Samen eten op de Ieplaan: ‘Niks ingewikkelds’
Door Nelleke de Jong – van den Berg
Gepubliceerd januari 2012, jaargang 15, nr. 142
interview Lucile Dyckmeester wachtte niet af tot haar kerk of andere instanties iets zouden organiseren. Ze nam het heft in eigen handen en deed briefjes in alle brievenbussen op de Ieplaan: ‘Wie komt er eten?’
Het idee ontstond in 2008. Tijdens de eerste crisis wilde Lucile Dyckmeester, bewoonster van de Ieplaan, een tegenzet doen, in het klein. ‘Je hoorde zoveel heftige verhalen, het waren zulke slechte tijden...’
Met een vriendin (ook Ieplaan) bedacht ze dat zij tweeën eens per maand voor twaalf mensen uit de straat zouden koken. Twee voor twaalf was geboren. De maaltijden moesten voor iedereen toegankelijk zijn en zonder winstoogmerk blijven. Dus alle bewoners van de laan werden uitgenodigd. Aanschuiven voor twee gangen inclusief drankjes kostte € 7,50. ‘Niks ingewikkelds.’
Wonderlijk
Eens per twee, drie maanden valt in de hele straat een briefje met een datum in de bus. Het is steeds: wie het eerst komt, het eerst maalt. De samenstelling van de groep is iedere keer weer volstrekt anders, ouderen en jongeren, extraverte en introverte buren.
‘Het is op wonderlijke wijze gaan werken’, vertelt Dyckmeester, ‘al is de opzet inmiddels wat veranderd.’ In het begin kookten zij en haar vriendin en was de maaltijd op een vast adres. Toen de vriendin verhuisde, nam een ander haar plaats in. Nu is het steeds op een ander adres en helpt een van hen de gastvrouw-van-de-maand met koken en afwassen.
‘De eerste jaren hadden we een vraag waarover we spraken – anders gaat het alleen maar over het eten. Nu niet meer, het gesprek komt vanzelf. Met twaalf gasten per keer kun je goed één gezamenlijk gesprek voeren.’
‘Een maaltijd is een ontmoeting, zonder dat je elkaars beste vriend hoeft te worden’, vat ze het idee samen. ‘Het is prettig dat die opzet duidelijk is. Eten is contact maken, dat telt.’
Hond uitlaten
Twee voor twaalf draait zonder subsidie van wie dan ook. ‘Dit is veel aardiger. En als het niet meer zou lopen, als het uitgewerkt is, dan is het ook klaar.’ Maar daarvan is geen sprake, de Ieplaners zijn betrokken.
Ooit wenste Lucile dat er een adres zou zijn waar je even naartoe kon bellen als je onverwacht weg moest, en dat iemand dan je hond zou uitlaten, op je kind zou passen. Maar niemand wilde die coördinatie op zich nemen. Nu lijkt het alsof het alsnog voortvloeit uit de maaltijden. Af en toe ziet ze nabije of verre buren op straat staan praten. ‘Dan denk ik dat die mensen elkaar misschien toch dankzij het eten hebben gevonden.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag