‘Verbindingsofficier’ Wessel Verdonk: ‘Armoede rafelt je ziel’
Door Margot C. Berends
Gepubliceerd november 2011, jaargang 15, nr. 140
interview Wessel Verdonk is predikant van de Vrije Evangelische Gemeente. Maar hij heeft er nog een ‘sub-gemeentje’ bij: buurtbewoners, voedselbankklanten, allerlei mensen die graag een praatje met hem maken. ‘Vaak gaat het over financiële problemen.’

Foto Rogier Chang
Wessel Verdonk en Christien Scheurkogel. Iedereen kan langskomen voor een praatje.
Als het weer het toelaat, zit Wessel Verdonk op de stoep voor zijn kerk, een klein gebouw aan de Zoutkeetsingel, op de grens met de Schilderswijk. Een tafeltje erbij, een paar stoelen. Die zijn vaak bezet: buurtbewoners, maar ook mensen van verderop, weten hem inmiddels te vinden. Ook kennen velen hem via de voedselbank. Die is een paar huizen verder, maar vanwege ruimtegebrek zet de kerk tijdens de uitdeeldagen haar deuren wijd open.
Verdonk: ‘Dan is er koffie en thee, iedereen kan binnenlopen. Langzamerhand is daar ontstaan wat ik wel eens een sub-gemeentetje noem. Ze vragen om een gesprek, met onze supervrijwilligster Christien Scheurkogel, of met mij. Ik bezoek die mensen ook thuis, doe begrafenissen voor ze. Om de vier weken op dinsdag hebben we ’s avonds een maaltijd voor voedselbankklanten, en een laagdrempelige dienst. Dan zingen we wat, branden een kaarsje en praten wat over dingen.’
Zwaaivriendjes
Wessel Verdonk werkt en woont al jaren in de Schilderswijk. Eerst werkte hij bij de Vierde Wereldbeweging, die mensen bijstaat die in een vicieuze armoedecirkel terecht zijn gekomen. Toen die baan ophield te bestaan, zag hij de vacature van pastoraal werker bij de Vrije Evangelische Gemeente (VEG), aan de Zoutkeetsingel. Hij studeerde theologie en is nu sinds een paar jaar predikant bij diezelfde gemeente.
Verdonk noemt zijn kerkgebouw een ‘diaconale Albert Heijn’. ‘Alles komt hier. Ik zeg iedereen goeiedag en heb een heleboel zwaaivriendjes en -vriendinnetjes. Veel mensen kennen me. De wijkagent komt regelmatig langs. Twee buurtgenoten zijn hier blijven plakken, ze zijn structureel gaan meehelpen bij de voedselbank. Zij kopen voordeelaanbiedingen bij supermarkten. Flessen shampoo, drie halen, twee betalen. Die verkopen we hier dan weer per stuk.’
Behoorlijk nerveus
Een praatje met bezoekers kan over alles gaan, vertelt Verdonk. Over problemen, bijna altijd op het financiële vlak. Maar vaak ook komen ze om gewoon gezellig te kletsen. ‘Dan neemt iemand z’n hond mee, en de buurman komt langs met z’n vogeltje op de schouder. Ze zijn er dan even uit. Er is geen geld om ergens anders naartoe te gaan, om een bioscoopje te pikken bijvoorbeeld.’
Als je onderaan de maatschappij zit – Verdonk zegt daarvoor niet meer het woord “samenleving” te kunnen gebruiken – dan word je daar volgens hem ‘behoorlijk nerveus van’. ‘Ik denk dat het moeilijk voorstelbaar is wat armoede met je doet. Armoe, dat rafelt je, als het ware. Het rafelt je ziel. Niet dat arme mensen zielig zijn, maar armoede is gewoon slecht voor je. Je hebt zorgen, je woont slecht, de toekomst is onzeker, je wordt niet gerespecteerd, je bent een tweederangs burger omdat je geen werk hebt. Je wordt soms helemaal “doodgeholpen”. Als je vijftien hulpverleners om je heen hebt lopen, dat is een heleboel hoor! Woonbegeleiding, schuldhulpverlening, sociale dienst, ziekenhuis, Parnassia misschien. Allemaal mensen die zich met je leven bemoeien. Toen ik hier kwam werken, dacht ik – ik spijker een bord op de deur: Hier wordt niet geholpen. Waarmee ik niet de hulpverlening een schop wil geven, want die is nodig en er gebeuren ook goeie dingen. Maar je krijgt er op een gegeven ogenblik natuurlijk wel een punthoofd van, als je er steeds maar gebruik van moet maken.’
Dure hobby
Tegen wie denkt dat de voedselbank een ver-van-m’n-bed-show is, zegt Verdonk altijd: ‘Vergis je niet, jij had ook bij de voedselbank kunnen staan, en het kan alsnog gebeuren. Als je eerlijk bent en terugkijkt op je leven, dan weet je – daar ben ik net even in mijn kraag gevat, en als ik toen niet die had gehad die dat en dat tegen me zei, dan was ik hoplakee het verkeerde pad op gegaan. Of: daar heb ik net een goeie stap gezet, zonder dat ik dat wist. Maar als dat níét was gebeurd…
Of stel dat je bedrijf failliet gaat en je moet een paar maanden op een uitkering wachten. Je betaalt drie maanden geen huur, en dan sta je buiten. Kom dan maar eens aan een huis! Ik zie op het moment met grote vreze al die ontslagen. Waar moeten die mensen van leven? Je krijgt tegenwoordig geen vast werk voor vier of vijf jaar, ook als hoger opgeleide niet. Je krijgt een halfjaarscontract, een jaar misschien. Hoe bouw je dan iets op? Het leven is volstrekt onzeker. Afgezien van de mensen die aan de onderkant van de maatschappij zitten, zijn er gewoon veel mensen die heel erg rot zitten.
Nog een zorgwekkend voorbeeld: landelijk moeten er bibliotheken dicht. In de Schilderswijk zijn er twee. Eén moet er sluiten. Maar waar zijn die dingen nou voor? Iemand die geen enkele achtergrond heeft zou nu waarschijnlijk het vmbo wél afmaken en misschien net een stapje verder komen, want hij wordt gestimuleerd eens een boekje te lezen. Dat ene stapje levert ons, de maatschappij, veel geld op. En zijn of haar kinderen doen misschien het volgende stapje, of twee stapjes. Het risico van zo’n maatregel is dat de mensen die stapjes niet meer zetten. Ik denk dat het een desinvestering is. Op die manier wordt toch de rekening aan de volgende generatie gepresenteerd. Armoede is een dure hobby.’
Opstapwijk
Verdonk wil niet in mineur eindigen en benadrukt dat hij niet alleen maar kommer en kwel ziet langstrekken bij dat charmante kerkje aan die Haagse gracht. Hij voelt zich een ‘verbindingsofficier’, tussen de wijkbewoners en mensen die nooit in de Schilderswijk komen. ‘Ik zit in een positie waarin ik kan zien dat de werkelijkheid genuanceerder is dan die lijkt. Sommige buitenstaanders denken bijvoorbeeld dat er een tsunami van moslims is, maar die bestaat helemaal niet. Zij zijn namelijk net zo verdeeld als wij. Ook zij hebben last van de secularisatie.
Dit is niet alleen een probleemwijk, er gaan hier ook veel dingen goed. Laatst zei iemand tegen me: “Als ik hier een nieuwe school open, zie ik niemand, en als er gedonder is, staat het hier zwart.”
De wijk heeft twee kanten. Voor een aantal mensen is deze wijk het eindpunt, als je jong ziek wordt (zeker als dat psychiatrisch is), dan kom je uiteindelijk hier in een goedkoop huis terecht. Maar aan de andere kant is het hier een opstapwijk, mensen beginnen hier en klimmen op.’




Sociale media
Follow @KerkDenHaag