Archief
Jaargang:

Groot begrotingstekort 2010

Protestantse Gemeente in zwaar weer

Door Jan Goossensen
Gepubliceerd maart 2010, jaargang 13, nr. 124

Nieuws Zonder harde en creatieve ingrepen is de Protestantse Gemeente Den Haag over tien jaar failliet.

Financieel gezien gaat het niet goed met de Protestantse Gemeente te ’s-Gravenhage (PGG). Dit jaar sluit de begroting met een nadelig saldo van 460.000 euro, dat is een ton méér dan het begrote tekort van vorig jaar.
Oorzaak van het stijgende tekort zijn om te beginnen de forse salarisstijgingen van de Haagse predikanten in de afgelopen jaren en van de overige werknemers van de PGG. De post salariskosten is ten opzichte van vorig jaar met 70.000 euro gestegen. De salariskosten maken tweederde deel uit van de uitgaven van de PGG. Een voltijds predikant kost momenteel, inclusief pensioenpremie en sociale lasten, 82.000 euro.

Levend geld
Verder is het onderhoud van de kerkgebouwen duurder geworden. Bovendien is als gevolg van de economische crisis de opbrengst uit het vermogen minder, een effect dat versterkt wordt doordat het vermogen zelf slinkt door de jaarlijkse tekorten.
De bijdragen van de kerkleden, die voornamelijk uit de jaarlijkse inzamelingsactie Kerkbalans komen, dalen de afgelopen jaren licht. Aan de – landelijke – wetmatigheid dat steeds minder leden méér opbrengen, lijkt een einde te komen. De PGG is voor de helft van haar inkomsten afhankelijk van dit ‘levende’ geld. De verhuur van kerken levert dit jaar meer op.

Slechte prognoses
Peter van den Boogert, penningmeester van het college van kerkrentmeesters van de PGG, heeft in de algemene kerkenraad, waar hij deze cijfers toelichtte, de noodklok geluid. Zonder een nieuw ‘gezondmakingsplan’ zal het tekort binnen afzienbare tijd oplopen tot een miljoen euro per jaar. ‘Als er niets gebeurt, kunnen we over tien jaar de tent sluiten’, zei hij. De kerkenraadsleden toonden zich door deze slechte prognoses geschokt. Erger is nog, zoals een van hen zei, dat in de wijkgemeenten de noodzaak om orde op zaken te stellen, nauwelijks leeft.

Van den Boogert had een simpele oplossing klaar. De PGG telt vijfduizend betalende leden. ‘Als iedereen dit jaar honderd euro extra betaalt, is het tekort weggewerkt.’ Overigens telt de PGG veel meer leden, zo’n 18.000 ‘eenheden’, maar de praktijk leert dat slechts een derde deel aan de kerk wenst mee te betalen. Vooral de hervormde kerk, die zes jaar geleden met de gereformeerden en lutheranen fuseerde tot de PKN, had veel ‘slapende’ oftewel papieren leden; mensen die nauwelijks meer een band met de kerk voelen maar hun lidmaatschap ook niet willen opzeggen. Er wordt aan gedacht om deze passieve leden actiever te gaan benaderen. Verder worden creatieve geldwervingsmethoden in andere steden bestudeerd.
Om alle leden op hun verantwoordelijkheid te wijzen, zou Van den Boogert ook graag de predikanten inschakelen. Een goede preek over Maleachi 3:8-12 kan helpen om gemeenteleden op hun verantwoordelijkheden te wijzen, zo merkte hij in zijn eigen kerk.

Samenwerking in clusters
De vraag wat ieder lid voor de kerk over heeft, wordt in de PGG dus urgent. Slechts drie van de zeventien wijkgemeenten hebben dit jaar een sluitende begroting. In de ogen van de kerkrentmeesters en van de algemene kerkenraad moeten op alle niveaus snel en creatief plannen worden gesmeed om meer inkomsten te genereren of de kosten te beperken. Zo niet, dan zullen binnen afzienbare tijd predikantsplaatsen worden opgeheven, kerkgebouwen gesloten of wijken samengevoegd.
Een van de maatregelen die inmiddels genomen zijn, bestaat uit het groeperen van alle wijkgemeenten in drie grote clusters, met als doel een nauwere samenwerking tussen de wijkgemeenten, de predikanten en de overige kerkelijke werkers per cluster.

De volledige aanbiedingsbrief van het College van kerkrentmeesters bij de begroting 2010: Aanbiedingsbrief

| |