Archief
Jaargang:

Met eeuwen kou in mijn gebeente

Door Rob van Essen
Gepubliceerd december 2011, jaargang 15, nr. 141

In-druk

Tijdens de Advent wachten we op het verlossende Woord. Hoe verlossend een woord kan zijn, hebben we allemaal wel eens ervaren. Je komt voor de uitslag van een onderzoek en de dokter zegt: ‘Niet kwaadaardig.’ Een verlossend woord: gebukt ging je op weg, opgericht keer je naar huis terug. Na een zwangerschap met complicaties zegt de verloskundige: ‘Wat een prachtige meid!’
Met recht een verlossend woord.

Wat zouden we zijn zonder mensen die goede woorden spreken? De dichter Gerard den Brabander schreef eens: ‘Ik sta met eeuwen kou in mijn gebeente.’ Mensen kunnen lijden onder de kou van het leven. Menigeen ziet tegen de feestdagen op, omdat het stil wordt om hen heen. De kerkgang is voor buitenkerkelijken met Kerst niet alleen een hang naar romantiek, maar ook een verlangen naar warmte die je wezen doorgloeit. Een hartelijk welkomstwoord is dan soms genoeg!
De mens is niet compleet zonder een mens tegenover zich, zegt het oude verhaal. De medemens die ánders is dan jij, waardoor je je laat verrassen en verrijken. Ik weet van een vluchteling die rond de Kerst in de tram werd aangesproken door een wildvreemde. Het was voor hem of de hemel open ging. Het paradijs, dat is woord en wederwoord.

Rampzalig is het als het woord dat de waarheid aan het licht zou moeten brengen, mensen en relaties verleugent. Dan worden mensen vastgepind op wat ze ooit zeiden, geëtiketteerd vanwege een gebrek of daad. Ze zijn alleen nog patiënt, ex-gedetineerde of allochtoon. Dat vereenzaamt je pas echt, zulke woorden zaaien verwoesting (vrij naar Huub Oosterhuis).
Het woord is in de Bijbel dan ook evocatief: het roept op! In de chaos van woest en doods roept Gods woord het licht in het aanzijn. Het woord is als een kapmes dat een weg baant door de jungle. Het licht je bij en toont je een weg, waar misschien nog niemand ging. Het licht is creatief. Het brengt niet alleen aan het licht, maar creëert een nieuwe werkelijkheid. Gods ‘ja’ ontneemt deze wereld, ondanks alle duisternis, het karakter van een spookhuis. Door zijn verlossende woorden gaan er lichten aan en wordt wat kitsch en bedrog is ontmaskerd. Hij laat zien dat het anders kan. Hij neemt de lammen bij de hand en zegt: je kunt lopen! De blinde ogen raakt hij aan en hij zegt: je kunt zien! Zijn woord is het herscheppende licht waarin mensen opleven.

Wij mensen zijn meer dan ons tekort, meer dan onze handicaps. In de kerk lag in het verleden helaas een zwaar accent op het zondaar-zijn, alsof er niets méér over een mens te zeggen valt. Over eeuwen kou in het gebeente gesproken. We zijn namelijk in eerste instantie in het beeld Gods geschapen, we zijn sprekend God. Daar worden we dan ook op aangesproken en toe uitgelokt.
Jezus komt in de wereld om te voorschijn te roepen wat verloren leek.
Ik wens u een maand toe van echte ontmoetingen, van woord en wederwoord, van warmte in je botten!

| |