Universele mensenrechten ter discussie
Shariarechtspraak in Haagse moskeeën
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd januari 2009, jaargang 12, nr. 112
Interview Sharia – islamitische rechtspraak – in Den Haag? Die bestaat al lang. Het is een uitvloeisel van een interpretatie in moslimkringen van het begrip ‘mensenrechten’.
Over mensenrechten wordt flink gebakkeleid. ‘Geloven in mensenrechten’ was het thema waarover Haagse levensbeschouwelijke stromingen het afgelopen jaar in een estafettereeks van tien bijeenkomsten intern hebben gedebatteerd. De discussiereeks is op 10 december uitgemond in een plechtige bijeenkomst in het Vredespaleis ter ere van het zestigjarig bestaan van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
Religie en mensenrechten
Het instituut mensenrechten verkeert evenwel ‘in grote crisis’, aldus Willem Jansen, verbonden aan Stek (Stad en kerk) en betrokken bij Haagse en landelijke discussiebijeenkomsten over ‘religie en mensenrechten’.
De discussie betreft de vraag, of de tijd rijp is om de klassieke, individuele en politieke rechten op één lijn te zetten met groepsrechten, zoals die in de islamitische wereld worden bepleit. De individuele rechten (vrijheid van meningsuiting, van godsdienst, van politieke overtuiging) werden vanaf het begin, de jaren na de Tweede Wereldoorlog, ‘universeel’ genoemd. Ze zouden voor iedereen moeten gelden. Maar zo eenvoudig gaat dat niet meer.
De ‘universele’ rechten anno 1948 waren individualistisch, westers en in wezen joods-christelijk geïnspireerd, en daardoor beperkt geldig, zeggen sommigen. Vanuit andere culturen – Azië, Afrika, moslimlanden – wordt een ander soort mensenrechten bepleit. De islam en de sharia, het islamitische rechtssysteem, hechten aan een balans tussen rechten en plichten ten opzichte van de eigen familie, groep en godsdienst. Sinds enige tijd wordt in juridische en politieke kringen erover gedebatteerd, of beide systemen verenigbaar zijn. De meningen zijn verdeeld.
Uitdijend heelal
In het kamp van de ‘universalisten’ bepleiten sommigen sterke uitbreiding van de klassieke mensenrechten. Nadat eerst al de sociale rechten waren geproclameerd (recht op werk, huisvesting), worden nu ook kinderrechten, dierenrechten en zelfs rechten van toekomstige generaties eronder gerekend. In die optiek worden mensenrechten een uitdijend heelal.
Anderen keren liever terug naar de kern en willen alleen basale rechten – zoals het recht om niet verkracht of door de staat gefolterd te worden – honoreren. Daarover zou iedereen, burgers en machthebbers, het eens moeten zijn. Ook oud-minister Jan Pronk, die onlangs in de Maranathakerk over mensenrechten sprak, is er voorstander van. ‘De individuele, politieke rechten staan bij mij nog steeds iets hoger genoteerd dan de sociale rechten’, zei hij.
Volgens Willem Jansen is niet te voorspellen wat de uitkomst van het wereldwijde debat wordt. Van intern-religieuze dialogen, zoals binnen de moslimwereld, kan in ieder geval een vormende kracht uitgaan, heeft hij inmiddels gemerkt. Een debat, onlangs in Den Haag, trok een volle zaal met veel studenten. De Leidse hoogleraar islamologie Maurits Berger zei daar dat verhitte discussies over mensenrechten in de (Nederlandse) moslimwereld er vaak toe dienen vooral de eigen identiteit te helpen bepalen. Jansen is dat met hem eens.
Waardigheid van ieder mens
De inbreng van religieuze stromingen in het debat heeft het voordeel, aldus Jansen, dat de oorspronkelijke achtergronden van de Universele Verklaring weer in beeld komen. Die achtergrond was dat de waardigheid van ieder individueel mens wordt benadrukt. In de islamitische traditie wordt ‘waardigheid van de mens’ een gunst van God genoemd. Iets waar geseculariseerde westerlingen weinig mee op hebben. Toch, aldus Jansen, is dat een interessante gedachtegang. Menselijke waardigheid is niet los verkrijgbaar, maar heeft alles te maken met de noodzaak van onderlinge solidariteit, gemeenschapszin en rechtvaardige maatschappelijke verhoudingen. Dat zijn toch ook christelijke, of westerse waarden. Op deze punten zouden West en Oost elkaar moeten kunnen vinden.
Dialoog van groot belang
Sommige 'cultuurrelativisten' bepleiten uitbreiding van de klassieke mensenrechten in de vorm van ‘inculturatie’, ook in Nederland, van bijvoorbeeld de islamitische collectieve opvatting van mensenrechten. In die opvatting hebben ook aanhangers van een godsdienst als groep rechten.
Jansen: ‘Wat je daar ook van vindt, ook op dat punt is dialoog van groot belang. Daarom juich ik het toe dat vertegenwoordigers van levensbeschouwingen en religies hun partij in het mensenrechtendebat meeblazen.’
Dat inculturatie inhoudt dat bepaalde vormen van de sharia, het islamitisch rechtssysteem, hier worden geïntroduceerd, noemt Jansen onvermijdelijk. Wat heet, dat gebeurt nu al. Ook in moslimgemeenschappen in Den Haag functioneert het shariasysteem. ‘Bij allerlei vormen van conflictbeslechting doen geleerden, die daartoe op verzoek van een moskee speciaal bij elkaar komen, uitspraken. Niet in strafzaken. Wel in kwesties van bijvoorbeeld familierecht of bij typisch godsdienstige onderwerpen.’
Volgens Jansen hoeft niemand van de groeiende shariapraktijk onder moslims te schrikken. ‘Ook de christelijke kerk heeft haar eigen kerkrecht, net zoals de joodse traditie haar eigen godsdienstige rechtspraak kent.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag