Veertig jaar stichting Nieuwe Kerk
Nieuwe Kerk wacht op nieuwe impulsen
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd april 2011, jaargang 14, nr. 135
recensie Over de Nieuwe Kerk aan het Spui is een mooi uitgegeven boek verschenen met gevarieerde historische informatie.
De Nieuwe Kerk aan het Spui is een van de beeldbepalende kerkgebouwen van Den Haag, maar een goed gedocumenteerd boek over de bouwkundige kwaliteiten en de restauraties in de twintigste eeuw was er nog niet. Dat is er nu wel. Ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de Stichting Nieuwe Kerk is een bundel verschenen met bijdragen over de bouwgeschiedenis en architectuur, de klokken en het orgel, over kerkelijke gebruiken in de achtttiende eeuw, en over wat genoemd wordt ‘verval, restauratie, verbouwing en huidig gebruik’.
Om met dat laatste te beginnen: het gebouw wordt geëxploiteerd door de Utrechtse Jaarbeurs. Ten behoeve van de muziekuitvoeringen is het interieur in 1997 voorzien van opzichtige glaspanelen die aan kettingen hangen, waardoor de sfeer nu het midden houdt tussen een moderne concertzaal en een historische kerk. In het boek klinkt merkwaardig genoeg geen onvertogen woord over deze brutale ingreep. Alleen wordt vermeld dat de gemeente Den Haag daartoe is overgegaan tegen het advies van de staatssecretaris van cultuur in, die het bouwen van een ‘akoestische ruimte’ een ‘zeer ernstige aantasting van de belevingswaarde van het monumentale interieur’ vond. De bezoeker oordele zelf.
Centraalbouw
Dan is het verleden een betere aanleiding om bij stil te staan. De Nieuwe Kerk is in 1656 door Pieter Noorwits als eerste Haagse kerk specifiek voor de protestantse eredienst gebouwd. De Grote Kerk en Kloosterkerk waren voormalige rooms-katholieke kerken.
De Nieuwe Kerk werd als ‘centraalbouw’ ontworpen, een vorm die in die tijd, en ook later nog wel, bij uitstek geschikt werd gevonden voor een protestantse kerk. De kansel staat daar in het midden, en alle gelovigen stonden of zaten er in een wijde kring om heen, om toch geen woord van de preek te hoeven missen.
De bouw werd nodig geacht, omdat Den Haag in die jaren groeide, evenals de belangstelling voor het protestantisme. Overigens wordt de mythe weer eens doorgeprikt dat na de Tachtigjarige Oorlog de hele Republiek, van hoog tot laag, calvinistisch zou zijn. De publieke (gereformeerde) kerk in Den Haag telde rond 1650 4.000 lidmaten op een inwonertal van 18.000, nog geen kwart van de bevolking. De kerk, die verrees in het buurtje Padmoes aan het Spui, bood in totaal plaats aan 1400 bezoekers. Het meest spectaculaire onderdeel van het gebouw is de houten kap met een vrije overspanning van bijna zestien meter, die rust op zijkapellen.
Zware last
Even lezenswaardig als de bouwgeschiedenis is het relaas over de lotgevallen in de twintigste eeuw. Vanaf 1913 moet het gebouw als een zware last hebben gedrukt op de financiën van de Haagse hervormde gemeente. Het ene restauratieplan volgde op het andere en steeds weer kwamen andere gebreken aan het licht. Rond 1960 raakte bovendien het stadscentrum ontvolkt. En Nederland ontkerkelijkte.
Het aardige van het boek is, dat voor het eerst de man in het zonnetje wordt gezet die vanaf eind jaren vijftig heeft geprobeerd er nog het beste van te maken. Het was ds. J.H. Boerlijst, die vele initiatieven heeft genomen om het gebruik van de kerk uit te breiden, naast de kerkdiensten. Toen hij in Den Haag kwam, trof hij een Nieuwe Kerk in verval aan, waar het ’s winters niet warmer kon worden gestookt dan tien graden. De tijd had er stilgestaan: de verlichting kwam nog van gaslampen.
Bach-cantatediensten
Boerlijst is de bedenker geweest van kerkdiensten waarin een cantate van Bach werd uitgevoerd. Deze Bach-cantatediensten zouden later naar de Kloosterkerk verhuizen. Verder hield hij padvindersjeugddiensten. Gezegend met gezond commercieel inzicht stelde hij ook een culturele commissie in, die het gebruik van de kerk voor concerten en andere evenementen propageerde. ‘Wanneer een plan niet door kon gaan, kwam dominee Boerlijst onvermoeibaar met nieuwe ideeën: bestemming als centraal kerkgebouw voor bijzondere diensten, wijkcentrum voor de omgeving, enzovoort.’ Nadat de kerk in 1967 was gesloten, vertrok hij naar Ridderkerk.
Zijn plan om de Nieuwe Kerk voor bijzondere stedelijke diensten te gebruiken, is in de zomer van 2009 verwezenlijkt, toen er een dienst werd gehouden in het kader van de Haagse kerkendagen. Iedereen was vol lof, maar tot een herhaling is het nog niet gekomen. Misschien is het wachten op een nieuwe Boerlijst. In ieder geval is het gebouw van de Nieuwe Kerk, dankzij het onvermoeibare werk van de jubilerende stichting die het gebouw namens de protestantse gemeente beheert, nu in puike staat. Nu alleen nog die foeilelijke panelen in de afvalbak.
Uit Padmoes verrezen, De Nieuwe Kerk in Den Haag. Uitgave Matrijs, prijs € 19,50.






Sociale media
Follow @KerkDenHaag