Archief
Jaargang:

Vondst - Hollands peil

Door Paul Makken
Gepubliceerd december 2009, jaargang 13, nr. 121

Column

Het was een mooie herfstdag en daarom ging ik met de kinderen fietsen in het Haagse Bos. Ik wist wel dat je in dat deel van het park niet mag fietsen, maar dat is eigenlijk een onlogisch voorschrift. Het park is zo groot dat je niet met kinderen een wandeling kunt maken zonder dat ze gaan hangen en zeuren. Dus pak je de fiets. Om het leuk te houden.

Dat zou het ook zijn gebleven als die hond niet in de weg had gelopen. Mijn jongste van vijf ramde het beest met haar fietsje in de flank. Wat volgde was een randstedelijke twist. De eigenaar van de hond riep ‘Schande!’ Gevolgd door: ‘Je mag hier helemaal niet fietsen.’
Ik stapte af en vroeg op kalme toon aan de eigenaar wat nou belangrijker is, het plezier van een kind dat fietst of die hond. Die overigens al weer druk in de weer was tussen de bomen. Als antwoord kreeg ik te horen dat ik een mooi voorbeeld ben voor m’n kinderen: hen aanmoedigen te fietsen waar dat niet mag. Met een minzame glimlach liet ik merken dat ik eigenlijk boven deze woordenwisseling stond. Dus stapte ik weer op en fietste verder.

Maar al na de eerste meters was de adrenaline weg en het verstand terug. Zij kwam op voor haar hond en ik voor mijn kind. Zij was geschrokken en ik maakte er een punt van. En hoewel ik natuurlijk wist dat je op die plek niet mag fietsen, ergerde het mij dat ik erop werd aangesproken.
Daarmee paste ik plots in een aantal landelijke statistieken. De hoger opgeleide die het beter denkt te weten en dus de regels aan z’n laars lapt. Die vanuit die positie het lef heeft om de ander de maat te nemen. En daarmee de wrok van de ander oproept. Een simpele verontschuldiging en een beleefd informeren naar het welzijn van de hond had ons beiden met een veel beter gevoel achtergelaten.
Maar die wellevendheid konden we niet voor elkaar opbrengen. We kozen voor de makkelijke emotie die echte communicatie in de weg staat.

Eerlijk gezegd betwijfel ik of ik bij een volgende confrontatie boven mijzelf kan uitstijgen. Misschien dat ik dan gewoon mijn dochtertje naar voren duw. Kan zij het woord doen. Ze is namelijk heel goed in het roepen van ‘Daarom!’.

 

| |