Archief
Jaargang:

Vader en Zoon

Door Ds. Trinette Verhoeven
Gepubliceerd april 2010, jaargang 13, nr. 125

Bijbels QRS De bijbel staat vol woorden. Gedurende de geschiedenis heeft de mens, de kerk, die woorden een eigen leven ingeblazen. En er woorden aan toegevoegd, die bij nader inzien helemaal niet in de bijbel staan.

In het Oude Testament krijgt God vele namen. Een van die namen is Vader. Kijk naar de psalmen. In Psalm 103 staat: ‘Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen, zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.’ Israël noemt ook in de profetische geschriften God zijn Vader. En ook wij, christenen, hebben ons aangewend God met Vader aan te spreken.
Ik wil daar een aantekening bij maken. Als God de Vader genoemd wordt, dan is dat bij wijze van spreken. In het woord wil God aansluiten bij onze ervaring en ons beelden in handen geven waar wij verder mee kunnen. Een vader is een vertrouwd figuur, iemand op wie je kunt bouwen. De vader is een mooi beeld. Maar ik kan me voorstellen dat er mensen zijn voor wie het beeld niet fijn is. Ik denk aan mensen die een slechte relatie met hun vader hadden of zelfs door hem misbruikt zijn. Zij moeten dit stukje direct terzijde leggen. Er zijn andere namen die misschien beter helpen om een relatie met God aan te gaan. Want dat is Gods bedoeling. Hij geeft ons een naam in handen omdat hij een relatie met ons aan wil gaan.

Zo openbaart God zijn naam in Exodus 6 aan Mozes. Het is een naam die wij niet meer uit kunnen spreken maar die we omschrijven met Heer. Jammer genoeg al weer een mannelijke naam. Mozes staat voor de moeilijke opdracht de Israëlieten te bevrijden uit Egypte. Hij aarzelt zeer bij deze opdracht. Dan geeft God hem zijn naam. Wie zijn naam geeft, laat zich kennen. Als ik mij voorstel aan een ander, dan kunnen we samen geschiedenis gaan maken. Maar het noemen van een naam gaat nog verder. Wie zijn naam geeft aan een ander, geeft aan aanspreekbaar te willen zijn. En zo was dat precies bij God. Hij wilde Mozes niet in zijn eentje naar de Farao sturen. Hij wilde een relatie. Mozes moest erop kunnen vertrouwen, dat hij met hem meeging. Toen gaf hij zijn naam: Heer.

De geschiedenis maakt dat God nogal vaak mannelijke namen heeft gekregen. Dat was de tijd. Vrouwen waren vruchtbaarheidsgodinnen en daar wilde Israël niet van weten, en terecht. Maar dat maakt niet dat wij nu wel eens kunnen snakken naar wat vrouwelijker beelden. Daarom is het goed om ons te realiseren dat God niet opgaat in zijn beeld. Wij mogen niet uitgaan van het bekende en zeggen dat wij vandaaruit weten wie God is. God is altijd weer anders. Wij zeggen bovendien niet Vader omdat wij zulke fijne vaders hadden. Wij zeggen, als christenen, Vader omdat Jezus Christus ons Vader heeft leren zeggen.
Lees Romeinen 8: Gods Geest getuigt met onze geest dat wij Gods kinderen zijn. Onze biologische vader mag zijn best doen een beetje op de Vader te lijken. God blijft God. Als wij God met Christus vader noemen dan betekent het alleen dat wij hem hebben leren kennen als een God die niet hoog gezeten is, maar hier onder ons wil wonen als een vader met zijn zoon, als een moeder met haar dochter.

Elke naam heeft zo zijn eigen tijd. We moeten niet te krampachtig met de Godsnaam omgaan, maar ons verheugen in het feit dat hij met ons samen verder wil. Daar gaat het om.

Margreet Klokke, predikant van de Kloosterkerk, en Trinette Verhoeven, predikant van de Lutherse Kerk, schrijven om beurten een aflevering van deze theologische rubriek. De titel is een knipoog naar het befaamde boek Bijbels ABC van K.H. Miskotte.

 

 

| |