Van schaaktempels tot cultuurtempels: heilige plekken voor ingewijden
Door Margot C. Berends
Gepubliceerd februari 2012, jaargang 15, nr. 143
achtergrond Afgelopen zomer beschreef Kerk in Den Haag een wandeling langs heilige plekken. De winter vraagt om een andere benadering. Daarom in dit nummer een – willekeurige – opsomming van ‘Haagse tempels’. Heilige plekken met muren eromheen en een dak erboven.
Google op ‘tempel’ en ‘Den Haag’ en je vindt in de resultatenlijst prominent bovenaan twee gebouwen. Het eerste is de Den Haag-tempel van de Mormonen, een enorm wit gebouw. Alleen, het staat niet in Den Haag, maar in Zoetermeer. De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, zoals het kerkgenootschap officieel heet, vernoemt volgens haar traditie de tempelgebouwen naar de dichtstbijzijnde stad.
De tweede Haagse tempel die Google vindt, is ‘De Tempel’ op het Prins Hendrikplein. Van 1986 tot 2005 was De Tempel een discotheek, aanvankelijk geëxploiteerd door de spirituele beweging Bhagwan, daarna door anderen. Heel wat Haagse stappers hebben goede herinneringen aan deze dansgelegenheid. Inmiddels is de afdeling archeologie van de Gemeente Den Haag er gevestigd, maar nog altijd heet het gebouw ‘De Tempel’.
Rituelen
Het lijkt er dus op dat Den Haag er qua tempels bekaaid vanaf komt: de ene staat niet in de stad en de andere heeft niets met religie te maken. Toch kon de redactie van Kerk in Den Haag tijdens een korte brainstormsessie een heel stel Haagse tempels opnoemen. We zetten er een paar op een rijtje.
Maar eerst: wat is een tempel? Een tempel is een omheinde ruimte, afgesneden van het profane gebied. In sommige godsdiensten is het de plek waar een god woont, in andere godsdiensten een plek waar de god zich geopenbaard heeft, of waar gelovigen samenkomen om hem of haar te zoeken of te aanbidden. Een heilige plek, een ruimte waar je niet zomaar binnentreedt. Vaak mogen alleen ingewijden er komen. Een tempel vraagt om een eerbiedige, respectvolle houding. Rituelen bevorderen de concentratie. De tempel zelf kan uit verschillende ruimten bestaan: een voorhof, een altaar, het heilige en het heilige der heiligen. Soms is zo’n ruimte alleen te betreden via een trap.
Trappartijen
Tempels hebben dus te maken met heiligheid, en die kan zich ver buiten de geëigende religieuze gebieden uitstrekken. Als we bijvoorbeeld het woord ‘cultuurtempel’ gebruiken, heeft iedereen daar een beeld bij. Zo droomde de architect H.P. Berlage zijn hele leven ervan om een ‘tempel voor een nieuwe cultuur’ te bouwen. Zijn oorspronkelijke plan voor het Haags Gemeentemuseum bestond uit drie tempelachtige gebouwen. Uiteindelijk werd het gebouw veel soberder, maar wie in de hal staat kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hij of zij zich in een tempel bevindt. Vanaf een voorhof leiden brede gangen en symmetrische trappartijen de bezoeker naar het heilige: prachtige zalen vol kunstobjecten. De mens wordt er boven zichzelf uitgetild.
Bruinige lambrizering
Dat geldt ook voor het herenhuis waar de (waarschijnlijk) oudste schaakvereniging van Nederland zetelt: het Koninklijk ‘s-Graavenhaagsch Schaakgenootschap Discendo Discemus, opgericht in 1852. De vereniging is gevestigd in het pand dat zich sinds 1926 Het Nationaal Schaakgebouw mag noemen, op het adres Van Speijkstraat 1. Wie op een verenigingsavond de trap oploopt en de deur opendoet naar de grote speelzaal, komt in een oase van geconcentreerde stilte terecht. De ruimte oogt alsof er al decennia lang niets aan veranderd is: met bruinige lambrisering, een hoog prachtig gestuukt plafond, zwart-wit foto’s aan de muur. Dertig mannen staren ernstig naar hun schaakbord. Na een zet voltrekt zich het ritueel van het drukken op een schaakklok en het noteren van de beweging. Een schaaktempel.
Gezondheid
Een tempel dwingt ontzag af. Bezoekers verwachten hun heil van de bewoner. Een ziekenhuis kun je zien als een hedendaagse gezondheidstempel. Het tempelpersoneel is gekleed in witte en groene kledij, veel handelingen zijn ondoorgrondelijk en krijgen daarmee een zweem van heiligheid. Hopend op genezing wachten patiënten of verwanten in een van de enorme lifthallen, waarvandaan zij omhoog zoeven, naar het heilige – behandelruimtes – of het heilige der heilige – de operatiekamer. Zij zijn bereid veel te offeren voor dat ene: gezondheid.
Koffieclerus
Over nu naar een wat ludieker soort heiligdom. Wie zich volledig wil overgeven aan de rituelen van hedendaagse koffieceremonies, kan her en der in de stad terecht bij koffietempels. Helemaal achter in het pand van de firma Nespresso op de Plaats bijvoorbeeld, bevindt zich een tafel, waaromheen koopgrage klanten aan kopjes espresso nippen. De koffieclerus draagt stemmig grijs en verkondigt glimlachend het Nespressogeloof. Je komt er niet zo maar binnen: wil je een apparaat of koffiecapsules kopen, dan moet je eerst lid worden van de Nespressoclub.
Een sympathieker koffietempel bevindt zich aan de Frederikstraat. De eigenaren van de zaak Espressissimo wijden de bezoekers in in de handelingen die voorafgaan aan een perfect kopje Illy-espresso. Er wordt geproefd en vergeleken. Als het te druk is voor een persoonlijke uitleg, vraagt de winkeleigenaar of de aanwezige ervaren koffiekopers de nog niet geïnitieerde machinekopers de werking van de apparaten willen tonen. Welkom in de Illy-parochie. Bij Nespresso komen al je gegevens automatisch, via een pasje, in een landelijke centrale computer. De eigenaar van Espressissimo echter typt na je bezoek hoogstpersoonlijk een aardig verhaaltje over je koffie-overwegingen. Alsof je geen klant bent, maar een pastorant.
Gerespecteerde plek
Nog twee Haagse tempels. Om te beginnen de tempels in het Haagse logegebouw van vrijmetselaars, aan de 2e Sweelinckstraat. Ze zijn vrij te bezichtigen tijdens open dagen, maar niet tijdens de bijeenkomsten van de vrijmetselaars. De vrijmetselarij bestaat uit plaatselijke besloten verenigingen van mannen, die samen en met behulp van symbolen en rituelen werken aan hun persoonlijke vorming. De gezamenlijke arbeid stimuleert om bij te dragen aan een betere samenleving. Hun tempel is geen heilige, geconsacreerde ruimte. Wel een gerespecteerde plek, waar de broeders tot een besef van hogere waarde kunnen komen. Een plek die door haar harmonische verhoudingen kan helpen om schoonheid te beleven.
Kaarsje
Last but not least de kerk als tempel. Wij kozen de Elandstraatkerk, met haar hoge ruimte, haar geheimzinnige absis, haar kapellen vol gebrandschilderd licht. Traptreden leiden naar de ingang. Wanneer de dikke toegangsdeuren dichtvallen, worden de straatgeluiden naar buiten geveegd. Binnen ruikt het naar oud, naar hout, naar wierook. Rituelen genoeg in dit rooms-katholieke gebouw, van de zondagse eucharistie tot het kaarsje dat de voorbijganger aansteekt bij Maria, op de open woensdag.
Geldtempel
Terug nog even naar het enige Haagse gebouw dat echt De Tempel heet. Het pand begon in 1915 als bankgebouw. Een geldtempel. Voor de dagelijkse rituelen kon men terecht bij de balie op de begane grond. Voor besprekingen op niveau moest je een ijzeren hek door, en naar boven, een monumentale trap op. Maar voor het heilige der heilige, het grote geld, moest je naar de catacomben. Daar bevond zich de kluis. De kluis is er nog steeds. In de ruimte onder de grond worden nu archeologische vondsten bewaard. Tempel van Haagse historie.
Wat een bijzondere en rijke stad hebben we toch.






Sociale media
Follow @KerkDenHaag