Archief
Jaargang:

'We hebben minder "echte" kerken nodig'

Door René de Reuver
Gepubliceerd mei 2011, jaargang 14, nr. 136

Discussie De traditionele wijkgemeenten zijn passé. We moeten toe naar verdere schaalvergroting: minder 'zondagochtendkerken' en meer andere 'expressies van kerkzijn'.

 

Op 12 mei heeft de Algemene Kerkenraad (AK) van de Protestantse Gemeente te ’s Gravenhage (PGG) het ‘voorgenomen besluit herstructurering PGG’ aan de wijkkerkenraden van de PGG gestuurd met de vraag hier voor 5 augustus op te reageren. De wijkgemeente zullen dit zeker doen. Deze reactie komt voor mijn persoonlijke rekening.

Positieve ingreep
Als eerste heb ik waardering voor de moed van de AK om met dit plan te komen. Niet langer wordt om de hete brei heengelopen, door te zeggen dat herziening van onderop moet komen. De AK heeft nu zelf het voortouw genomen, hiertoe aangezet door het college van kerkrentmeesters. Terecht! Het water is immers financieel en materieel tot aan de lippen gestegen. Goed dat er nu wordt ingegrepen en dat de financiële kaders worden aangegeven. Dat het herstructureringsplan door de kerkrentmeesters wordt aangestuurd, blijkt duidelijk uit de doelstelling: de begroting moet in 2015 sluitend zijn. Gelukkig zijn de reserves genoeg om tot die tijd de tekorten op te vangen. Dankzij ons voorgeslacht hoeft er geen geld geleend te worden. Van deze luxe kan de burgerlijke overheid alleen maar dromen.

Na A moet wel B komen
Na het A van de kerkrentmeesters, is het nu aan de AK om B te zeggen. De financiële kaders vragen om nieuw inhoudelijk beleid. Helaas valt hier het plan stil. 

Uit de feiten blijkt dat de huidige structuur van kerkzijn in de vorm van wijkgemeenten failliet is. Dit geldt voor de financiën, de menskracht als ook voor het functioneren van de wijkgemeenten.
Het is opvallend dat de niet-wijkgemeenten zoals de Kloosterkerk, de Vrijzinnige kerk, de Gereformeerde Bonders en de Lutheranen veel minder in de malaise delen. Zeker kampen ook zij met krimp, maar toch kunnen zij zelfstandig goed functioneren, ook financieel.
Zo niet de wijkgemeenten. Een reële afspiegeling van de geografische wijk, wat verwacht mag worden van een wijkgemeente, zijn zij nauwelijks, de menskracht om de taken te verrichten die des wijkgemeentes zijn, is nauwelijks nog aanwezig, terwijl de financiële tekorten van nagenoeg alle wijkgemeenten de pan uitrijzen. Ook sociologisch zijn de wijken verbrokkeld. Individuen bewonen wijken, zonder elkaar te kennen. Het buurtgevoel is verdampt.

Ondanks dit alles houdt het herstructureringsplan vast aan kerkzijn in de vorm van wijkgemeenten. Uiterst kwetsbare wijkgemeenten worden samengevoegd en moeten zelf een begaanbare weg zien te vinden. De vraag is of dit geen investering is in een failliete boedel. Na de A van de nieuwe financiële kaders, is de B van een nieuwe structurering van het kerkzijn nodig. Deze stap is noodzakelijk voor een nieuw wenkende perspectief van vitaal kerkzijn in onze stad.

Nieuw perspectief
Naast de moedige eerste (financiële) stap is daarom een tweede inhoudelijk stap noodzakelijk. Eerlijk moet onder ogen gezien worden dat de structuur met wijkgemeenten in onze stad niet meer is vol te houden. Daarvoor is de PGG te klein en te marginaal geworden.
Nu zijn kerkvormen niet heilig en eeuwigdurend. Vormen komen en gaan, in de stad blijkbaar ook die van de wijkgemeente.

Zijn er andere vormen denkbaar? Zeker. Bijvoorbeeld die van een aantal – hoeveel, dat bepalen menskracht en financiën – vitale kerken/gemeenten waar per kerk meer dan één beroepskrachten werkt. Deze kerken liggen verspreid over de stad en hebben een eigen karakteristiek profiel. Elke gemeente beslaat een deel van de stad, zodat elke protestant in de stad tot een gemeente behoort. Dit laat onverlet dat iedereen een eigen kerk kan kiezen.

Elke kerk bestaat uit een ‘zondagmorgengemeente’ die in een ‘echt’ kerkgebouw samenkomt, én uit andere expressies van kerkzijn, op missionair, diaconaal of pastoraal vlak. Daardoor zijn minder ‘echte’ kerkgebouwen nodig.

De diaconale plekken van Stek gelden zo ook als volwaardige kerkplekken van de PGG. Door de geografische en inhoudelijke spreiding en de diversiteit van expressies van (een beperkt) aantal vitale locale kerken is de PGG in staat om op diverse wijze kerk te zijn in onze stad.

Ik zie de PGG zo voor me, als een toekomstgerichte, inspirerende, marginale en missionaire kerk in onze stad.

René de Reuver,
Predikant van de Marcuskerk (wijk Moerwijk/Morgenstond van de PGG)

| |