Walther Burgering tot diaken gewijd
Nieuwe diaken en gevangenispastor: 'Geest inblazen, ook in gebroken levens'
Door Henk Baars
Gepubliceerd december 2009, jaargang 13, nr. 121
Interview Walther Burgering wilde graag dat de bisschop hem wijdde als diaken. Hij blijft pastor in de gevangenis van Scheveningen.
Zestig gabbertjes uit de niet zo geprivilegieerde klasse had rooms-katholiek theoloog Walther Burgering ooit onder zijn hoede, als diaconaal jongerenpastor. Van daaruit kwam hij in het justitiepastoraat terecht, in de volksmond ook wel gevangenispastoraat. Eerst werkte hij in Veenhuizen, een penitentiaire inrichting voor langgestraften. Hij deed veel ervaring op met gedetineerden met gedrags - en persoonlijkheidsstoornissen en leerde dat pastoraat een ‘terreurvrije ruimte’ was.
Beroepsgeheim, het hebben van tijd voor mensen en de vrije ruimte die ontstaat in een gesprek onder de ogen van God zijn de kernfactoren van het pastoraat. Een psycholoog heeft gemiddeld tien minuten voor een gedetineerde. ‘Maar de ziel gaat dieper dan de psyche. Het gaat om datgene in jou wat ook betrokken is op God. De levensgeest dient opnieuw ingeblazen te worden, juist in gebroken levens.’
Man Gods
Na Veenhuizen werkte Burgering in de Scheveningse gevangenis. Na een kort uitstapje in de vreemdelingenbewaring van Alphen aan de Rijn is hij weer terug op Scheveningen, in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum en het enige gevangenisziekenhuis in Nederland.
Behalve het voeren van individuele gesprekken bestaat het werk uit het ‘draaien’ van gespreksgroepen en het leiden van de wekelijkse goed bezochte vieringen, ‘met hulp van fantastische vrijwilligers’. Voor Burgering is het krijgen van vertrouwen van bewakend personeel en gedetineerden het belangrijkst. ‘Er moeten nog mensen zijn die te vertrouwen zijn. In hun ogen ben je een man Gods.’
Doopsel en huwelijk
Onlangs is hij door bisschop A.H. van Luyn tot diaken gewijd. Beter gezegd: tot permanent diaken. Dat is een r.k. kerkelijke term, die aangeeft dat hij het samenlevingsgeoriënteerde werk gaat doen dat samenhangt met het diakenambt zoals het oorspronkelijk in de kerk bedoeld was. De functie ‘permanent diaken’ is onder meer een vrucht van het Tweede Vaticaans Concilie. Dat komt goed overeen met het protestantse ambt van diaken. Maar Burgering blijft diaken voor ‘eeuwig’, niet te verwarren met de wijding tot diaken van een kandidaat die opteert voor het priesterschap. Een priester hoort celibatair te zijn. Burgering is getrouwd en zijn vrouw ondertekende mede de uitnodigingskaart voor de wijding.
Waarom deze stap als de mensen voor wie hij werkt het verschil niet zullen opmerken? Het is in zekere zin een ‘binnenkerkelijke stap’, zo geeft hij aan. Fundamenteel voor hem is dat hij zich meer gezonden voelt door de bisschop, die nu eenmaal de rooms-katholieke kerk vertegenwoordigt. ‘Het is het instituut dat je zending valide maakt. Ik merkte gaandeweg dat ik meer hing aan die validiteit, dan ik zelf voor mogelijk hield. Daarnaast mag ik nu het sacrament van het doopsel en huwelijk toedienen, wat in de gevangenis nog wel eens voorkomt. Verder sta je dichter bij het beleid, dichter bij de bisschop. Je hebt meer invloed. Het is ook een strategische overweging. Misschien dat ik meer last krijg van loyaliteitsconflicten, maar daartegenover staat een bredere kerkvertegenwoordiging in mijn werk.’
Wordt Walther nu lid van ‘een foute mannenclub’? Want vrouwen zijn niet toegelaten tot het ambt, terwijl ze hetzelfde werk doen. ‘Nee’, zegt hij, ‘een keuze voor de wijding is niet automatisch een keuze tegen de vrouw in het diakenambt. Ik heb een paar vrouwelijke collega’s gevraagd mij scherp te houden. Aan het werk gaan in de kerk is de enige manier om veranderingen te bewerkstelligen. Ik voel het als mijn opdracht het verschil in waardering tussen gewijden en ongewijden te verminderen.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag