Archief
Jaargang:

Natuur heeft geen waarde

Door Paul Makken
Gepubliceerd april 2011, jaargang 14, nr. 135

Vondst

Iemand die het zou kunnen weten, namelijk een ecoloog van de Universiteit Wageningen, vertelde me dat het tegenwoordig wel goed zit met de relatie tussen mens en natuur. We voelen ons namelijk niet langer heersers over al wat groeit en bloeit. We zijn zelfs van mening dat we geen rentmeester zijn. Nee, we voelen ons deel van de natuur.  Er zal een doorwrocht onderzoek achter deze conclusie zitten, maar het lijkt me decadente onzin.
Net zulke onzin als de rabiate natuurbeschermer die beweert dat hij vooral aan het welzijn van de mensheid denkt wanneer hij actie voert voor behoud van de natuur. Ik heb het hem horen zeggen op de radio. Maar ik geloof hem niet.

We komen voort uit de natuur en we zijn ervan afhankelijk, maar we zijn niet één met de natuur. We voelen ons pas deel van de natuur als we veilig en gevoed zijn. Dus als we ons voldoende kunnen beschermen tegen overstromingen, regen, wind en brand. En als we voldoende voedsel kunnen onttrekken uit de natuur. Pas vanuit die comfortabele positie kunnen we ons, lekker ingepakt in een winterjas en met koffie met appelgebak in het verschiet, één voelen met duin, wolk, wind en zee.
Om die staat van gelukzalige (voedsel)veiligheid te bereiken, moeten we de natuur eerst onderwerpen en benutten. Maar dat gebeurt steeds meer buiten ons gezichtsveld. Niet op de plekken waar we voor ons esthetisch genoegen genieten van de natuur.

Pas wanneer we ons helemaal los hebben gemaakt van de natuur en alleen op Discovery Channel kunnen kijken naar staaltjes van de immorele meedogenloosheid van de natuur (Predators in action!), pas dan gaan we filosoferen over de intrinsieke waarden van de natuur. Over de waarde die de natuur op en voor zichzelf heeft.

Misschien dat er daarom vrij weinig te vinden is in de bijbel over onze verhouding tot de natuur. Behalve de boodschap dat we het op een duurzame manier moeten beheren– voor ons en ons nageslacht. Natuur had alleen waarde als schepping van God. En als zodanig hadden we een relatie met natuur. Maar geen warme relatie. Want natuur is hard en meedogenloos. En als je je bestaan bij elkaar moet schrapen op akkertjes, komt de inspiratie om je te verbazen over natuurschoon nu eenmaal niet vanzelf.

Pas toen het tot ons doordrong dat de natuur het echt kan begeven, dat ecosystemen kunnen instorten en dat ook de mens risico loopt deel te nemen aan het grote sterven dat in de natuur heel gewoon is, pas toen kreeg natuurbescherming een morele lading. Dat moment is aanwijsbaar.
Na het rapport van de Club van Rome over de dreigende ecologische rampen (Grenzen aan de groei, 1972) werd  bescherming van de natuur gezien als essentieel voor de mens. En daarmee kreeg natuur ook een diepere religieuze lading. In 1982, een decennium later, werd St. Franciscus door paus Johannes Paulus II tot patroonheilige van de natuurbescherming uitgeroepen.

| |