Uitrukken en doden
Door Margreet Klokke
Gepubliceerd februari 2011, jaargang 14, nr. 133
De laatste tijd wordt er veel oorlogstaal gebruikt in de politiek. Sarah Palin van de Tea Party in de VS doorspekt haar propaganda ervan. Zij spreekt van politieke tegenstanders, die zij wil ‘uitschakelen’ en van staten die zij wil ‘veroveren’. Zij markeert deze op haar website met een vizierkruis. ‘Dit is nog maar het eerste salvo in een gevecht’, zegt ze erbij.
Ook onze eigen politici lusten er wel pap van. Geert Wilders heeft ooit voorgesteld om allochtone jongeren ‘door de knieën te schieten’. En rapper Mohammed Ghabri, die het niet met hem eens was, berichtte op twitter dat hij een beloning uitloofde, ‘voor wie Wilders de keel afsnijdt’.
Natuurlijk, dat is allemaal beeldtaal. Niemand zal Palin, Wilders of de bewuste rapper ervan verdenken werkelijk tot geweld over te zullen gaan. Al heeft hun taalgebruik wel gevolgen, voor de sfeer in de samenleving.
Ook in de bijbel komt nogal eens geweldtaal voor. Vaak is deze – net als vandaag in de politiek – symbolisch bedoeld. Dit boek staat immers vol metaforen. Het is geen geschiedenisboek, waarin feiten geregistreerd zijn, maar een geloofsboek, waarin ervaringen van mensen met God zijn opgetekend.
Zo krijgt koning Saul (1 Samuel 15) de opdracht van God om tegen de Amalekieten uit te rukken, hen neer te slaan, alles wat hen toebehoort aan de vernietiging te wijden en iedereen te doden. Geen fijne God, die dit aan zijn gezalfde opdraagt, zou je zeggen. De ongeschoolde bijbellezer kan godsdienst met teksten als deze in de hand gemakkelijk aanwijzen als dé oorzaak van álle geweld in de samenleving.
Maar zoals gezegd: de bijbel is een boek vol metaforen. En Amalek is in die context niet maar gewoon een volk uit een op de kaart aanwijsbaar land. De eerste keer dat Amalek in de bijbel voorkomt, wordt er van dit volk verteld, dat het Israël in de achterhoede heeft aangevallen. Het vocht dus met wie niet goed konden meekomen. De vrouwen, de kinderen, de zieken, de gehandicapten. Amalek staat daarmee symbool voor iets dat een enkel land of volk overstijgt. Voor de menselijke neiging om over de zwakken heen te lopen, in plaats van hen te beschermen.
Dát is iets dat lijnrecht ingaat tegen de God van Israël. En daarom draagt hij zijn gezalfde op, tegen Amalek uit te rukken en dit volk te doden. Deze maar al te menselijke neiging moet met wortel en tak worden uitgeroeid. Het maakt meer kapot dan ons lief is.
Zo is ook de geweldtaal in de bijbel vaak symbolisch bedoeld. Alleen in de handen van mensen zonder verstand van de manier waarop dit boek gelezen moet worden, kan dit veel kwaad.
Bronnen: NRC 10 januari 2011, pag. 3. En: André Lascaris, Het soevereine slachtoffer, een theologisch essay over geweld en onderdrukking.
Margreet Klokke, predikant van de Kloosterkerk, en Trinette Verhoeven, predikant van de Lutherse Kerk, schrijven om beurten een aflevering van deze theologische rubriek. De titel is een knipoog naar het befaamde boek Bijbels ABC van K.H. Miskotte.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag