Migrantenkerken: American Protestant Church: ‘Een gezamenlijke herberg waar je tijdelijk woont’
Door Jesse Budding
Gepubliceerd januari 2011, jaargang 14, nr. 132
reportage De Amerikaanse protestantse kerk in Den Haag is in allerlei opzichten een smeltkroes. Er komen meer dan veertig nationaliteiten, en het ledenbestand wisselt voortdurend.
Daar staat-ie dan: het gebouw van de American Protestant Church, vlak voor het Atomium in Brussel. Op de wereldtentoonstelling van 1958, wel te verstaan. ‘Ze hebben de kerk toen steen voor steen uit elkaar gehaald, naar Den Haag vervoerd en in het Benoordenhout weer opgebouwd’, weet voorganger Tim Blackmon.
Ongeveer een jaar eerder was de Amerikaanse protestantse gemeente haar diensten begonnen, eerst in de Nieuwe Kerk, daarna in de toenmalige kapel van het Bronovoziekenhuis. ‘Na de Tweede Wereldoorlog kwamen namelijk steeds meer Amerikanen naar Den Haag’, vertelt Blackmon. ‘Personeel van de ambassade, Shell, Esso.’
Blackmon groeide in het Benoordenhout op. Na er twintig jaar te zijn weggeweest, keerde hij als voorganger terug. ‘Ik kwam nog wel oude bekenden tegen, maar de kerk was gigantisch veranderd. Om de drie jaar wisselt veertig procent van de leden; meestal zijn het expats. Tegenwoordig komen er ook werknemers bij van instanties als het Internationaal Strafhof en het OPCW (de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens – red.). Het aantal kerkgangers is toegenomen, we hebben ‘s zondags nu drie diensten.’
Het lukt gewoon
Het blijkt een misverstand dat het alleen om Amerikanen gaat. ‘Momenteel is een kwart van de kerkleden Amerikaan’, schat Blackmon. ‘In onze kerk zijn veertig, vijftig nationaliteiten vertegenwoordigd. Drie- à vierhonderd mensen bezoeken onze zondagsdiensten, zevenhonderdvijftig zijn actief lid. Velen kerken namelijk maar twee keer per maand, omdat ze in het weekeinde vaak reizen. Maar er is een vaste kern van dertig procent, dat geeft stevigheid.’
Afgezien van de vele nationaliteiten, behoren de leden ook tot uiteenlopende denominaties. ‘Best interessant’, vindt de voorganger. ‘Laatst hadden we een seminar over de doop. Nigeriaanse katholieken bleken hun kind niet te willen dopen, maar op te dragen. Een Nigeriaans gezin dat net tot hernieuwd geloof was gekomen, lid van een pinksterkerk, wilde juist wel gedoopt worden. Een lutherse Amerikaanse wilde graag dat haar kind bij ons belijdenis deed. En een Nederlands gezin wilde hun kind laten dopen. Dat alles vindt dan in één dienst plaats; het lukt gewoon. Het is een gezamenlijke herberg waar je tijdelijk woont. Je verwacht dat andere mensen anders zijn, maar het basisidee van het evangelie staat voorop.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag