Verdeelde reacties op brief over populisme: ‘Kerk mag nooit dienstbode van de politiek worden’
Door Hans Hemmes
Gepubliceerd mei 2011, jaargang 14, nr. 136
opinie Haagse predikanten zijn verdeeld over de brief van ‘het beraad van Huissen’ over populisme en toenemende polarisatie in de samenleving. Kerk in Den Haag vroeg enkele reacties.

Foto Rogier Chang
Axel Wicke, een van de initiatiefnemers: ‘Ik ben blij dat de discussie op gang is gekomen.’
Rob van Essen, predikant in het Laakwartier, moest bij het lezen van de brief denken aan zijn oude leermeester Arie Spijkerboer. ‘Er is een verschil tussen op de kansel en onder de kansel. Bij een preek is geen weerwoord mogelijk, maar je kunt wel later een gesprek organiseren. Daarom is het uitkijken dat je jouw politieke overtuiging gelijk stelt aan het evangelie.’
Van Essen heeft er daarom ook een probleem mee als predikanten zich zouden moeten ontpoppen als ‘moreel leiders’. ‘Als zeven predikanten bij elkaar zitten, heeft dat niet meteen moreel gezag.’ Hij maakte het dilemma in de jaren tachtig aan den lijve mee, tijdens acties tegen kernbewapening. Van Essen was bereid zijn naam onder een petitie te zetten. Maar de actievoerders stonden erop dat er ‘dominee’ voor stond. Dat weigerde hij. Verder lijkt de oproep van de groep op een oude zendbrief. ‘Dat is fout. Statements moeten niet van bovenaf komen maar vanuit de gemeente.’
De discussie over de politieke rol van de kerk is volgens hem niet nieuw. Premier Wim Kok wond zich op toen bisschop Muskens had gezegd dat armen desnoods een brood mogen stelen. Van Essen: ‘De kerk mag nooit de dienstbode worden van de politiek.’
Beschaafd
Ds. Casper van Dongen (Benoordenhout, Archipel) heeft, puttend uit tientallen jaren ervaring, één les voor de tobbende collega’s: schoenmaker, hou je bij je leest. ‘Stelling nemen tegen verruwing, tegen de verdomming van de samenleving, de ongenuanceerde meningen, dát is onze opdracht. Maar dat is iets anders dan een politieke rol spelen. Ik ga niet op de barricades, dat zou in het Benoordenhout ook niet geaccepteerd worden. Ze willen daar niet elke zondag een moralistisch verhaal, dat wordt zo zedenprekerig. Een enkel keertje kan, maar dan wel graag op een beschaafde manier.’
Van Dongen is het met de briefschrijvers eens dat de kerk actiever kan zijn. Maar het openstellen van de kerk voor de buurt en voor debatten – zoals in de brief geopperd wordt – is volgens hem een open deur. ‘We hebben dat al vaak gedaan, maar wat als er dan niemand komt? De kerk kan niet open genoeg zijn. Maar hoe breng je dan dat authentieke christelijke geluid? Daar worstel ik mee.’
Juiste toon
Ds. Jan Eikelboom (Vruchtenbuurt) zegt inmiddels de juiste toon gevonden te hebben, om mensen aan het denken te zetten. ‘Ik kom gewoon met de vermanende vinger. Pas op waar we mee bezig zijn. Het harde klimaat in ons land baart me zorgen. We dragen met zijn allen de verantwoordelijkheid voor de samenleving.’
De kerk moet zich niet mengen in het politieke debat, maar de ideologische kant belichten. ‘Het gaat om de waarden. Bij een doopdienst heb ik bijvoorbeeld het thema soberheid genoemd. Hoe blijf je staande in een maatschappij vol materialisme? Hoe maak je kinderen daar weerbaar in?’ De Bosbeskapel organiseert rond verkiezingen discussies met gemeenteleden over geloof en politieke keuzen.
De Muur
De opstellers van de brief hebben al veel reacties ontvangen. Axel Wicke van de Bergkerk/Bethelkapel hoorde bij de initiatiefgroep en is blij dat de discussie op gang is gekomen. Hij was vooraf bang dat zijn oproep zou worden uitgelegd als een anti-Wilders actie. ‘Terwijl het toch veel verder gaat dan dat. Wat gaat er schuil achter die denkbeelden?’
Wicke komt uit Duitsland, waar de kerk al langer maatschappelijke standpunten inneemt. Zo groeide de burgerbeweging in Oostduitse kerken uit tot een kracht, die in 1989 mede de stoot gaf tot de val van de Muur. ‘In Nederland is de politieke rol van de kerk een nieuw onderwerp. Er zijn boeken over rouwverwerking, en hoe om te gaan met zieken. Maar de kerk en maatschappelijke verhoudingen, dat is hier nieuw.’
Een van zijn aanbevelingen is dat predikanten meer ontmoetingen moeten organiseren, ook interreligieuze. Hij merkte hoe verrassend dat in de praktijk kan uitpakken. ‘Tijdens een adventsmaaltijd stond er ineens een Marokkaan voor de deur. Hij zei: ik heb honger. De mensen schrokken en ik hoorde: “Wat doet die man hier”. Ze maakten toch ruimte en na vijf minuten raakten ze met hem in gesprek. Hij bleef nog lang en het werd erg gezellig.’
Gelukkig is het niet alleen ‘populisme, hitte, kilte en lauwheid’ wat de klok slaat. Rob van Essen haalt glimlachend een oude Chinese wijsheid tevoorschijn. ‘Ik steek liever een kaars aan in de duisternis, dan dat ik duisternis vervloek.’




Sociale media
Follow @KerkDenHaag