Priester, dichter, ondernemer
Simon Jelsma bracht de derde wereld naar Nederland
Door Jan Goossensen
Gepubliceerd januari 2012, jaargang 15, nr. 142
portret Simon Jelsma was een Haagse ‘doorbraak-katholiek’ die in de jaren zestig oprichter was van de Novib en daarmee van de Nederlandse derdewereldbeweging.
Hoe zal Simon Jelsma, die in november op 93-jarige leeftijd overleed, herinnerd worden? Hij was een rooms-katholiek priester, die begin jaren vijftig al een mediaster was. Voor de KRO hield hij veelbeluisterde ‘radiopraatjes’ onder de titel Wij luiden de zondag in. Van zijn orde, de missionarissen van het Heilig Hart, kreeg hij ruimte om vanuit huize Una Sancta aan het Nassauplein oecumenisch werk te doen en contacten met andersdenkenden te leggen.
Het kerkelijk keurslijf werd hem te benauwd, toen de reikwijdte van allerlei mondiale vraagstukken tot hem doordrong. Hij richtte met gelijkgezinden de Pleingroep op en hield vermaarde preken op de trappen van de oude Hoge Raad, waar nu de ingang van de Tweede Kamer is. Op pinksterzaterdag 1954 werd daar de stoot gegeven tot de oprichting van de Nederlandse derdewereldbeweging. Twee jaar later volgde de Novib, waarvan Jelsma enkele decennia bestuurslid en adviseur is geweest. De Pleingroep verhuisde naar Odijk, waar ze als Sjaloom verder ging, een oecumenische, progressief-christelijke denktank en ontmoetingscentrum.
Jelsma, die inmiddels getrouwd was, werd ook journalist, schrijver, dichter. En creatief ondernemer. Eind jaren tachtig richtte hij de Nationale Postcodeloterij op, en later de Bankgiroloterij, waardoor tal van goede doelen van inkomsten verzekerd waren. Dat hij als mede-eigenaar daarmee zelf ook een man in bonis werd, vond hij bij het ondernemersrisico horen.
Geen wierook maar gerechtigheid
Mensen die Jelsma nog uit zijn Haagse tijd kennen, zijn dun gezaaid. Een van hen is Fred Keesen, die destijds kapelaan was van de kerk aan het Kamperfoelieplein. ‘Ik herinner mij een viering in de kelderzaal van de Ridderzaal. Hoe we daar terecht kwamen, geen flauw idee. Dat regelde Simon. We zaten met zo’n veertig mensen in een grote kring, zodat we elkaars gezicht konden zien. Dat was nieuw. In de kerk keek je altijd tegen ruggen aan – zo wilde God dat blijkbaar.’
Jelsma had volgens Keesen één favoriet bijbelboek: Jesaja. Vrij vertaald zegt hij: ‘Als kerk moeten we geen wierook rondstrooien en andere uiterlijkheden propageren, maar we moeten vrede en gerechtigheid nastreven, wereldwijd, ten gunste van onderdrukte mensen. Nou, dat sprak mij enorm aan.’
Volgens hem is het een misverstand te menen dat Jelsma definitief met het geloof heeft gebroken. Met de kerk, ja. Hij vulde zijn priesterschap alleen anders in: sociaal, diaconaal, horizontaal. ‘Hij was altijd recht door zee.’
Lied in Duitse bundel
Uit de Sjaloomtijd is een bundeltje kerkliederen bewaard gebleven, waarin ook enkele liederen van Jelsma staan. De bundel is in het Duits vertaald. Dat verklaart waarom een van Jelsma’s liederen, een avondmaalslied, is opgenomen in de liedbundel van de evangelisch-lutherse Nordelbische Kirche van Duitsland.
Toen zijn overlijden bekend werd, is in Den Haag na enig zoeken het Sjaloombundeltje uit 1966, Zo lang er mensen zijn, weer onder het stof vandaan gehaald. In de Maranathakerk is in een dienst van Schrift en Tafel, als herinnering aan deze grote voormalige stadgenoot, Simon Jelsma’s lied gezongen. ‘Onrecht zal verdwijnen, leugen houdt geen stand. Jezus en de zijnen, staan nu hand in hand.’





Sociale media
Follow @KerkDenHaag