Palestina, een negatief en een positief scenario
Door Hanneke Gelderblom-Lankhout
Gepubliceerd oktober 2011, jaargang 15, nr. 139
Maandenlang al riepen de Palestijnen dat zij in september 2011 eenzijdig de staat Palestina zouden gaan uitgeroepen. In de Verenigde Naties kan alleen over het voorstel om die 194ste lidstaat te verwelkomen, worden gestemd indien de Veiligheidsraad het op de agenda plaatst. De Verenigde Staten zullen dat voorstel, weliswaar tandenknarsend, in de Veiligheidsraad vrijwel zeker blokkeren.
Wie de geschiedenis van het Palestijns-Israëlisch conflict volgt, weet dat die Palestijnse staat – naast Israël – er al in 1947 had kunnen zijn, ware het niet dat de “Arabische vrienden” van de Palestijnen VN-resolutie 181 massaal afwezen en oorlog verkozen.
In die VN-resolutie wordt namelijk duidelijk gesproken over de vestiging van een Arabische én een Joodse staat. Inmiddels zijn er tientallen vredespogingen ondernomen, maar een wederzijdse erkenning met een tweestatenoplossing lijkt verder weg dan ooit. Palestijnen en Israëli’s die samen aan vrede werken, lijken in de minderheid en in de media zien we alleen nog maar diegenen die wel een kreet om vrede en veiligheid slaken, maar de wanhoop van de ander, omdat er geen vrede is (Jeremia 6:14), niet horen.
Maar stel nu eens dat die staat Palestina er toch komt. Dan is het mogelijk terstond een zeer zwart scenario te schetsen. Daarbij gaat de interne strijd om de macht onverminderd voort en valt Palestina onmiddellijk uiteen in twee gebieden, ‘Westbankia’ en ‘Gazagstan’.
Gazagstan wordt een opslagplaats van wapens, er zijn immers geen aanvoerbelemmeringen meer, noch via de landsgrens met Egypte noch via de kust. Waarbij Iran in de startblokken staat om via deze weg Israël van de kaart te vegen. Wie zal dat nog tegenhouden? Dat is toch wel een gerechtvaardigde vraag.
Ik wil daarnaast ook een vooral positief scenario schetsen. Palestina moet, wanneer het een lidstaat van de Verenigde Naties wordt, onmiddellijk een groot aantal internationale verdragen en conventies ondertekenen, die interne en externe plichten inhouden. Het zich onthouden van oorlogshandelingen met buurlanden, het onder controle houden en indien nodig ontbinden van interne groeperingen die terreur wensen te prediken.
Palestina kent geen werkend stelsel van sociale zekerheid, geen gegarandeerde godsdienstvrijheid, geen onafhankelijk rechtssysteem, geen politieke partijen. Net als de overgangsraad in Libië zouden de leiders de internationale gemeenschap assistentie kunnen vragen bij de opbouw van die noodzakelijk democratische instituties.
Het grote voordeel van dit positieve scenario is dat de goed geschoolde jonge intelligentsia van Palestina in die opbouw zijn positieve energie kan steken. Vele christenen willen graag een brugfunctie vervullen in dit schijnbaar onoplosbare conflict. Dan moeten zij wel ophouden het geweld van Palestijnse zijde alleen maar te vergoelijken en daarnaast ook een dialoog aangaan met Joden die de schuld niet alleen bij Israël leggen.
Die Joden zijn wereldwijd, ook in Nederland, te vinden.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag