Florida de Kok over samenwerking
Samenwerking kerken: ‘Alles bij elkaar in één gebouw achterhaald’
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd maart 2009, jaargang 12, nr. 114
Interview ‘Samenwerken’ is zo’n woord waar niemand tegen is. Maar hoe doe je dat in de praktijk? Een groep wijkgemeenten snuffelt aan een gevoelig onderwerp. Gesprek met onderzoeker Florida de Kok.
Waar begin je, als iedereen vindt dat wijkkerken meer moeten samenwerken? Florida de Kok is interim-predikant en woonachtig in Hellevoetsluis. Ze kreeg vorig jaar van de algemene kerkenraad van de Haagse protestantse gemeente de opdracht om in zeven gemeenten die nu al één verband vormen, een verkennend onderzoek te doen en met predikanten en kerkenraden te praten.
Haar rapport, ‘Verkennen en vertrouwen’, laat zien dat ‘samenwerken’ in de praktijk lastig is. Het stuk eindigt vooral met vragen: wat moet het doel van samenwerking zijn? Welke gebouwen en hoeveel predikanten zijn er over tien jaar beschikbaar? Lukt het de predikanten om, meer dan nu, samen te werken? Hoe kan de algemene kerkenraad aan dat proces leiding geven? En, hoe voorkom je dat samenwerken bij praten blijft?
Uit uw rapport blijkt dat de gemeenten hechten aan hun eigen ‘vierplek’. Zijn gebouwen dan toch belangrijker dan men vaak doet voorkomen?
Florida de Kok: ‘Sommigen zeggen dat pastoraat boven stenen gaat – dus liever een dominee dan een gebouw – maar ik vind dat te gemakkelijk. Die uitspraak lijkt op een mantra – als je het maar vaak genoeg herhaalt, wordt het vanzelf waar. Soms is een gemeente inderdaad gediend met een eigen gebouw. Als dat eenmaal verkocht is, ben je definitief een herkenbaar en vertrouwd punt kwijt.’
Den Haag is stedenbouwkundig en sociologisch gezien een verzameling dorpjes met uiteenlopende karakters. Misschien is samenwerking tussen wijken alleen al om die reden een hachelijke zaak en moeten kerken zich juist sterker per buurt profileren.
‘Samenwerken wil niet zeggen dat je je eigenheid opgeeft. Laat de verscheidenheid maar bestaan. Maar dat vraagt wel om onderling respect. Ondertussen is er genoeg dat bindt, daar is nog te weinig oog voor. En misschien kan gemeenschappelijk werk slimmer georganiseerd worden. Vroeger dachten we bij samenwerken dat alles bij elkaar moest worden gevoegd, en dan het liefst in één gebouw, maar die opvatting vind ik achterhaald. Laten we alsjeblieft onze eigenheid, of sfeer, of theologische ligging vasthouden.’
Alle kerken die u sprak willen ‘open, gastvrij en laagdrempelig’ zijn. Is dat niet vanzelfsprekend?
‘Jawel, maar gebeurt het ook? Als relatieve buitenstaander – en dat ben ik – heb ik me erover verwonderd hoezeer men in dit cluster kerk in de buurt wil zijn en de deuren openzet voor mensen die niet tot de eigen kring behoren: buurtmaaltijden, voedselbank… Ik heb groot respect voor zo’n houding. Maar het kan ook spanning geven: “wat gebeurt er allemaal in mijn gemeente?” Er moet een balans worden gevonden tussen vertrouwd, kerkelijk werk en tussen buurtactiviteiten.’
Volgens onderzoek telt Nederland veel ‘ongebonden spirituele zoekers’. Ligt daar een werkterrein voor kerken die iets nieuws willen?
‘Het zou mooi zijn als kerken op die behoefte zouden kunnen inspelen. Kerken hebben vanuit hun traditie veel te bieden, zoals tal van rituelen. De kerk is ook de plek waar ruimte is om over het leven na te denken. We weten dat talloze mensen zoeken naar spiritualiteit. Maar ook hier tekent zich een spanning af, namelijk tussen de bestaande kerkgemeenschap en de komende en gaande man. Kerk-zijn veronderstelt gemeenschap, onderlinge verbondenheid, en tegelijk wil je je openstellen voor zoekers. Dat is soms lastig te combineren, want je wilt niet enkel een winkel worden waar passanten iets komen uitzoeken en vervolgens weer verdwijnen.’
Waarom zouden gewone gemeenteleden warm moeten lopen voor zoiets abstracts als samenwerking in clusters?
‘Inderdaad gaan sommigen liever, om het dramatisch te zeggen, met het schip van hun gemeente ten onder dan dat ze samen met andere kerken in een vlootformatie opvaren. Het is van belang dat iedereen verder leert te kijken dan z’n eigen toko. Je bent het als Haagse kerkleden toch eigenlijk verplicht om om je heen te kijken en te zien hoe je samen met anderen kerk kunt zijn.’
Rapport krijgt een vervolg
Alle kerkenraden en predikanten van de Haagse protestantse gemeente hebben het verzoek gekregen te reageren op het rapport ‘Verkennen en vertrouwen’ van Florida de Kok.
Zij heeft de afgelopen maanden met een aantal gemeenten gesprekken gevoerd over de huidige samenwerking. Deze gemeenten zijn de Bergkerk, Bethelkapel, Juliana/Valkenboskerk, Lukaskerk, Laakkapel, Marcuskerk en de Lutherse kerk. Ze vormen het ´cluster midden´ van de protestantse gemeente.
Florida de Kok heeft inmiddels van de algemene kerkenraad een vervolgopdracht gekregen. Het komende half jaar zal ze, samen met de betrokken gemeenten, het samenwerkingsproces op drie niveaus verder uitwerken: op dat van de algemene kerkenraad, de wijkkerkenraden en de predikanten.





Sociale media
Follow @KerkDenHaag