Cabaret met Len van der Maaten
Peen en uien, daaraan heb je niet genoeg
Door Margot C. Berends
Gepubliceerd maart 2009, jaargang 12, nr. 114
Interview Niet grof, niet kwetsend. Lichtvoetig cabaret met een boodschap (1 maart, 5 april, 1 mei). Len van der Maaten serveert klapstuk bij de hutspot die zich ‘onze samenleving’ noemt.

Foto Rogier Chang
Len van der Maaten toont in haar cabaretprogramma het gezicht van het vrome meisje van vroeger (met lang haar) en het gezicht van zichzelf, zoals ze nu is.
Aluminium melkflesdoppen sparen voor de negers in Afrika, welke vijftigplusser is er niet mee groot gebracht? Len van der Maaten weet het nog precies: ‘Ik dacht altijd dat we die melk niet voor onszelf moesten drinken, maar voor “de nikkertjes”.’
Dit is een van de herinneringen die ze ophaalt in haar cabaretprogramma ‘Klapstuk’. Ouderen – en tegenwoordig ben je dat al als je de vijftig gepasseerd bent – zullen veel herkennen in de voorstelling die op 1 maart in theater Pepijn in première gaat. Zo toont Van der Maaten een ouderwets plastic negerhoofdje dat een dubbeltje kan inslikken. Bezoekers die dat willen, mogen nog eens beleven hoe dat ook al weer voelt: het muntstukje op de tong van het negertje leggen.
Van Alles Wat
Maar het is niet alleen nostalgie wat de klok slaat. Van der Maaten benoemt ook actuele zaken als de inburgeringscursus (‘Laten we die afschaffen en gezellig met z’n allen op integratiecursus gaan’) en de manier waarop sommige jongeren het leven van docenten onmogelijk maken.
Bij dat laatste spreekt ze uit ervaring. Gedesillusioneerd verliet ze een tijdje geleden het vmbo, waar ze bedrijfseconomie gaf. Een leerling bedreigde haar en andere docenten, maar de directie deed niets. Na haar ontslag blies ze haar theaterachtergrond nieuw leven in.
Van oudsher is ze bezig met toneel en cabaret. Ze heeft de Academie voor Podiumvorming en de Pedagogische Academie gedaan. Afkomstig uit een ‘goed-katholiek’ gezin speelde ze met een clubje kinderen bijbelverhalen na in de Theresia van Avilakerk aan het Westeinde. Daarna richtte ze in de jaren zeventig het Haagse jeugdtheater Van Alles Wat op, waarmee ze repeteerde in het parochiehuis, ook aan het Westeinde. Van Alles Wat was theater voor en door kinderen en verzorgde regelmatig jeugdvoorstellingen in Diligentia. Intussen is het jeugdtheater door een ander overgenomen. Het bestaat nog steeds, nu onder de naam Rabarber.
Begrip
Na allerlei omzwervingen is zij nu bezig met haar programma ‘Klapstuk’. De toon waarop ze in haar voorstelling allerlei fenomenen benoemt, is vooral lichtvoetig, vertelt ze. ‘Het is wel een programma met een boodschap. Ik vergelijk de samenleving met een hutspot van peen en uien. We leven hier met allerlei verschillende mensen bij elkaar. Hutspot is pas compleet als er een lekkere klapstuk bij is. Als hutspot de samenleving is, dan is klapstuk het begrip voor elkaar. Daarmee is het gerecht af.’
Van der Maaten zegt dat ze cabaret maakt voor mensen die niet gediend zijn van kwetsende of shockerende humor. Ze houdt niet van grof taalgebruik, ten koste van anderen. Haar geloof schemert door in haar teksten.
Intussen is – tijdens het interview – de pianostemmer binnengekomen. Een vijftiger. ‘Hé, het negertje van de missie’, zegt hij. ‘Wij dronken altijd melk voor de arme mensen in Afrika!’
Zie je wel, knikt Van der Maaten. ‘Die generatie zal zich herkennen in mijn cabaretprogramma. En voor jongeren is het juist interessant om door de bril van een vijftigplusser te kijken.’
Speeldata: 1 maart, 5 april (Theater PePijn) en 1 mei (Rijswijkse Schouwburg). Aanvang 15 uur. Kaarten 11/10 euro. Piano: Lies van Oosten.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag