Archief
Jaargang:

Samenwerking met tal van opdrachtgevers

Stek houdt haar protestantse gezicht

Gepubliceerd april 2011, jaargang 14, nr. 135

Nieuws Stek, de Haagse stichting voor Stad en kerk, zal zich nadrukkelijker profileren als protestants-christelijke organisatie.

Stek, dat in het pand van de Diaconie van de Protestantse Gemeente te ´s-Gravenhage aan de Parkstraat gehuisvest is en 42 medewerkers telt, blijft in de eerste plaats uitvoeringsorganisatie van de protestantse gemeente en de classis Den Haag van de PKN, een regionaal kerkbestuur. Daarnaast kan Stek ook taken uitvoeren voor andere opdrachtgevers. Dat kunnen overheden, particuliere of andere kerkelijke instellingen zijn. Dat is het gevolg van een recente wijziging van de statuten.

Rangorde van pdrachtgevers
‘Deze hiërarchie is belangrijk’, zegt Adri Kaland, voorzitter van de Diaconie. ‘Projecten van andere opdrachtgevers op sociaal gebied moeten passen in het beleid van en stroken met de belangen van de Haagse protestantse gemeente en de classis.’ De Diaconie legt jaarlijks rond de twee miljoen euro op tafel voor het uitvoeren van tal van kleinere en grotere diaconale projecten in de stad, onder andere in een aantal buurt- en kerkhuizen in de stad.
De rangorde van opdrachtgevers is sinds kort in de statuten van Stek opgenomen. ´Dit inzicht is in de loop der jaren gegroeid´, aldus Fokke Fennema, bestuursvoorzitter van Stek. ´Niet dat er ooit problemen waren, maar bij het beoordelen van projectaanvragen is deze bepaling nu een extra steun in de rug.´

Schuldhulpverlening
Op dit moment is vooral het gemeentebestuur van Den Haag een grote externe opdrachtgever van Stek. De gemeente geeft dit jaar ruim 3,5 ton structurele subsidie, bestemd voor maatschappelijk activeringswerk, ouderenwerk en activiteiten in enkele buurtcentra. Verder subsidieert de gemeente voor 1,5 ton projecten op het gebied van schuldhulpverlening en huiswerkbegeleiding. Ten slotte werkt Stek samen met een handvol andere organisaties, zoals de stichting Jeugdformaat.

Toen Stek in 2004 werd opgericht, kon niet worden voorzien welke vlucht de organisatie zou nemen. Aanvankelijk werden een handvol Haagse hervormde en gereformeerde kerkelijke instellingen op het gebied van diaconie, maatschappelijk activeringswerk en jeugdwerk uit oogpunt van doelmatigheid bij elkaar in één pand gehuisvest. In de beginjaren was het nog niet mogelijk om werk voor niet-kerkelijke organisaties uit te voeren. Kaland: ´De gemeente Den Haag bijvoorbeeld heeft haar bijdragen altijd moeten inkleden als subsidies aan onze diaconale projecten. Nu is de gemeente zelfstandig opdrachtgever. Dat is een belangrijke ontwikkeling waarvoor wij met de nieuwe statuten ruimte willen bieden.’

 

| |