Relaties: Niet meer thuis - ‘Dit is niet meer de man met wie ik trouwde’
Door Margot C. Berends
Gepubliceerd mei 2009, jaargang 12, nr. 116
Interview Zij woont in het huis dat ze samen kochten. Hij woont in het verpleeghuis. Ellen Asberg: ‘Mag ik een eigen leven hebben?’

Foto Rogier Chang
Ellen Asberg: ‘Steeds moet ik die afweging maken: ben ik in mijn belang bezig, of ook in het zijne?’
‘Gescheiden zijn we niet. Ja, of toch – voor allerlei financiële zaken. “Duurzaam gescheiden”, noemen ze dat. Ik heb mijn trouwring inmiddels afgedaan – hij knelde. Maar mijn man heeft hem nog om.’
Ellens man is dement. Ze heeft voor hem gezorgd tot ze bijna niet meer kon. ‘Vier, vijf keer per nacht moest ik eruit om hem te helpen. Ik kon hem niet alleen laten, ik zat gevangen in mijn eigen huis. Toen ging er iets mis met mijn knieën en kon ik nauwelijks zelf uit de voeten.’
Doe dan maar
Iemand van verpleeghuis Bosch en Duin stelde vervolgens de vraag aan haar man: wilt u in Bosch en Duin komen wonen? Haar man wilde niet. ‘Maar als het nu beter voor uw vrouw is?’ ‘Nou, als het voor haar beter is… doe dan maar’, had haar man gezegd.
Ellen Asberg: ‘Verschrikkelijk, ik was uiteindelijk degene die daarin over hem besliste. En nog steeds. Hij was aanwezig bij het huwelijk van onze dochter, en onlangs bij mijn zestigste verjaardag. Maar eigenlijk ging dat amper. Ik heb nu besloten dat als er weer iets te vieren is, hij daar niet bij zal zijn. Steeds, steeds moet ik die afweging maken: ben ik in mijn belang bezig, of ook in het zijne? Mag ik een eigen leven hebben? Trouw blijven tot de dood ons scheidt… Wat heb ik daarover zitten piekeren. Maar de man die daar zit, is niet meer de man met wie ik destijds getrouwd ben.’
Tweede kans
Ellen kreeg, toen haar man uit huis weg was, een burn-out. De pinkstergemeente waar ze jarenlang lid van was, steunde haar nauwelijks. ‘Je gelooft, dus je komt hier wel doorheen’, was de reactie. Ze vond een kerk die dichter bij haar manier van geloven stond: de Noorderkerk. Daar reageerden de gemeenteleden totaal anders op haar verhaal. ‘Ze erkenden gewoon dat ik het zwaar had.’
Het gaat nu weer goed met haar. ‘Mijn man is gelukkig. Hij wordt in Bosch en Duin beter verzorgd dan ik het had kunnen doen. Misschien komt er nog wel eens een andere man in mijn leven. Vooralsnog ben ik zo blij dat ik weer genieten kan. Ik ben nieuwe dingen gaan doen: schilderen, muziek maken, schrijven. Het voelt alsof ik een tweede kans heb gekregen.’
Ellen Asberg schreef onder haar meisjesnaam een boekje over dit deel van haar leven. ‘Ik ben ik – gewoon – ik ben ik’. Ellen Groen. Zoetermeer, Free Musketeers, 2008. ISBN 978-90-484-0347-9.
‘Het was alsof ik thuis kwam’ – homo na 32 jaar huwelijk
‘Dan denk ik: hij speelt speciaal voor mij’ – 34 jaar samen
‘Ik wilde oud worden met die knappe agent’- gescheiden
Zie ook:
‘God heeft goede mensen op mijn pad gestuurd’ – bevrijding voor lesbienne




Sociale media
Follow @KerkDenHaag