Archief
Jaargang:

In Memoriam Simon Jelsma: pater, bedenker van de Pleinpreken, stichter van de Novib. En dichter van kerkliederen

Door Jan Goossensen
Gepubliceerd december 2011, jaargang 15, nr. 141

Portret Simon Jelsma is overleden, 93 jaar oud. Hij was pater in Den Haag, hield preken op het Plein, richtte de Novib op en bedacht de Postcodeloterij. Portret van de stichter van de Nederlandse derdewereldbeweging. En: wie in een Duitse kerk zit, kan ook nog een lied van hem zingen.

Simon Jelsma.

Foto Postcodeloterij

Simon Jelsma.

Het was vier jaar geleden een zomers weekeinde. Hanzestad Lübeck, Noord-Duitsland. Een prachtige plaats, ideaal voor een paar dagen vakantie. Op zondagochtend naar de kerk. Terwijl de violen nog gestemd worden voor de cantate van Buxtehude die straks zal klinken, ´Herr, auf dich traue ich´, blader ik het Evangelisches Gesangbuch door. Hé, een Nederlandse dichter: Simon Jelsma.

 

Nu Simon Jelsma overleden is, komen al zijn kwaliteiten weer naar voren. Hoe hij na de Tweede Wereldoorlog, na een studie psychologie, als rooms-katholiek pater van de Missionarissen van het Heilig Hart in Den Haag resideerde in huize Una Sancta aan het Nassauplein, waar ook het Dekenaat zetelde. Het was zijn taak om 'oecumenisch werk' te doen. Concreet gezegd: hij moest andersdenkenden - lees: protestanten - voor de catholica interesseren.

Zijn missionaire opvattingen gingen echter verder dan zieltjes winnen en reikten over de kerkmuren heen. In 1954 richtte hij met enkele gelijkgezinden de Pleingroep op, genoemd naar het Plein in Den Haag. De groep, bestaande uit intellectuele katholieken, kwam bijeen in café Boschlust aan de Bezuidenhoutseweg. Daar discussieerden ze over mondiale vragen.
Een boeiende man dus, die Jelsma. Maar dat hij ook kerkliederen dichtte, heb ik nog nergens gelezen.

 

Daar, in die kerkbank in Lübeck, geloof ik mijn ogen niet. Simon Jelsma in een Duitse liedbundel? Hij, de grote baas van de Postcodeloterij? De geldmachine die jaarlijks miljoenen ophaalt en ook weer uitdeelt? Een paar jaar eerder had ik hem nog gesproken, in dat mooie Postcodepand aan het Vondelpark in Amsterdam, waar hij als founding father en senior-adviseur met alle egards werd behandeld.

Net in die tijd kwam het bedrijf nogal negatief in het nieuws, doordat het via de telefoon klanten hardhandig extra loten probeerde aan te smeren. Ik werd zelf ook regelmatig gebeld, door een vriendelijke stem die me altijd probeerde te paaien door zogenaamd eerst mijn bankrekeningnummer te willen controleren - dat al veertig jaar hetzelfde is. 

 

Waar zou dat lied van Jelsma te vinden zijn? Ik ga op zoek. In de Liederdatenbank komt de naam Jelsma niet voor. Vreemd. Of was het die zondag toch gezichtsbedrog?

 

In 1954 begonnen in Den Haag ook de vermaarde Pleinpreken, waarbij Jelsma op de trappen stond van het oude gebouw van de Hoge Raad, waar nu de hoofdingang van de Tweede Kamer is. Onderwerpen had hij genoeg: armoede in de Derde Wereld, scheve machtsverhoudingen. Op de zaterdag voor Pinksteren 1954 werd de Nederlandse derdewereldbeweging geboren. Twee jaar later richtte hij de Novib op, waarvan hij vele jaren bestuurslid zou blijven, en in 1989 de Postcodeloterij en naderhand de BankGiroloterij. Steeds met hetzelfde doel: geld inzamelen voor goede doelen. Dat hij er zelf ook rijk van is geworden - met een geschat vermogen van enkele tientallen miljoenen euro´s - vond hij horen bij het ondernemersrisico.

 

Er gaat me een lichtje op. De Evangelische Kirche in Duitsland bestaat uit zelfstandige kerken in de deelstaten, die allemaal een aanhangsel hebben bij het officiële basisliedboek. Lübeck behoort tot de Nordelbische kerk, en er is sinds 1994 een eigen liedboek, de Ausgabe für die Nordelbische Evangelisch-Lutherische Kirche (NEK).

 

Simon Jelsma moet een communicator pur sang zijn geweest. In de jaren vijftig was hij al een mediaster. Op zaterdagavond hield hij voor de KRO ‘radiopraatjes’ onder de titel ‘Wij luiden de zondag in’. Pater Jelsma was een begrip. Hij kon ook schrijven. Hij publiceerde in onder andere Vrij Nederland. Eind jaren zestig werd hij hoofd informatieve televisieprogramma’s bij de VPRO.

Zijn contacten met ‘andersdenkenden’ leidden tot een verwijdering met de rooms-katholieke kerk. Het waren de jaren van de verzuiling en van het Mandement. De bisschoppen verordonneerden dat katholieken niet naar de Vara mochten luisteren en geen lid mochten worden van de socialistische vakvereniging NVV.
Jelsma ging de omgekeerde weg. Hij werd een ‘doorbraakpriester’ en knoopte vriendschappen aan met PvdA’ers. Een van hen was Piet Reckman, een achterneef van hem. Hij is - dit terzijde - de PvdA-fundi geweest die later, in 1977, de totstandkoming van een tweede kabinet-Den Uyl heeft geblokkeerd. Dankzij Reckman verhuisde de Pleingroep naar Odijk en werd omgedoopt in Sjaloom, een links georiènteerde oecumenisch-christelijke organisatie die politieke bewustwording nastreefde en wereldwinkels oprichtte.

In die sfeer dompelde Jelsma zich onder in de 'vrije' jaren zestig. Een nieuwe toekomst gloorde. Ook het celibaat begon hem te knellen. In 1971 trouwde hij met zijn secretaresse bij de Novib, Troedi Jongenelen.

 

Na nog wat zoeken op internet, vind ik een liednummer, NEK 572. Tekst: Simon Jelsma, melodie: Wim ter Burg. ‘Wie der Herr vor Zeiten mit den Jüngern sass.’ Een avondmaalslied. Het lied is de bewerking van het Nederlandse 'Alle mensen luistert´. Nu nog de volledige tekst.

 

Mensen die Simon Jelsma nog kennen uit zijn Haagse jaren, zijn dun gezaaid. Een van hen is Fred Keesen, die in de jaren vijftig kapelaan was van de kerk aan het Kamperfoelieplein. Hij woont nu, getrouwd en wel, in een Limburgs dorpje.

‘Het was een brave roomse tijd’, zegt Keesen door de telefoon. De mensen van Una Sancta herinnert hij zich als ‘ijverige paters’.

Keesen was bevriend met Jelsma. ‘Ik herinner mij nog een viering in de kelderzaal van de Ridderzaal. Hoe we daar terecht kwamen, geen flauw idee. Dat regelde Simon. We zaten met zo’n veertig mensen in een grote kring, zodat we elkaars gezicht konden zien. Dat was nieuw. In de kerk keek je altijd tegen ruggen aan - zo wilde God dat blijkbaar.’

Jelsma had volgens Keesen één favoriet bijbelboek: Jesaja. Vrij vertaald zegt hij: ‘Als kerk moeten we geen wierook rondstrooien en andere uiterlijkheden propageren, maar we moeten vrede en gerechtigheid nastreven, wereldwijd, ten gunste van onderdrukte mensen. Nou, dat sprak mij enorm aan. Ik kom uit een vakbondsnest. Mijn vader was de eerste vrijgestelde van de Katholieke Arbeidersbond in Rotterdam, jaren dertig.’

Volgens hem is het een misverstand te menen dat Jelsma definitief met het geloof heeft gebroken. Met de kerk, ja. Maar priester ben je voor het leven. Hij vulde zijn priesterschap alleen anders in: sociaal bewogen, diaconaal, horizontaal, solidair. ‘Hij was altijd recht door zee.’

 

Eindelijk beet. Iris Wolff aan de lijn, als musicus verbonden aan de Thomaskerk in Lübeck. Ze is verrast, telefoon uit Den Haag. Zij pakt snel een liedboek erbij en zoekt het lied van Jelsma op. Door de telefoon neuriet ze een couplet, a prima vista. ‘Mooie melodie’, zegt ze. Nee, van Simon Jelsma heeft ze nog nooit gehoord. Zijn lied hebben ze ook nog nooit gezongen. Ach, is hij overleden? Dan misschien binnenkort.

 

Bij Oxfam/Novib en de Postcodeloterij staat de naam van Simon Jelsma in gouden letters geschreven. In de rouwadvertenties werden vorige week zijn verdiensten uitgebreid geroemd. Stichter van de Nederlandse derdewereldbeweging, dat is niet niks.
En dichter van kerkliederen, had erbij kunnen staan. Nog wel in een protestantse Duitse bundel. Zijn collega's van Una Sancta zouden op deze oecumenicus trots zijn geweest.

Een advertentie van de rooms-katholieke kerk, die deze grote zoon toch maar heeft voortgebracht, heb ik helaas gemist.

 

 

Lied 572 uit het Evangelisches Gesangbuch, editie Nordelbische Kirche.

Lied 572 uit het Evangelisches Gesangbuch, editie Nordelbische Kirche.

| |