Archief
Jaargang:

Geloofsbeleving op straat

Straatpastoraat 'Platvloers, in de goede zin van het woord'

Door Klaas Koffeman
Gepubliceerd november 2011, jaargang 15, nr. 140

achtergrond Straatpastor Klaas Koffeman is onder indruk van de puurheid van de geloofsbeleving van mensen die op straat leven. De kerk kan daar volgens hem iets van leren.

Klaas Koffeman (links) in gesprek.

Foto Eveline van Egdom

Klaas Koffeman (links) in gesprek.

Ik wil de omstandigheden of de persoonlijkheid van dak- en thuislozen, verslaafden, mensen met een psychische beperking of anderen die op straat leven, niet idealiseren. Maar ik kom voor mijn gevoel in het contact met hen toch op een andere, diepere manier met ‘God’ in aanraking dan in de ‘normale’ burgerlijke en kerkelijke wereld.
Ik schrijf God hier tussen aanhalingstekens, omdat voor deze ervaring ook andere termen ingevuld kunnen worden, zoals bijvoorbeeld ‘het geheim van het leven’, ‘de bestemming van mijn bestaan’.

Geestkracht
De boodschap dat de God van Israël altijd in de eerste plaats de kant van de verschoppelingen kiest, leidt tot de bijzondere gewaarwording dat je ook juist in en onder de moderne verschoppelingen zijn aangezicht ontmoet.
Hiermee is niet gezegd dat ‘straatmensen’, zoals wij hen met een verzamelwoord noemen, betere of voorbeeldiger mensen zijn dan anderen. Het omgekeerde is in mijn ervaring overigens evenmin waar. De goede en slechte kanten van iemands karakter en levenswijze blijken niet uit de omstandigheden waarin iemand leeft, maar uit de manier waarop hij met die omstandigheden omgaat, wat zijn levenssituatie ook is. Wat dat betreft mag ik zeggen dat ik op straat verrassend veel levenswijsheid, geestkracht, relativeringsvermogen, vroomheid en godsvertrouwen tegenkom. En het woord verrassend zegt dan natuurlijk vooral iets over mij.

Zonder opsmuk
De spiritualiteit die ik in de omgang met straatmensen ervaar is, zoals heel hun bestaan, van alle verhullende opsmuk ontdaan en daardoor vaak rauw, maar ook puur. Het is een platvloerse geloofsbeleving – in de positieve zin van het woord – die zich niet kan veroorloven om aan de hardheid van het bestaan voorbij te gaan, maar die daar juist een weg in en doorheen zoekt.
Als het gaat om de vernieuwing van kerk en geloof, kunnen de ervaringen die wij in het straatpastoraat opdoen naar mijn gevoel heel vruchtbaar zijn. We kunnen ervan leren dat het erom gaat of mensen de kans krijgen om in de kerk, ook in de diensten, hun eigen spiritualiteit met anderen te delen. Liturgie, leer en leefregels die van bovenaf opgelegd worden, gaan over mensen heen en raken hen niet. Dit geldt niet alleen voor straatmensen, maar voor ieder mens.
Mensen leven óp als ze hun eigen ervaringen, vragen en twijfels mogen inbrengen en als ze zichzelf in elkaar herkennen. Dan groeit de kans dat ze in de ander iets van Christus weerspiegeld zien.

Zolang het straatpastoraat als een bijzondere vrijplaats en gemeenschap nodig is, zullen we er met vreugde aan blijven werken. Maar wat zou het mooi zijn als straatmensen zich ook in de gevestigde kerk thuis zouden kunnen voelen. Soms lukt dat, maar vaak ook nog niet.

Dit zijn fragmenten uit een eerder artikel in Samen verder en Weerklank. Hieronder het complete stuk.

(Lees hier een reportage over het jubilerende straatpastoraat)

CHRISTUS LOOPT OP STRAAT
door Klaas Koffeman, straatpastor

Einde van de nacht
Een oude rabbi vroeg aan zijn leerlingen: “hoe kun je het moment bepalen waarop de nacht ten einde is en de dag begint?”
“Is het ’t moment dat je uit de verte een hond van een schaap kunt onderscheiden?”  vroeg een van de leerlingen. “Nee”, zei de rabbi.
“Is het als je van verre een dadelboom van een vijgenboom kunt onderscheiden?” vroeg een ander. “Nee”, zei de rabbi.
“Maar wat dán?” vroegen de leerlingen. “Het is als je in het gezicht van een mens kunt kijken en daarin je zuster of je broeder ziet. Tot dat moment is de nacht nog bij ons.”

Het gezicht van de ander
Hoe kunnen de ervaringen van en in het straatpastoraat bijdragen aan de vernieuwing van kerk en geloof? Dat is de vraag die de redactie mij voorlegde. Op zoek naar een antwoord, begin ik bij mezelf. Want mijn ervaringen in het straatpastoraat hebben zeker bijgedragen aan de verdieping van mijn eigen spiritualiteit.
Het joodse verhaal hierboven reist al lang met mij mee. In de woorden van de rabbi herken ik een groot deel van mijn bezieling, zowel in mijn werk als in mijn persoonlijk leven. Wanneer mensen elkaar als zuster en broeder herkennen, ervaar ik dat als een stukje ‘hemel op aarde’.
Voor mij is dit meer dan een gebeuren tussen mensen, hoe wezenlijk dit op zich ook al is.
De ontmoeting tussen mensen kan uitgroeien tot een moment van Godservaring.
Treffend komt dit tot uiting in het bijbelverhaal over de ontmoeting tussen Esau en Jacob. Als Jacob na vele jaren terugkeert naar zijn vaderland, vreest hij een wraakexpeditie van zijn broer Esau, die hij destijds ernstig heeft bedrogen. In plaats daarvan komt Esau hem met een hartelijk welkom en cadeaus tegemoet. Daarop terugkijkend zegt Jacob dat hij het gezicht van zijn broer gezien heeft `zoals men het aangezicht van God ziet´. (Genesis 33 vers 10). Blijkbaar kunnen mensen in hun welwillendheid naar anderen iets van God weerspiegelen.

Christus onder de armen
Het is mooi als je dat mee mag maken. Toen ik als dominee in een kerkelijke gemeente werkte, had ik soms het voorrecht om in een gesprekspartner iets van het gezicht van de Eeuwige te herkennen.
In het straatpastoraat heb ik die ervaring vaker en ik beleef die ook anders. 
Voor veel vormen van kerkelijke diaconie en caritas vormen bekende woorden van Jezus uit Matteüs 25 een belangrijke inspiratie. De naam van de jongerenorganisatie M25 is bijvoorbeeld op dit hoofdstuk gebaseerd. Concreter en treffender dan Jezus zich hier uitspreekt, kan het nauwelijks worden uitgedrukt.

“Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.” (Matteüs 25 vers 35-40)

Geen liefdadigheid maar (h)erkenning
Traditioneel worden deze woorden gelezen als een oproep tot barmhartigheid of zelfs liefdadigheid. Daar is niets mis mee, want er gaat inderdaad een sterk appèl van uit tot inzet voor de arme.
Maar voor mij is dit ‘signalement’ uitgegroeid tot een vingerwijzing waar Christus in deze wereld te vinden is en hoe ik hem zou kunnen ontmoeten.
In mijn beleving gaat het hier dus meer over Gods weg naar mij en mijn weg naar God –nl. via de medemens- dan ‘alleen maar’ over onze roeping om naar de arme om te zien. In mijn medemens kan ik God ontmoeten en in de ‘onaanzienlijkste zusters en broeders’ het meest.
Zonder de omstandigheden of de persoonlijkheid te idealiseren van dak- en thuislozen, verslaafden, mensen met een psychische beperking of anderen die op straat leven, kom ik voor mijn gevoel in contact met hen toch op een andere, diepere manier met ‘God’ in aanraking dan in de ‘normale’ burgerlijke en kerkelijke wereld.  Ik schrijf ‘God’ hier tussen aanhalingstekens, omdat voor deze ervaring ook andere termen ingevuld kunnen worden, zoals ‘het geheim van het leven’, ‘de bestemming van mijn bestaan’ e.d.. De boodschap dat de God van Israel altijd in de eerste plaats de kant van de verschoppelingen kiest, leidt tot de bijzondere gewaarwording dat je ook juist in en onder de moderne verschoppelingen Zijn aangezicht ontmoet.

Spiritualiteit van de straat
Hiermee is niet gezegd dat ‘straatmensen’, zoals wij hen met een verzamelwoord noemen, betere of voorbeeldiger mensen zijn dan anderen. Het omgekeerde is in mijn ervaring overigens evenmin waar. De goede en slechte kanten van iemands karakter en levenswijze blijken niet uit de omstandigheden waarin iemand leeft, maar uit de manier waarop hij met die omstandigheden omgaat, wat zijn levenssituatie ook is. Wat dat betreft mag ik zeggen dat ik ‘op straat’ verrassend veel levenswijsheid, geestkracht, relativeringsvermogen, vroomheid en godsvertrouwen tegenkom. En het woord verrassend zegt dan natuurlijk vooral iets over mij.
De spiritualiteit die ik in de omgang met straatmensen ervaar is, zoals heel hun bestaan, van alle verhullende opsmuk ontdaan en daardoor vaak rauw, maar ook puur. Het is een platvloerse geloofsbeleving -in de positieve zin van het woord- die zich niet kan veroorloven om aan de hardheid van het bestaan voorbij te gaan, maar die daar juist een weg in en doorheen zoekt.

Gemeenschap
De spiritualiteit van de mensen uit onze aandachtsgroep wordt wekelijks gedeeld in onze viering. We komen op vrijdagmiddag samen in de St. Jozefkapel van het Stadsklooster, bij de broeders van Maastricht aan het Westeinde. Hoe basaal de liturgie voor deze viering ook is, en hoe ongecompliceerd de sfeer, veel van onze bezoekers ervaren dit uur als een hoogtepunt in de week. Dit geldt overigens evenzeer voor ons als pastores.
Een belangrijke factor is de gemeenschap die hier ervaren wordt. Onder onze bezoekers is sterker dan in andere groepen de behoefte aanwijsbaar om bij een veilige groep te horen, die verbondenheid en geborgenheid biedt. Naast of in plaats van de biologische familie is de ‘familie van de straat’ voor veel dak- en thuislozen en verslaafden het primaire sociale netwerk.
Het is een oud kerkelijk credo dat Gods Geest in en door de gemeenschap werkt. Voor deelnemers in onze vieringen is dit veelal geen theorie maar ervaring. 
 
Licht in het leven
Vrijdagavond
We komen bij elkaar in de Jozefkapel
Even tot rust komen, schuilen bij elkaar
We zingen, bidden en steken lichtjes aan
Ook vanavond staan mensen rustig in de rij
om hun lichtje aan te steken,
Een lichtje voor een geliefde, een kind, jezelf.
Een licht vaak tegen de eigen machteloosheid in.

Deze woorden, geschreven door een deelnemer aan de vieringen van het straatpastoraat, tekenen haarfijn wat mensen eraan kunnen beleven. Samenkomen, samen schuilen, samen lichtjes aansteken, zelfs samen in de rij staan: door alles heen wordt duidelijk hoe belangrijk het is om het leven samen te delen. Daarom zoeken we altijd naar de inbreng van de bezoekers.
De uitnodiging om namen en onderwerpen te noemen voor de gebeden en de gelegenheid om zélf een kaarsje aan te steken, vormen een vast onderdeel. In de verwoording en verbeelding van de persoonlijke spiritualiteit ontmoeten we vaak een oprechtheid, doorleefdheid en ongekunsteldheid, die in de vaak toch wat formele vormgeving van de officiële kerkelijke vieringen helaas weinig of geen plaats krijgt.
 
De maat van de minsten
Als het gaat om de vernieuwing van kerk en geloof, kunnen de ervaringen die wij in het straatpastoraat opdoen naar mijn gevoel heel vruchtbaar zijn. We kunnen ervan leren dat het erom gaat of mensen de kans krijgen om in de kerk, ook in de diensten, hun eigen spiritualiteit met anderen te delen. Liturgie, leer en leefregels die van bovenaf opgelegd worden, gaan over mensen heen en raken hen niet. Dit geldt niet alleen voor straatmensen, maar voor ieder mens.
Mensen leven óp als ze hun eigen ervaringen, vragen en twijfels mogen inbrengen en als ze zichzelf in elkaar herkennen. Dan groeit de kans dat ze in de ander iets van Christus weerspiegeld zien. 
Zolang het straatpastoraat als een bijzondere vrijplaats en gemeenschap nodig is, zullen we er met vreugde aan blijven werken. Maar wat zou het mooi zijn als straatmensen zich ook in de gevestigde kerk thuis zouden kunnen voelen. Soms lukt dat, maar vaak ook nog niet. 

Voor de vernieuwing van kerk en geloof is het te hopen dat de ‘onaanzienlijksten’ de maat zullen zijn. Wie zich niet op hen richt, verliest Christus uit het oog. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat deze blikrichting geen verschraling of verarming van onze spiritualiteit met zich zal meebrengen, maar juist een verdieping en verrijking.
Wie in kerk en geloof hoopt Christus te ontmoeten, kan zich het beste tot de ‘minsten’ wenden. Daar ligt de beste kans om een glimp van Zijn gezicht op te vangen.

Dit artikel is eerder verschenen in ‘Weerklank’, een uitgave van de Ignatiusparochie in Den Haag en 'Samen verder' van de Valkenboskerk / Julianakerk. .
Klaas J. Koffeman is sinds 1 april 2008 straatpastor in Den Haag. Daarvoor was hij ruim 25 jaar werkzaam als gemeentepredikant in verschillende gemeentes van de Protestantse Kerk, waaronder de Valkenboskerk hier in Den Haag.
e-mail: kjkof@hetnet.nl / straatpastoraat-denhaag@hotmail.com 
website: http://www.straatpastoraatdenhaag.nl

 

| |