Archief
Jaargang:

Oog en oor

Door Margreet Klokke
Gepubliceerd januari 2011, jaargang 14, nr. 132

Bijbels qrs

Iemand vertelde me, dat er één bijbeltekst was, waar ze uit leefde. Dat was een regel uit Psalm 32. Daarin laat de dichter God zeggen: Mijn oog is op u. Soms stond ze met dit zinnetje op. Dan deed ze de gordijnen open, zag het licht naar binnen komen, en dacht: Mijn oog is op u. Soms moest ze eraan denken, als ze naar het portret keek van haar overleden man: Mijn oog is op u. En soms kwamen deze woorden ook in haar op, als ze zich midden in massa mensen bevond – op de Haagse Markt bijvoorbeeld – : Mijn oog is op u.

De bijbelschrijvers gebruiken vaak menselijke beelden, wanneer zij over God vertellen. Zoals zij kunnen zeggen, dat Gods oog op hen rust, kunnen zij hem ook vragen, om zijn oor tot hen te neigen. Zij hebben het over zijn mond, die tot hen spreekt, over zijn handen die hen leiden, en over de mantel van zijn licht die soms even zichtbaar wordt aan de hemel. Maar – en dat is opvallend – zij combineren deze beelden nooit met elkaar. Geen enkele keer heeft hun God dit alles tegelijk: ogen, oren, mond, handen en een mantel. Hij is voor hen geen man op een wolk. Zij beseffen terdege, dat hij hen verre te boven gaat.
Waarom gebruiken zij dan toch dit soort menselijke beelden? Het is een manier van een ervaring onder woorden brengen. Ze hebben het gevoel, dat ze de Eeuwige soms even ontmoeten. Dan voelen zij zich als een ‘jij’ tegenover een ‘Ik’. Over dit moment kunnen zij niet in abstracte termen spreken. Het is voor hen iets persoonlijks. Zij voelen zich gezien, gehoord, aangesproken of vastgehouden. En ook al kunnen zij die Ander niet zien, toch was deze ontmoeting even reëel voor hen als die van mens tot mens. 

Een dergelijke ontmoeting kan heel verschillende verschijningsvormen hebben. De vrouw met wie dit stukje begon, ervoer enkel dat ze op een bijzondere manier gezíen werd, als ze alleen was of zich alleen voelde. Van een ander weet ik, dat hij dit juist kan beleven in kerkdiensten. Dan wordt er iets gezegd in de preek of in de gebeden, dat precies aansluit bij wat hem op dat moment bezighoudt. En van een derde weet ik, dat dit haar wel eens overkomt in menselijk contact. Dan is er iemand, die echt kan luisteren. Dat is zeldzaam. Een Godsgeschenk. Op zo’n moment kan zo’n oude regel uit een psalm weer nieuw worden: Mijn oog is op u… of  Ik heb mijn oor tot u geneigd…

Bron: K.Bouhuijs en K.A. Deurloo, Taalwegen en dwaalwegen.

Margreet Klokke, predikant van de Kloosterkerk, en Trinette Verhoeven, predikant van de Lutherse Kerk, schrijven om beurten een aflevering van deze theologische rubriek. De titel is een knipoog naar het befaamde boek Bijbels ABC van K.H. Miskotte.

 

 

| |