitgang uit het pausdom”. In zijn hart was hij allang doopsgezind, maar ja, hij zat comfortabel in zijn pastorie in Witmarsum.
Na afloop van de voorstelling in Franeker sprak een vrouw me aan – in het Fries: dat we dat gewraksel, die worsteling van Menno, zo goed lieten uitkomen. In die eer deelt regisseur Heleen Hennink. Pas op driekwart van de voorstelling hakt Menno de knoop door.
In het laatste deel zie je hoe hij als opgejaagde banneling vermaningen [doopsgezinde kerken, red.] afreist om “de boel bij elkaar te houden”. Vaak zonder succes, want naast tegenstand van buiten was er ook binnen de doopsgezinde gemeenschap verdeeldheid. Steeds opnieuw moest hij in debat. “Nee hè, wie nu weer?” We beelden dat in de voorstelling uit met een bingo – waarbij mooie prijzen te winnen zijn. Ik houd erg van zo’n stijlbreuk.’
Geweldloosheid
‘De gewelddadigheden die onder wederdoper Jan van Leiden tussen 1534 en 1536 in Münster hadden plaatsgevonden, hingen de doopsgezinden als een molensteen om de nek. Ze móésten de steven wenden, en Menno heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Dat die keuze niet alleen idealistisch, maar ook strategisch was (“We zijn met weinig, ze hakken ons in de pan als we ons verzetten”), doet daar niets aan af.
Het thema van de geweldloosheid komt tegenwoordig tot uiting in de inzet van de doopsgezinden in de Palestijnse gebieden, Zuid-Amerika en Irak. En in hun inzet voor mediation. In de voorstelling zie – en hoor – je het terug in het liedje “Ik zeg adieu”. Menno zingt over zijn geloofsgenoten die naar de brandstapel of het schavot worden geleid. Hij zingt het een beetje beschonken, maar daaronder zit het verdriet: “Geroerd ben ik van binnen… geweld zullen wij mijden.”
Ik herken mezelf in hem. Ik deel de overtuiging dat de christelijke traditie geweldloos hoort te zijn. Toen ik op mijn zeventiende militaire dienstplicht wilde weigeren, heb ik veel steun gehad aan het Doopsgezind Vredesburo. Ze hielpen me om van een intuïtieve overweging tot een weldoordacht besluit te komen. Ook míjn overtuiging werd uiteindelijk sterker dan mijn angst voor het onbekende.’
Zaterdag 15 oktober,15 uur, Doopsgezinde Kerk.
Menno Simonszoon, 65 jaar in 5 kwartier
1496 geboren in Witmarsum (Friesland)
1516 priester gewijd in Utrecht
1524 kapelaan in Pingjum (vlak bij Witmarsum)
1532 pastoor in Witmarsum
1535 broer Pieter wordt in Bolsward onthoofd omdat hij zich had laten ‘wederdopen’
1536 laat zich (weder)dopen
1539-1554 verschillende boeken: Fundamentenboek, Van de geestelijke verrijzenis, Over Psalm 25 en Uitgang uit het Pausdom
1561 gestorven in Bad Oldesloe (Duitsland)
Kees Posthumus speelt ‘De Bijbel in een uur’
Eerder deze maand speelt Kees Posthumus ook in De Boskant. Hij brengt dan zijn voorstelling ‘De Bijbel in een uur’.
Vroom en vrolijk komen in een hoog tempo nieuwe versies van aloude bijbelverhalen voorbij, van Genesis tot voorbij Pasen.
Centraal staat het verhaal over de uittocht uit Egypte, ‘Inpakken en wegwezen’. De andere verhalen zijn: ‘De krekel en de schildpad’, ‘De aankondiging van de engel Gabriel aan Maria’, ‘Zap-Lucas’ en ‘Naar Emmaüs’. Het gedicht ‘De eerste dans’ sluit de voorstelling af.
Maandag 10 oktober, 19.30 uur, De Boskant, Fluwelen Burgwal 45.





Sociale media
Follow @KerkDenHaag