Tien jaar straatpastoraat
Met al je plastic tassen naar de daklozenkerk
Door Maarten Das
Gepubliceerd november 2011, jaargang 15, nr. 140
reportage Voor dak- en thuislozen is er iedere vrijdag een viering en een maaltijd, uitgaande van het Straatpastoraat. Het geloof is belangrijk voor deze groep, weten vrijwilligers en straatpastores.
Het is schitterend nazomerweer. Vrijwilligers hebben tafels neergezet op het plein van het Stadsklooster en de Carolusschool aan het Westeinde. Hier houdt het Straatpastoraat zijn wekelijkse maaltijd, vandaag bij uitzondering buiten in plaats van binnen. Wél binnen is de viering die voorafgaat aan het eten. Een wenteltrap leidt langs blauwe en witte tegeltjes en lieflijke beelden van Jezus en Maria naar de prachtige kapel, met donkerbruin hout en kleurrijk glas-in-lood.
Het Straatpastoraat biedt inmiddels tien jaar geestelijke ondersteuning aan dak- en thuislozen, verslaafden en andere ‘sociaal kwetsbaren’. De stichting ontstond op verzoek van een aantal drugsverslaafden die behoefte hadden aan pastorale ondersteuning bij ziekte en sterven. Later veranderde de naam van Drugspastoraat in Straatpastoraat, zodat een bredere groep zich er thuis kon voelen.
Dranklucht
Op deze laatste vrijdagavond in september verzamelen zich zo’n dertig mensen in de kapel. De één met volle plastic tassen, een ander met haar trouwe hondjes, een enkeling stil in een hoek. Her en der dranklucht, rumoer. Maar de aandacht is er als twee bezoekers het eerste hoofdstuk uit Genesis voorlezen. Even later toont pastor Klaas Koffeman een afbeelding van de eerste letter uit Genesis, de beth, een woord dat ‘huis’ betekent. Zijn collega Mariëtte Brekelmans maant af en toe een luidruchtige bezoeker tot kalmte.
De liturgie is eenvoudig, maar doeltreffend. Er is veel ruimte voor eigen inbreng. De bezoekers mogen hun gebedsintenties opgeven en naar voren komen om een kaars aan te steken. Een vrijwilligster verzekert me even later tijdens de goed verzorgde driegangenmaaltijd dat het geloof voor veel dak- en thuislozen belangrijk is. Klaas Koffeman beaamt dit. ‘Hun blijk van woede, wanhoop, maar ook vreugde is heel direct. De mensen die hier komen, leiden vaak een rauw bestaan. Dat zie je terug in hoe ze zich uiten. De betrokkenheid bij onze vieringen is groot. Velen ervaren de vieringen bovendien als een rustpunt, omdat ze verlopen volgens een vast stramien, met bekende liederen.’
Warm bed
Koffeman kwam drie jaar geleden bij het Straatpastoraat. Af en toe vindt hij het werk moeilijk. ‘Dan fiets ik naar huis en weet ik dat er een warm bed voor me klaarstaat, terwijl ik net nog iemand heb gesproken die weer een plek in de bosjes moet zoeken. Dat schrijnt. Ik weet wel dat niemand er beter van wordt als ik zelf ook in armoede zou gaan leven, maar toch.’
Op het zonovergoten schoolplein is veel interactie. Handen worden geschud, oude bekenden vragen hoe het gaat. Koffeman: ‘Als Mariëtte en ik bij de diverse opvangcentra komen, altijd op vaste momenten, hoeven we geen moeite meer te doen om in gesprek te raken. Dat gebeurt spontaan, maar de bezoekers kunnen ook een afspraak maken. Daarin werken we zonder drempels. Als iemand zich om wat voor reden dan ook niet aan een afspraak houdt, zeggen wij niet, zoals veel hulpverleners: daar is het gat van de deur. We spreken ze wel aan op hun gedrag, maar iedereen blijft welkom.’
Terwijl het langzaam donkerder wordt en afkoelt, nemen de maaltijdgasten afscheid. Een enkeling blijft voor een gesprek. Het schoolplein is weer leeg, en in de stad begint het weekeinde.





Sociale media
Follow @KerkDenHaag