Met vuur spelen
Door Rob van Essen
Gepubliceerd mei 2011, jaargang 14, nr. 136
Vurige tongen, een geweldige gedreven wind en spreken met woorden die door mensen uit alle windstreken verstaan worden. Wie een beetje thuis is in de bijbel herkent er het verhaal in van Mozes, die op de berg Sinaï de ‘Tien woorden’ ontvangt. Vuur, storm en woorden die volgens een rabbijnse overlevering in zeventig talen gegeven werden. God gunt zijn woorden, hoe in vrijheid te leven, immers aan alle mensen.
Pinksteren is het feest van de vrijheid. Zonder woorden die de weg wijzen eindig je in onvrijheid. Vrijheid daalt niet als regen over mensen neer, maar die gun je elkaar. Het was voor mij een echt een ontdekking – openbaring? – hoe wezenlijk taal in dat proces is.
Was het niet de taal die ooit een nieuwe wereld voor je aan het licht bracht? Stamelend begon het – bij mij – , met ‘Aap, noot, Mies’. Allengs werd het een wereld waaruit ik niet meer weg te slaan was. Ten slotte had ik alle boeken van de (lagere) schoolbibliotheek gelezen, behalve die die volgens de hoofdonderwijzer ‘niet geschikt’ voor mij waren. En ik herinner mij nog de boekenkast met glazen deuren ervoor bij een ‘rijke’ oom. Wat wilde ik graag in zijn schatten doordringen! Van een buurvrouw kreeg ik alle deeltjes van Karl May en weken vertoefde ik op de wijde prairies. Daar kan geen ‘tweet’ tegenop.
Op de ‘Bijbelclub’ hoorde ik als vijfjarige de bijbelverhalen voor het eerst. Tot de huidige dag herinner ik mij het afgrijzen dat mij vervulde toen ik hoorde over de man die neergeslagen werd op een eenzame weg. En dat er mensen zomaar doorliepen, zonder hem te helpen! Waarschijnlijk schokte het mij meer dan de beelden van de verwoestingen in Japan mij nu doen. Reiken woorden soms dieper dan beelden? Veel ‘beelden’ van mijn verleden draag ik niet mee. Maar er zijn wel veel woorden en verhalen gebleven. Mijn juf van de eerste klas, ik weet niet meer hoe ze eruit zag. Maar wat luisterden we ademloos naar Abeltje, de liftboy die een reis maakt in die verre, vreemde wereld.
Woorden, liederen, je draagt ze een leven mee. Zoals die man die mij in het bejaardentehuis bij zich liet roepen. Hij had ‘er nooit wat aan gedaan’, maar de woorden lieten hem niet los. Het lied dat moeder voor hem zong toen hij klein was: Daar ruist langs de wolken een lieflijke Naam. Of ik het niet gek vond dat hij zich alsnog op die Naam wilde verlaten. Het was een heuse bekering, maar zonder te verloochenen waarvoor hij geleefd had. In de aula klonken op zijn verzoek Daar ruist en het socialistisch strijdlied De Internationale. De organist had er minder moeite mee dan sommige familieleden.
In deze tijd van tweets en mails is het zaak je te realiseren wat voor diepe indruk woorden kunnen achterlaten. Steeds beter begin ik te begrijpen waarom Jezus zei dat van elk woord verantwoording gevraagd zal worden. Goed te beseffen dat je, in de kerk en daarbuiten, met vuur speelt. Woorden, ze verwonden en bevrijden.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag