Onbevreesd op Eijk en Duinen
Door Rob van Essen
Gepubliceerd januari 2012, jaargang 15, nr. 142
De liefde voor science fiction(SF) begon bij mij nadat een vriend mij Ver van de zwijgende planeet van C.S. Lewis leende. Ik las het in 1965 als leerling-verpleger tijdens mijn nachtdienst en werd gefascineerd door de combinatie van fantasie en theologie. Lewis, gestorven in 1963, schreef de Narnia sprookjes (recent zijn enkele verfilmd), die ik allemaal heb voorgelezen aan mijn kinderen.
In Wheaton (USA) is een klein museum aan hem gewijd, waar de (betoverde) kleerkast staat uit het gelijknamig verhaal. Toen ik er was en er niemand keek, kon ik het niet laten de achterwand te inspecteren. Was er wellicht nog steeds een deur naar het land Narnia? Helaas, de magie bleek uitgewerkt. In zijn sprookje en science fiction verhalen verwerkt Lewis, ook verstaanbaar voor mensen die de Bijbel niet kennen, belangrijke thema’s van het geloof.
Op een soortgelijke wijze deed Tolkien dat met zijn In de ban van de ring, ook geheel door mij voorgelezen aan tafel. Het gaat om de strijd tussen goed en kwaad, waarbij het kwaad niet alleen gevonden wordt in de van buiten komende schepsels of aliens. Voor mij staat SF dan ook niet gelijk aan invasies van marsmannetjes of intergalactische gevechten.
In 1972 vond ik in mijn boekhandel, tussen de SF, het boek De planeet die aarde heette. In de USA uitgegeven door een theologische uitgeverij. Ik dacht een boek gevonden te hebben in de sfeer van Lewis en Tolkien, maar werd snel teleurgesteld. Op grond van het boek Openbaring en wat losse bijbelteksten voorspelde de schrijver – Hal Lindsey – dat Jezus spoedig zou komen en de wereld daarna in de ellende gedompeld zou worden. Op kaartjes in het boek was te zien hoe de communistische Sovjet Unie Israël en het Westen zou aanvallen, zodra de EEG uit tien staten zou bestaan.
De Sovjet Unie is uiteengevallen, de Europese gemeenschap is inmiddels bijna verdubbeld, maar van de heer Lindsey is weinig meer vernomen. Zelfs geen excuus voor de apocalyptische bangmakerij. Maar nog steeds zijn er mensen die, met de bijbel in de hand, het einde voorspellen. Na de val van het communisme werd het de oprukkende islam en inmiddels verwelkomen sommigen de economische crisis blijmoedig als bewijs van hun gelijk dat het met deze wereld niets meer wordt.
Aan het begin van het nieuwe jaar moeten we ons door zulke profeten maar niet in de war laten maken. We hebben al genoeg kopzorg, de rampen en gerichten uit Openbaringen kunnen we daar niet bij hebben. Trouwens, net zo min als je via een kast in Narnia komt of door het vernietigen van een ring de wereld redt, zullen er bazuinen klinken en graven opengaan op Eijk en Duinen.
De apocalyptische boeken zijn geschreven als een troostend beeldverhaal voor vervolgde en bange mensen. Niet geschreven om mensen de stuipen op het lijf te jagen of als nieuwsbulletin aan de man te brengen. Verhalen vol verbeeldingskracht zijn het. Niet om onze nieuwsgierigheid naar de toekomst te bevredigen, maar opdat we zouden bidden en werken zolang het dag is.
Een gelukkig nieuwjaar!
Om moedig geloof
Gij, diep in mij verborgen,
Woord van onstilbaar verlangen:
Ik zoek de oase van vrede,
uw voetspoor in onze tijd.
Geef ons niet prijs aan de angst
voor wat nieuw en anders is.
Laat het kind in mij niet sterven
dat zich op de nieuwe dag verheugt.
Woord van onstilbaar verlangen,
doe ons beseffen dat vrede gedeeld,
en de ontmoeting gezocht moet worden.
Respect oefenen voor elkaar - juist nu -
vraagt om mensen die van zegenen weten.
Laat onder ons bloeien, o Eeuwige,
uw oase van vreugde en moedig geloof.
Dat wij daar niet vergeefs om roepen!
Rob van Essen




Sociale media
Follow @KerkDenHaag