Archief
Jaargang:

Stemadvies

Door Rob van Essen
Gepubliceerd februari 2010, jaargang 13, nr. 123

In-Druk

Op oude films zie je ze in versneld tempo door de stad bewegen: T-Fordjes, een bakkersknecht met treurige pet op een bakfiets, dienstbodes met een wit gesteven schort en heren met hoge hoeden. Dat alles in zwart-wit met hier en daar een onrustige streep door het beeld.

In mijn jeugd – wat gek dat ik mij die jaren ook als een zwart-wit film herinner! – waren de hoofddeksels zo goed als uit het straatbeeld verdwenen. Een hoedenzaak in de buurt met een stoffige etalage heeft nog jarenlang het slaperig bestaan gerekt, maar legde het af tegen Beatle-jasjes en slobbertruien. Een liedje uit de jaren vijftig luidde: ‘Doe me een lol, zet die pet niet op je bol’, een haast overbodige oproep bij een toen al uitstervend verschijnsel.

In de arbeidersbuurt waar ik later werkte, kwam een andere hoofdbedekking in beeld: de gebreide mutsjes van Turkse gastarbeiders. En de pet keerde terug, niet bij de bakkersknecht, maar bij scholieren. Op de middelbare school van mijn kinderen gold een verbod om de pet op – en de jas aan – te houden in de klas. Via de jongeren is de pet weer bezig aan een bescheiden opmars in het straatbeeld. Zelf schafte ik mij twee jaar geleden een mooi, Schots geruit exemplaar aan in het United Kingdom. In het Hollandse klimaat is mijn pet een uitkomst. Bij regen heb ik geen paraplu nodig, want mijn bril blijft droog onder de korte klep. En ik heb zelfs al een paar keer te horen gekregen: ‘Staat je goed, die pet!’

Misschien leuk voor een socioloog om eens te onderzoeken, de herwaardering van de pet. Want vroeger was dit hoofddeksel met negatieve associaties omgeven. ‘Jan met de pet’ voelde zich buitengesloten, die mocht ‘met de pet in de hand’ om een gunst vragen. Ambtenaren hielden van alles onder de pet, zo las je ten tijde van de vliegramp in de Bijlmer. De politie, de pettenbrigade, heeft nog steeds last van een negatief imago. Maar wie weet, als zij het strenge blauw ook voor een Schotse ruit vervangen, verandert dat wel. In het Verenigd Koninkrijk zie je politieagenten met een Sikh-tulband, wat ik wel heel kleurrijk vind. Ik moet mij ook altijd inhouden niet te fluiten naar zo’n getailleerd Marokkaans meisje op hoge hakken en een prachtige hoofddoek. Zo’n trotse vwo-meid is toch te verkiezen boven de ‘dienstjes’ uit de zwart-wittijd die als enig perspectief een huwelijk met Jan met de pet hadden.

Ik deed trouwens nog een leuke ontdekking toen mijn pet op de grond viel. ‘Willders Limited’ staat er op het etiket. Gelijk op internet gekeken, waar de fabrikant van ‘Headwear’ alleen nog in een archiefmap te vinden blijkt. Is de petten-renaissance te laat gekomen voor het bedrijf? Is Willders misschien te veel aan het verleden blijven hangen en had hij meer ‘Headwear’ moeten maken voor Marokkaanse meisjes, Sikhs en Antilliaanse lefgozertjes?
Hoe dan ook, mijn (stem)advies: Wees wijs, draag ‘headwear’ bij regen, sneeuw en ijs.

Zie ook:

 

Gesprek over de spiritualiteit in Haagse poltiek

 

 

De ziel van een verscheurd volk pastoraat en populisme

Bouwstenen voor vrede in een multiculturele stad

Voor vreemdelingen heb je maar te zorgen

| |