Archief
Jaargang:

Typisch Israëlisch taalgebruik: niet onbeleefd, maar compact (23 maart)

Door Maarten Das
Gepubliceerd maart 2011, jaargang 14, nr. 134

agenda De sociolinguïst Uzi Hagaï komt een avond naar Den Haag om te vertellen over Israëlische taalgewoonten. Het blijkt dat je ‘Zit!’ niet alleen tegen je hond, maar ook tegen je buurman mag zeggen.

Een Israëliër houdt niet van poespas. Waar wij zouden zeggen: ‘Neemt u alstublieft plaats’, houdt een Israëliër het zonder blikken of blozen op: ‘Zit!’ Uzi Hagaï kan er smakelijk om lachen. De universitair docent en vertaler Hebreeuws geeft regelmatig lezingen over het typische taalgebruik en gedrag van de Israëli.

Niet meer bang
Vaak is zo’n lezing een feest van herkenning. Hagaï zegt: ‘Er komen veel praktijkvoorbeelden langs. Soms lijkt het wel cabaret. Terwijl dat niet de bedoeling is! Het blijft een wetenschappelijke avond.’
Hij legt namelijk ook uit hoe het komt dat Israëliërs zich zo recht op de man af uiten. ‘Meerdere factoren spelen een rol. Toen de pioniers naar Israël kwamen, wilden ze een nieuwe jood creëren. Niet bang en beleefd, zoals de joden in de diaspora. De Israëliër weet wat hij wil en zegt wat hij wil. Dat uitgangspunt heeft zich ontwikkeld in de taal.
Israëliërs zijn verder gewend aan de gebiedende wijs, omdat die veel voorkomt in de bijbel. In het leger zijn de commando’s natuurlijk niet van de lucht. Hebreeuws is ook nog eens een compacte taal. Een Nederlandse vertaling van een roman van Amos Oz bevat al gauw een derde meer woorden dan het origineel. Dat alles draagt eraan bij dat Israëliërs zich zo kort en bondig uiten. Dat komt op Europeanen vaak onbeleefd over. Aan de andere kant weet je wel meteen waar je aan toe bent.’

Plaatsje vergaan
Hoewel, niet altijd. Want wat bedoelt een Israëliër voor je in de rij als hij zijn plaats verlaat en zegt: ‘Ik ben de laatste’?
Hagaï: ‘Hij bedoelt: ik kom zo terug, hou mijn plaats in de rij bezet. In Nederland zou je zeggen: opgestaan, plaatsje vergaan. Maar in Israël heerst een sterk gevoel van collectiviteit en saamhorigheid en zorgen voor elkaar. Vroeger wel meer dan nu; ook in Israël is een toenemende individualisering gaande, behalve in de kleine gemeenschappen waar men meer op elkaar is aangewezen.’
Hagaï raakte tijdens zijn studie sociolinguïstiek geïnteresseerd in de typische uitingen en gedragingen van de Israëli. Hij is er zeker niet op uit om te generaliseren. ‘Zo maak ik duidelijk onderscheid tussen de oorspronkelijke Israëli en de immigranten. Een immigrant in Israël heeft gemiddeld zo’n zeven jaar nodig om te wennen, niet alleen aan de nieuwe taal, maar ook aan hoe die gebruikt wordt.’

Wie een lezing van Hagaï bijwoont, komt bij een bezoek aan Israël alvast goed beslagen ten ijs. In maart komt hij naar Den Haag.

Woensdag 23 maart, 20 uur. Christus Triumfatorkerk. www.genootschap-nederland-israel.nl

| |