Wiens lijden?
Door Paul Makken
Gepubliceerd mei 2010, jaargang 13, nr. 126
Elie Wiesel – schrijver, publicist, Nobelprijswinnaar – voegde eens een bevriende priester toe dat hij genoeg had van al die verhalen over het lijden van Jezus. In de vernietigingskampen van de nazi’s had hij elke dag honderden kinderen gezien die oneindig veel meer leed was aangedaan dan Jezus ooit had ervaren.
Het fysieke lijden van Jezus is inderdaad niet uitzonderlijk. Niet in zijn tijd en niet wat mensen elkaar daarvoor en daarna hebben aangedaan. Het lijden van Jezus krijgt pas betekenis in metaforische zin. Jezus die met zijn dood een brug slaat tussen de mens en God.
Juist vanwege die uitzonderlijke betekenis die wij hechten aan het lijden van Jezus, moet er niet lichtvaardig mee worden omgegaan.
Dezelfde irritatie die Elie Wiesel overviel, ervoer ik toen ik de paus hoorde spreken over het lijden van de kerk, naar aanleiding van de onthullingen over seksueel misbruik van kinderen in rooms-katholieke internaten en tehuizen. Het lijden van de kerk dient ook metaforisch te worden begrepen, maar komt over als een al te defensieve reactie. Alleen al vanuit public relations-overwegingen een gemiste kans.
Want Jezus was tijdens zijn leven echt niet een lijdend persoon. Hij was ongeduldig, verontwaardigd, temperamentvol en hij had een acuut besef van rechtvaardigheid. En dat alles articuleerde hij met een scherpe tong. Op veel plaatsen in het evangelie kun je lezen dat hij zijn discipelen egoïsme, ongeloof en gebrek aan moed aanwreef. En niet zelden keek hij omstanders die naar zijn verhalen luisterden boos aan. ‘Hoe lang moet ik jullie verdragen’, riep hij uit als ze kennelijk weer eens met glazige ogen naar hem luisterden.
Jezus kon zich vooral opwinden over de afwachtende en hulpbehoevende houding van de mensen. Men zag in hem een wonderdokter én bevrijder. Iemand die zieken kan genezen én de Romeinen kan verjagen. Zonder dat men zichzelf hoefde te veranderen of een bijzondere inzet moest plegen. Terwijl Jezus juist hamerde op het veranderen van jezélf.
Het zou mensen aanspreken als de kerk zich laat inspireren door dat activisme van Jezus, door zijn boosheid en verontwaardiging. Door zijn wil tot verandering. Want Jezus was bepaald niet metaforisch toen hij de tempel reinigde.




Sociale media
Follow @KerkDenHaag