Plukken en húp in de sla
Gepubliceerd juli 2009, jaargang 12, nr. 117
Achtergrond Wim van Wouw begeleidt – via Gezonde Gronden – regelmatig wandelingen door de duinen, waarbij hij vertelt over eetbare wilde planten.
Van Wouw was dertig jaar chef-kok in het Rudolf Steiner verpleeghuis en is gepassioneerd tuinier. Uit zijn lijst met bijna tachtig eetbare wilde planten een selectie van ‘onkruiden’ die iedereen kent:
Brandnetel. Jonge scheuten klaarmaken als spinazie. In boter gestoofde bloemen zijn een delicatesse.
Klaproos. Bloembladeren verwerken is zomersalades.
Madeliefje. De verse jonge blaadjes zijn zacht, knapperig en licht aromatisch. De bloemknopjes kunnen worden verwerkt in combinatie met andere eetbare bloemen in een salade.
Paardebloem. De bladeren zijn te gebruiken in salades, sausen en soepen; ze kunnen ook als groente gegeten worden.
Rode klaver. Het blad is mild van smaak. Rauw in salades of gekookt zonder bladsteel als groenten. De bloemhoofdjes aan de salades toevoegen. Door de dressing zijn ze lekker vanwege de zoete nectar.
Voor wie zelf op pad wil, is er een handige gids: Eetbare wilde planten. R. Mabey. Het Spectrum, 2004.
Andere artikelen over het thema voedsel en stad:
Foodprint wil aandacht voor voedsel in de stad
Dadels en olijven, melk en honing in Stadskloostertuin




Sociale media
Follow @KerkDenHaag